Oost-Timor (1)

Op het eerste gezicht lijkt de analyse van E. Hoeks 'Nobelprijs voor verkeerde man' (19 oktober) voor de hand liggend: aan de ene kant vele inspanningen van Indonesische diplomaten voor een vreedzame oplossing van de kwestie Oost-Timor en een bisschop Belo, die ook confrontatie wil vermijden.

Aan de andere kant een zekere mijnheer Horta, die is gewikkeld in ordinaire leiderschapsgevechten en nog steeds confrontatie als leidend beginsel hanteert. Conclusie: Horta hoort in dit rijtje niet thuis. Deze Nobelprijs is per slot van rekening voor de vrede en niet voor confrontatie.

De afkeuring door de heer Hoeks van confrontatie in Oost-Timor is echter onredelijk en onbillijk. Horta's handelen dient een legitiem doel, is proportioneel en zijn confrontatie-strategie geeft bisschop Belo bovendien een sterkere onderhandelingspositie in de strijd om vrede in Oost-Timor.

Horta en de Oost-Timorezen zouden voor het paleis van Soeharto kunnen gaan zitten en wachten totdat deze met hen spreekt of kunnen proberen een andere soeverein dan Soeharto te kiezen. Mevrouw Soekarno en vakbondsleiders hebben al laten zien dat dit op zijn minst met vrijheidsbelemmeringen door de Indonesische overheid wordt beantwoord. Voor Horta dus niet een reële vreedzame optie. Het Indonesische regime schendt lokale en democratische normen en misbruikt hiervoor zijn geweldsmonopolie. Onder Javaanse invloed heeft een Oosttimorese minderheid voor zijn vrijheid te vrezen en loopt zelfs grote kans te verdwijnen. Horta heeft een legitiem doel: vrijheid voor en overleven van zijn volk. Volkenrechtelijk is Horta's confrontatie proportioneel in verhouding tot het gebruik van geweld door de Indonesische staat, in Oost-Timor en elders.

Het Nobelcomité geeft er blijk van de snelle veranderingen in de wereld goed in te schatten. De gecombineerde strategie van Belo en Horta brengt vrede in Oost-Timor dichterbij.