Ruimtelijke ordening vergt turboprocedure

De overheid is doorgeslagen met plannen maken, vindt A.J. te Veldhuis. De procedures moeten drastisch worden vereenvoudigd.

In de laatste Troonrede sprak de Koningin uit dat “het van het grootste belang is dat belemmeringen voor een daadkrachtig openbaar bestuur op alle niveau's worden weggenomen”. Zij zei dat in een passage over de wenselijkheid “om de kwaliteit van onze infrastructuur in de meest brede zin van het woord te versterken; vooral in ruimtelijke en economische zin”. De bestaande belemmeringen zijn inderdaad stuitend en storend.

Besluiten nemen over belangrijke ruimtelijke vraagstukken en die vervolgens uitvoeren is momenteel ontzettend omslachtig. Denk aan de uitbreiding van Schiphol, de aanleg van de Betuwelijn en aan de hoge-snelheidslijn (HSL). De overheid is nogal doorgeslagen met plannen maken voor allerlei omgevingsvraagstukken, zoals planologische kernbeslissingen, streekplannen, natuurbeleidsplannen, waterhuishoudingsplannen, waterkwaliteitsplannen en zo meer.

Het is geen uitzondering dat een burger met meer dan veertig(!) plannen, nota's en regelingen te maken krijgt als hij toestemming vraagt voor één nieuwe activiteit. Arme burger. Maar ook: zielige ondernemer, die nuttig maatschappelijk bezig wil zijn en die verdwaalt of verstrikt raakt in dat oerwoud. En: ongelukkige overheid, die belangrijke projecten bijna niet van de grond krijgt. De besluitvorming is vaak een pot stroop.

De totstandkoming van de meeste plannen duurt erg lang, tien jaar is geen uitzondering meer. En na zo'n moeizame procedure moeten vaak nog tientallen, honderden of zelfs duizend uitvoeringsbesluiten worden genomen. VNO/NCW rekent bij de Betuwelijn bijvoorbeeld op zo'n tweeduizend uitvoeringsbesluiten. En die hebben allemaal weer hun eigen circuit van inspraak, bezwaar en beroep.

Daarom wordt het tijd voor een radicale verandering, vooral om tijdig te kunnen inspelen op vereisten van economie en werkgelegenheid. Projecten die van landsbelang zijn, moeten uitsluitend bij landelijke regeling worden afgehandeld. Als er eenmaal een landelijk besluit ligt, dan moet dat daarna niet meer kunnen worden gefrustreerd. Niet door nieuwe procedures van diezelfde landelijke overheid en ook niet door die van andere overheden, zoals provincies en gemeenten.

Dit kan het beste per speciale projectwet, een zogenaamde lex specialis. In zo'n wet moeten alle aparte sectorale belangen (ruimte, natuur en milieu, water enzovoort) tegelijk worden behandeld en afgehandeld, zodat er daarna geen afzonderlijke uitvoeringsbesluiten meer nodig zijn. Door zo'n speciale projectwet kunnen dan alle andere wetten en verordeningen buiten toepassing blijven. Want deze nieuwe, speciale wet regelt alle afzonderlijke aspecten die tot dan toe nog door bestaande wetten worden behandeld. Natuurlijk moet de rechtsbescherming van de burgers en van andere overheden worden gewaarborgd. Maar waarom moet dat tientallen of honderden keren voor hetzelfde project en waarom is één keer niet voldoende? Hieronder volgt mijn voorstel, waarbij de aanleg van een HSL als voorbeeld dient.

Eerst vindt er een openbare projectbespreking plaats aan de hand van een schetsplan voor de HSL. Daarbij kunnen bijvoorbeeld meerdere tracés met hun voor- en nadelen worden uitgewerkt. Via voorlichting, overleg en inspraak wordt een en ander met alle betrokkenen besproken; met provincies, gemeenten, waterschappen, burgers, bedrijfsleven (landbouw), milieugroepen en andere betrokkenen. Met andere woorden, stevig investeren in een draagvlak.

Na deze eerste ronde stelt de regering een ontwerpprojectplan op. In dat plan wordt het gekozen voorkeurstracé voor de HSL aangegeven en worden de uitvoeringsaspecten belicht. Iedere belanghebbende kan tegen dat plan bezwaar maken bij de regering. Dus: burgers maar ook overheden.

De regering stelt daarna het projectplan-HSL vast. In de vorm van een wetsvoorstel, waarbij rekening is gehouden met de ingediende bezwaren. Dit plan (eventueel met bijlagen en tekeningen) wordt als HSL-wetsontwerp ter vaststelling naar de Staten-Generaal gezonden. Iedereen, en elke instantie, die zijn ingediende bezwaren bij de regering niet gehonoreerd heeft gezien, mag in deze derde fase een beroepschrift bij de Tweede Kamer indienen.

De Tweede Kamer stelt het project daarna bij wet vast, al dan niet na hernieuwde hoorzittingen, en al dan niet geamendeerd op basis van de ingestelde beroepen of de resultaten van de hoorzittingen. Vervolgens moet de Eerste Kamer nog akkoord gaan en kan de projectwet in het Staatsblad worden geplaatst.

Daarna kan direct worden begonnen met de uitvoering. Alle eerdere of andere wetten, en alle provinciale en gemeentelijke regels (zoals streek- en bestemmingsplannen) moeten namelijk voor de HSL-wet wijken of daarmee in overeenstemming worden gebracht. In tegenstelling tot de huidige gang van zaken kan het traject van tientallen of honderden afzonderlijke uitvoeringsbesluiten op deze manier achterwege blijven. Want die zijn al in de lex specialis opgenomen.

Geen misverstand: er blijft dus wel degelijk een royale rechtsbescherming over voor de burgers en voor alle andere overheden. Maar nu geconcentreerd in één proceduregang. Dus niet langer tientallen, honderden of duizenden keren voor hetzelfde project. Zo kan een fantastische tijdwinst worden behaald. Als deze procedure nu al had bestaan, dan waren de werkzaamheden aan de Betuwelijn en de vijfde baan op Schiphol inmiddels begonnen, terwijl het politieke en bestuurlijke hoofdbesluit, na tien jaren van voorafgaande discussie, al een tijd geleden is genomen...

Een vergelijkbare procedure is denkbaar voor provinciale projecten die de grens van één gemeente overschrijden, maar wel binnen één provincie blijven. Denk aan de aanleg van secundaire wegen, hoogspanningsleidingen of buisleidingen.

Dit nieuwe voorstel houdt automatisch in dat er stevig wordt gedereguleerd zonder dat de rechtsbescherming fundamenteel wordt aangetast. De stroperigheid in de besluitvorming rond grote projecten verdwijnt echter. Deze nieuwe structuur leidt tot iets meer centrale besluitvorming, dat zij erkend. Maar als “de belemmeringen voor een daadkrachtig openbaar bestuur op alle niveau's moeten worden weggenomen”, zoals de Koningin voorstelde, dan mag deregulering het in dit geval best winnen van de decentralisatie.

Invoering van dit nieuwe stelsel vereist voor rijksprojecten geen nieuwe wetgeving. Elke lex specialis kan namelijk als nieuw(st)e wet bepalen dat andere wetten voor het aangewezen project in dit geval niet meer van toepassing zijn. Voor provinciale leges speciales moet wel een eenvoudige voorziening in de wet worden getroffen. Wat nodig is, is politieke wil in Den Haag. Zodra voldoende andere politieke partijen inhaken op deze nieuwe structuur, kunnen we aan de slag.