Straatleven; De thuisloze nachtclubvlinder

Zij is waarschijnlijk geen dakloze in de strikte betekenis van het woord. Maar wat is dakloos in de strikte betekenis van het woord?

Ze heeft geen vaste verblijfplaats. Dat wel. Ze overnacht bij degenen die haar meenemen en als niemand haar meeneemt slaapt ze in het park. Overdag natuurlijk. 's Nachts moet je niet in het park slapen, dat weet ieder kind.

Laat zij zich betalen voor bepaalde diensten? Nee, zij is gewoon een dakloze nachtclubvlinder. Is het bieden van onderdak geen betaling in natura, zullen sommigen zich afvragen. Maar als het bieden van onderdak betaling in natura is, wat is dan geen betaling in natura? We moeten een grens trekken, en ik geloof dat we die hier moeten trekken: het bieden van onderdak is geen betaling in natura.

Ze gaat met mannen èn vrouwen mee, en ook met mannen die op vrouwen lijken en vrouwen die op mannen lijken.

Ze heeft twee jurken en een hesje. Waarschijnlijk bewaart ze haar ondergoed en panty's en doosjes oogschaduw bij degenen die haar geregeld meenemen. Er zullen wel een paar huizen in New York zijn waar een plastic zak van haar staat.

Ze is tussen de dertig en de veertig. In het zonlicht lijkt ze veertig, in de nachtclub vijfentwintig.

Ze kan goed dansen. Ze kan hele avonden dansen. Instinctief weet ze wie haar misschien mee zullen gaan nemen en wie haar nooit en te nimmer mee zullen nemen. Soms komt het ook voor, heeft ze verteld, dat ze vroeg in de ochtend met iemand meegaat en een half uur later alweer moet vragen: “Waar is het dichtstbijzijnde metrostation?”

Als mensen eenmaal in hun eigen huis zijn komt het beest soms in ze los, helemaal als het 's ochtends vroeg is. En als het beest in de mens loskomt is het park te prefereren boven een bed. Als je nog op tijd wegkomt natuurlijk.

Bezoekt ze dubieuze nachtclubs?

Ik zou zeggen van niet. Ze bezoekt gewone nachtclubs, slaapt in gewone parken, eet gewone hot dogs, en gebruikt gewone lippenstift. Ze is getrouwd geweest en krijgt elke maand een cheque. Maar daarvan kan ze echt niet leven.

Onlangs zag ik haar op een warme nazomerdag in het Hudson River Park. Met een blonde langharige man. Ze leek wel verliefd.

Toen de blonde man - hij bleek een Zweed te zijn - wat te drinken ging halen vroeg ik het haar.

Ze lag op het gras. “Ach”, zei ze, “verliefd.” In de disco ziet ze er verliefder uit dan in het zonlicht, dus het was duidelijk wat ze bedoelde.

“Hij is goed voor me”, zei ze. En toen: “Kwamen wij maar wat meer mensen tegen die goed voor ons zijn.”

Zoiets valt alleen maar te beamen.

Een week werd ze gezien met de Zweed, en toen nog een week met twee Zweden. En daarna was het weer afgelopen. Maar sinds kort heeft ze een zakenman met een snor. “Een eeuwig verliefde”, noemt ze hem. En het moet gezegd, hij kan dansen, en heeft haar een prachtig kettinkje gegeven.

Voor dat soort mensen is die nachtclub tenslotte een verzamelplaats. Voor eeuwig verliefden.