Snookeraar kan shaken van een century van 113

Raymon Fabrie is de Nederlandse kopman bij het WK snooker voor landenteams dat dinsdag begint in Thailand. Met zes door zijn moeder gestreken overhemden en een drie jaar oude keu begint hij aan de wereldtitelstrijd.

ROTTERDAM, 26 OKT. Raymon Fabrie vliegt vandaag business class naar Thailand, de rest van de ploeg zit verderop in het vliegtuig. De 23-jarige Rotterdammer is kopman van het Nederlandse snookerteam op het wereldkampioenschap voor landenteams. De sterspelers kregen van de organisatie een voorkeursbehandeling. “Komt goed uit, want ik heb grote voeten”, zegt Fabrie.

Nederland plaatste zich voor het WK in Bangkok door een voorwedstrijd in Antwerpen te winnen. Er doen in Thailand twintig teams van drie spelers mee. Dinsdag is de eerste ronde in de poule, zondag 10 november is de finale. De eerste prijs is een kwart miljoen gulden, de laatste prijs altijd nog 10.000 gulden.

Het toernooi valt samen met de vijftigste verjaardag van de troonsbestijging van koning Bhumibol. Thailand is gek van snooker. Zo krijgt de Thaise kroonprins les van privé-trainer James Wattana, een wereldtopper en in Thailand een volksheld. Favoriet is Schotland met zesvoudig wereldkampioen Stephan Hendry, John Higgins en Alan McManus.

De drie Nederlandse professionals Fabrie, Mario Wehrmann en Johan Oenema zijn ingedeeld in een groep met Wales (kopman Darren Morgan), Malta (Tony Drago), Australië en Maleisië. Iedere teamlid speelt een frame tegen iedere tegenstander, zodat een wedstrijd in totaal over negen frames gaat. “Door dat systeem zijn we zeker niet kansloos”, zegt Fabrie. “In een frame is er van alles mogelijk. Zelfs Morgan en Drago maken wel eens een foutje. En als ze een kans laten liggen, zijn wij goed genoeg om dat af te maken.”

De zes gestreken overhemden heeft Fabrie bij zijn moeder opgehaald. Het strikje en de nette pantalon zitten in de koffer, de organisatie heeft voor iedereen een vest met de vlag van het land klaarliggen. Fabrie vindt het prima om er verzorgd uit te zien, maar maakt zich niet druk om zijn materiaal. Hij speelt bijvoorbeeld al drie jaar met dezelfde keu, gemaakt door een Ier die in Nederland woont. “Het maakt niet zoveel uit. Hendry speelt met een keu van vijf tientjes”, weet Fabrie.

De sport zou gebaat zijn bij een mooi resultaat. Toen de Haagse darter Barney de finale op het WK haalde, zorgde dat voor een hausse in Nederland. De snookeraars hopen op eenzelfde effect als het nationale team de wereldtop verrast. Of als Fabrie volgende maand in Nieuw Zeeland op het individuele WK voor amateurs en neo-profs zijn beste resultaat - laatste acht - kan overtreffen.

Fabrie, bijgenaamd 'De Faab', werd drie jaar geleden professional. “Ik speelde altijd pool-biljart op de Lijnbaan. Er stond maar één pool-tafel. Toen die een keer bezet was, ben ik maar gaan snookeren. En ik ben er niet meer mee opgehouden. Het ging ook snel beter. Ik maakte binnen een jaar mijn eerste century. Daarvoor was mijn hoogste serie 61, het werd opeens 113. Dan sta je echt te shaken. Ik heb in de training ook al eens een de maximale break van 147 gemaakt. Gek genoeg gaat dat toch makkelijker in de training dan in een wedstrijd.”

Op zijn eerste NK junioren, waar hij meteen de finale haalde, werd hij ontdekt door Roy van Straalen, eigenaar van snookercentrum Capelle en een zaal op de Lijnbaan. Van Straalen is al weer een paar jaar zijn sponsor-coach-begeleider. “Hij is een verschrikkelijke potter”, zegt Van Straalen met een zucht over zijn pupil. “Echt een natuurtalent. Binnen anderhalf jaar had hij door hoe die ballen zo snel mogelijk in de gaten moesten verdwijnen. Toen begon de ellende. En als hij serieuzer wordt en harder gaat trainen, kan hij misschien de wereldtop halen.”

Fabrie speelt op gevoel. Lang nadenken over het positiespel, rekenen met driehoeken is aan hem niet besteed. Hij speelt snel en intuïtief, zoals de hele nieuwe generatie topspelers in navolging van Hendry. Een paar jaar geleden stonden denkers als Griffith soms een minuut naar de tafel te turen voor ze hun keuze bepaalden. “Ik speel bijna net zo snel als Drago, de snelste speler ter wereld”, zegt Fabrie. “Als wij tegen elkaar moeten, zal dat een snelle frame zijn.”

Fabrie traint drie tot vier uur per dag, meer kan hij niet opbrengen omdat er immers meer te genieten valt in het leven dan alleen biljarten. Hij staat 261ste op de wereldranglijst. De drie keer dat hij heeft geprobeerd in Engeland tot de top door te dringen, liepen op niets uit. Aan het begin van het seizoen is er steevast een reeks kwalificatietoernooien van acht weken. Dan kunnen de neo-profs zich plaatsen voor de grote prof-evenementen en voor het wereldkampioenschap in The Crucible in Sheffield. “Het is nog niet gelukt”, zegt Fabrie. “Het niveau is daar ook zo verschrikkelijk hoog. Maar ik heb nog zeker zeven jaar te gaan; tot mijn dertigste kan ik nog beter worden.”

Snooker wordt echt leuk als je de top-32, liefst de top-16 van de wereld haalt. Dan komt het geld met kruiwagens binnenstromen, vertelt Van Straalen. Fabrie kan met de Nederlandse toernooien net zijn onkosten dekken. In een circuit van zestien gesloten toernooien is de totale prijzenpot 50.000 gulden. In Engeland gaat het om miljoenen.

“Snooker staat en valt bij de televisie”, vertelt Van Straalen. “Als het WK op de BBC te zien is, is het meteen drukker in mijn zalen. We proberen - ik zit ook in het bestuur van de snookerbond - de Nederlandse toernooien ook onder te brengen bij de televisie. We zijn in gesprek met Kees Jansma.”