Spaarplannen beloven teveel en bieden te weinig

Deelnemers in spaarplannen lijken van twee walletjes te eten. De zekerheid van een spaarrekening gecombineerd met het rendement van een belegging. Verzekeraars houden de consumenten voortdurend voor dat zij een dief zijn van hun eigen portemonnee als ze hun extra geld niet bij een spaarplan onderbrengen.

Volgens de Consumentenbond is juist het omgekeerde het geval. Spaarplannen zijn vaak misleidend, zo schrijft de bond in de deze week verschenen geldgids. Spaarders kunnen beter hun geld zelf onderbrengen bij een of meer beleggingsfondsen. Dat is flexibeler en levert meestal een hoger eindkapitaal op, aldus de Consumentenbond.

Geldinstellingen prijzen vaak kun plannen voor het opbouwen van vermogen aan als een vorm van risicoloos sparen. Dat is volgens de Consumentenbond niet waar omdat de verzekeraars het ingelegde geld beleggen. Het koersrisico is volledig voor de deelnemer die zijn geld dan ook beter zelf kan beleggen. Omdat de spaarder niet vastzit aan een lange looptijd geeft dat meer flexibiliteit. Tussentijds stoppen met een spaarplan kost veel geld.

Verzekeraars hebben er dit jaar al enkele malen van langs gekregen. Zo presenteerde de Amsterdamse hoogleraar dr. A. Boot een onderzoek waaruit hij concludeerde dat verzekeraars “schokkend hoge” kosten in rekening brengen voor koopsompolissen, enige tijd later gevolgd door een publicatie van enkele particuliere onderzoeksbureaus die constateerden dat een aanzienlijk deel van ingelegde premies voor beleggingsverzekeringen in de zakken van de verzekeringsmaatschappijen verdwijnen.

Ook de Consumentenbond heeft kritiek op de kostenstructuur. Sommige verzekeraars laten de consument niet zien welk deel van de premie zij daadwerkelijk beleggen. Zij houden geld in voor administratie- en beheerskosten, winstopslag en provisie. De kosten maken vooral in het begin van de looptijd een groot deel uit van de premie van een spaarplan. De opbrengst bij tussentijdse beëindiging is dan vaak zeer teleurstellend. De verzekeraars wijzen daar bijna nooit op bij het afsluiten van een spaarplan. Klagen bij de Ombudsman Levensverzekeringen helpt in zulke gevallen, volgens de Consumentenbond. In eenderde van de gevallen leverde dit een hogere uitkering op.

Bij het Verbond van Verzekeraars kent men de kritiek dat veel advertenties voor bijvoorbeeld spaarfondsen de indruk wekken dat een hoog rendement zonder risico behaald kan worden. Het verbond heeft daarom dit jaar een gedragscode ontwikkeld die leden verplicht meer inzicht te verschaffen in de manier waarop rendement en risico van invloed zijn op de uitkering aan de verzekerde.

De code legt een aantal zaken vast, zo schrijft het verbond in een brochure 'Rendement en risico': hoe voorbeelden in bijvoorbeeld advertenties eruit moeten zien en wat de gehanteerde begrippen in voorbeeldberekeningen inhouden. In een voorbeeldberekening wordt altijd uitgegaan van rendementsstatistieken uit het verleden. Die statistieken moeten volgens de code representatief zijn voor de manier waarop de maatschappij of spaarkasinstelling zelf belegt of belegd zou hebben.

Verzekeraars die de code ondertekenen, moeten zich dit jaar al daaraan houden wat betreft advertenties en reclame op radio en televisie. Vanaf begin volgend jaar geldt de code ook voor alle andere communicatiemiddelen zoals folders en offertes. Deze week maakte het Verbond van Verzekeraars bekend dat 95 procent van de leden de code heeft ondertekend.