Reflections; The American caress

In de meeste Amerikaanse steden werkt de waterleiding anders dan in de Nederlandse. Ons land is vlak en pas de laatste tijd zijn we er schoorvoetend toe gekomen, hier en daar iets te bouwen dat hoger is dan de Westertoren en de Dom van Utrecht. Dit betekent dat het water van de Nederlandse kraan hoogstens een paar tientallen meters omhoog moet worden gepompt.

Op onze pompen valt niets aan te merken: er komt bijna altijd water uit de kraan en wie niet beter weet, niets anders kent dan de kracht van de Nederlandse waterkraanstraal, is er tevreden mee.

Nederlanders die voor het eerst in een grote Amerikaanse stad komen, valt het op dat bijna alle daken versierd zijn met op een staketsel gebouwde dikke tonnen die een puntdak hebben. Dat zijn de watertorentjes. Overal waar je omhoog kijkt zie je de watertorentjes. De Amerikaanse waterleidingbedrijven pompen het water niet regelrecht via de buizen door de kraan naar de klant; het gaat eerst in de tonnetjes waarna het er door de kraan weer wordt uitgestort, alsof je een waterval hebt opengedraaid. Het kan zijn dat er iets aan deze technische verklaring mankeert, maar mij dunkt dat dit het principe is. De Amerikaanse stad onderscheidt zich van de Nederlandse door de honderden watertorentjes op de daken en de kracht van de straal uit de waterkraan.

Dit bij wijze van inleiding tot mijn beschrijving van een bijzonder Amerikaans genot: de douche. Wie eenmaal weet wat een Amerikaanse douche is, heeft bij een Nederlands, of in het algemeen, een Europees 'stortbad' (betere benaming dan douche) het gevoel, een beetje over het lichaam te worden gemiezerd. Het is een verwarmde motregen, meer niet.

Nu het stortbad via het watertorentje. Ga in het bad staan, zorg dat het water nog uit de lage kraan komt - dus die waarmee we het bad laten vollopen - en geef volle kracht op koud en warm. Dat op zichzelf is al een Niagarasensatie. Voel met de voet hoe de temperatuur zich ontwikkelt, stel naar smaak bij en laat dan het water van boven komen. Op de kop, over de nekwervels, langs de ruggegraat naar het stuitje en weer terug, en dan nog eens, en weer, en weer. Het is een ruwe, een stromende, een warme weldaad: de Amerikaanse liefkozing. Te zeggen dat je daarvan opknapt is zwak uitgedrukt. Je wordt er gelukkig van, je kunt er niet genoeg van krijgen.

Dan komt, vooral in oudere hotels of appartementgebouwen met een niet zeer moderne waterleiding de verrassing. Iemand boven, onder of naast je is ook onder de douche gegaan en heeft opeens al het warme water in beslag genomen. Nu word je van de ene seconde op de andere met maximale kracht getroffen door een straal ijswater. Neem een sprong, maar voorzichtig want het bad is glad, en stel de temperatuur bij. Dat gaat goed zolang het duurt want de buur is klaar, draait alles dicht en nu komt er bijna kokend water in je nek. Zo wordt dit onvergelijkelijk stortbad tot stortwisselbad.

Deze douche is een goed voorbeeld van de Amerikaanse grenzeloosheid. Bij een douche horen zeep en een handdoek. De zeep heeft de afmetingen van een kleine baksteen en meestal kun je ze alleen met drie stuks tegelijk kopen; de handdoek is bijna altijd een laken. Zeep koop je bij de drogist. Doe alsof de drogist een galerie is en bestudeer drentelend het hele aanbod. Of eigenlijk moet je eerst een voorstudie maken door een paar avonden naar de reclame op de televisie te kijken. Eerst de dubbele ham- en kaasburgers, kreeften, garnalen, taarten, koekjes, alles waarmee een mens zich vol kan stoppen. Dan iemand die dat gedaan heeft en zich bezorgd over zijn maagstreek wrijft. Durfde eerst niet eens naar de dokter, maar ten einde raad toch gegaan. De dokter zei: Maalox! Milanta! Het hangt ervan af welke dokter je spreekt. En dan het slot: iemand die het gezicht van de gelukkigste mens ter wereld trekt.

De laboratoria van de voedingsindustrie verzinnen telkens iets dat nog lekkerder is en dat moet de consument bekopen met brandend gevoel, maagpijn, slapeloosheid, spierpijn, irregularity. Dan komt de geneesmiddelenindustrie om de consument in staat te stellen, haar/zijn perpetuum mobile voort te zetten. De medicijnreclame is extra boeiend omdat het niet in strijd is met de ethiek, vergelijkende reclame te maken. Tylenol! Nee, meer dokters zweren bij Advil! Nee! Bayer. Een vuist zet met een klap het potje op tafel. Vijftig procent minder hartverlammingen; dat hebben die anderen niet.

Amerika is anders. Hoe anders? Dat valt niet uit te leggen. Je kunt het alleen met een eindeloos aantal voorbeelden illustreren en dan nog heb je één voorbeeld te weinig gebruikt. Je moet het zelf hebben gezien om het te begrijpen. Waarom? Omdat Amerika grenzeloos is en dat is Europa niet. Ieder Europees land is op zichzelf al een web van grenzen, vooral in het brein van de Europeanen zelf. Dat belemmert het Europese voorstellingsvermogen. Daarom moeten de Europeanen zichzelf helpen door erheen te gaan.

Zeg ik iets grenzeloos goeds van de Amerikanen? Nergens heb ik verschrikkelijker mensen gezien, afzichtelijker van hardheid, dogmatiek, onbegrijpelijke botheid. Nergens heb je meer boeken en tijdschriften in de winkels, geschriften waarin alle denkbare grenzeloosheden worden verdedigd. Nergens heb je meer mensen die niet alleen zeggen dat ze de daad bij het woord gaan voegen, maar dit het volgende ogenblik al hebben gedaan. De verzamelde Europese volken hebben vier jaar over Bosnië geredekaveld. De Amerikanen hebben er een eind aan gemaakt.

Heb ik het zo goed uitgelegd? Het wonder van Amerika, nog altijd, is dat alle grenzeloosheden bij elkaar niet verhinderen dat ze daar in het meest vrije en het grootste land ter wereld wonen. Ik sprak een sceptische Amerikaan die een paar boeken vol beredeneerde kritiek op zijn land heeft geschreven. “Amerika zakt langzaam door de bodem”, zei hij. “Dat kan niet”, zei ik. “Amerika is de bodem zelf.”