Straatleven; De man met de twee vingers

Hij werkt in de F-trein tussen het station van de 179ste straat en Queens Plaza. Aan zijn linkerhand zitten twee vingers, aan zijn rechterhand gewoon nog alle vijf. Hij heeft geen bekertje bij zich, je moet het geld in zijn hand stoppen. Hij komt de metro binnen, en dan zegt hij: “Ik zal het kort houden.

Ik ben niet verslaafd, ik ben ook niet werkschuw en ook niet gek. Mijn hand is in de machine gekomen en nu willen ze me niet meer hebben. Alles wat jullie voor me over hebben is welkom, en als jullie niets over hebben, dan kunnen jullie tenminste lachen.''

Dan loopt hij langs de mensen en controleert hoe en of ze lachen.

De mensen die hij herkent omdat ze hem regelmatig wat geven noemt hij 'my man' of 'baby' als ze van het vrouwelijk geslacht zijn. Hij is een van die zeldzame mannen die ook tachtigjarige vrouwen 'baby' kunnen noemen, zonder dat ze het erg vinden. Integendeel, sommigen fleuren er echt van op. Hij woont in leegstaande huizen in Jamaica, Queens. Zijn lievelingseten is gebraden kip, zo uit het vuistje. Op een dag vertelde hij dat hij niets moest hebben van dat hele gepeperde eten, “want daar gaan mijn billen pijn van doen”.

Er zijn meestal wel drie, vier mensen die hem wat geven. Hij ziet er erg menselijk uit. Opvallend menselijk, zo zou je het moeten noemen. Dat helpt, om er zo uit te zien. Een keer nodigde ik hem uit voor de lunch, maar hij zei: “Dat is heel aardig, maar ik moet werken.”