Oost-Timor (2)

In tegenstelling tot wat de heer Hoeks beweert heeft José Ramos Horta wel degelijk gepoogd langs vreedzame weg bij te dragen aan een oplossing van de Oosttimorese kwestie. Op 11 maart 1994 heeft hij, geïnspireerd door het vredesproces voor Palestina, een vreedzame oplossing in drie etappen geopenbaard.

Ook het Europese Parlement heeft hij over zijn plan geïnformeerd. Tot nu toe hebben de Indonesische autoriteiten geen enkele reactie gegeven.

Hoeks schrijft verder over “de hoge kosten van levensonderhoud van José Ramos Horta”. Ik ken Horta sinds 1976. Al jaren wonen we de jaarlijkse zitting van de Commissie voor Mensenrechten van de VN in Genève bij. Zoals veel mensenrechtenactivisten logeert hij in die stad gratis bij kennissen of huurt hij een één-kamerappartement met kookgelegenheid. Hij verplaatst zich te voet of met de bus. In Australië, waar hij werkt als part-time docent aan een universiteit, woont hij bij zijn moeder.

Tenslotte nog dit. Minstens even opvallend als de hysterische reacties van een aantal Indonesische ministers en islamitische leiders op de toekenning van de Nobelprijs aan Jose Ramos Horta, is het hoofdartikel van 14 oktober in de katholieke krant Kompas, het grootste dagblad van Indonesië. Daarin wordt gesproken over de urgentie van een “definitieve oplossing van de kwestie Oost-Timor”, terwijl Roeslan Abdul Gani, de chauvinistische voormalige minister van Buitenlandse Zaken (1956-1967), ambassadeur bij de VN (1967-1971) en adviseur van generaal Soeharto, in de Surabaya Post van 22 oktober schrijft dat de toekenning van de Nobelprijs voor de vrede aan Ramos Horta Indonesië de gelegenheid biedt voor “eerlijke” zelfkritiek. Dat is nieuw.