Ontmaskering na nijver speuren

DEN HAAG, 26 OKT. Dat het einde van het Joegoslavië-tribunaal met de ontdekking van de gefabriceerde verklaringen van getuige 'L' naderbijgekomen is wilde mr. M. Wladimiroff gisteren niet zeggen. Maar dat de kwestie uiteindelijk toch “serieuze gevolgen” zal kunnen hebben lijkt de verdediger van Dusko Tadic niet onaannemelijk.

“Als de getuigenis vals is, dan is het tribunaal verworden tot een instrument in de propagandaoorlog die de drie partijen in voormalig Joegoslavië tegen elkaar voeren”, aldus Wladimiroff, die meent dat de getuige deze keer niet liegt.

In de kringen van het tribunaal wordt de kwestie als een blamage gezien. Louise Arbour, de opvolgster van hoofdaanklager Goldstone, die eerder dit jaar naar Zuid-Afrika terugkeerde, verklaarde geen “mededelingen te doen over lopende zaken”, het bureau van de aanklager toonde zich “extreem bezorgd” en kondigde aan de kwestie tot op de bodem te zullen uitzoeken.

Wladimiroff was gisteren een zeer tevreden mens. Na vele maanden waarin zijn zaak soms verloren leek door de zware beschuldigingen door personen die vrijwel allemaal Tadic herkenden en hem hadden gezien op plaatsen waar misdaden werden gepleegd, was hij er nu in geslaagd een serieuze bres te schieten in het werk van de aanklager. Doordat getuige Opacic bekende dat zijn verklaringen vals waren was een van de zwaarste beschuldigingen aan het adres van Tadic komen te vervallen: de moord op 30 mensen en de verkrachting van 20 vrouwen in het gevangenkamp Trnopolje.

“De rest van de aanklacht blijft natuurlijk gewoon staan”, aldus Wladimiroff, zonder te vermelden dat door zijn inspanning op veel punten een veroordeling minder waarschijnlijk is geworden.

In de visie van Wladimiroff moeten de rechters in geval van twijfel de verdachte daarvan het voordeel geven. Die rechters lieten er gisteren geen twijfel over bestaan dat wat hen betreft het tribunaal gewoon zou doorgaan.

De ontmaskering van getuige 'L' is aan nijver speurwerk te danken geweest. Wladimiroff beschikte over weinig meer dan de ware naam van de getuige - Dragan Opacic - en had een onderzoeker daarmee in Bosnië op pad gestuurd. Na ongeveer een maand was de familie van Opacic ontdekt.

Pagina 5: Druk politie Bosnië

De familieleden verklaarden dat Dragan zich met zijn vier broers en twee zusjes aan het begin van de oorlog in 1991 in het geboortedorp van Tadic had gevestigd. Later zou hij zijn teruggekeerd naar de Krajina, waar hij de oorlog verder met zijn zusje had doorgebracht. Uiteindelijk was Dragan gearresteerd door het Bosnische leger, maar zijn ouders hadden dat niet meer geweten. Die dachten dat Dragan al was gedood.

De vader en een broer van Dragan - Janko en Pero Opacic - waren door de verdedigers met een smoes naar Nederland gelokt: de regel die de anonimiteit aan Opacic verleende, mocht niet worden geschonden.

“Tot op het moment dat ze in Nederland waren wisten ze niet dat Dragan nog in leven was en dat ze in de rechtszaal zouden worden ondervraagd”, aldus Wladimiroff. “We hadden ze gezegd dat ze in Nederland belangrijke informatie over het lot van hun zoon zouden krijgen.”

Op verzoek van de verdediging besloot de aanklager gisteren Opacic te confronteren met zijn vader en broer. Opacic ontkende ze eerst te kennen, maar veranderde later van mening en verklaarde toen ook dat hij eerst door het Bosnische leger en later door de Bosnische politie was aangezet tot het afleggen van valse verklaringen tegen Tadic, omdat hij de omgeving van de kampen zo goed kende. De politie had hem een maand lang zeven uur per dag overstelpt met informatie over Trnopolje en de misdaden die daar zouden zijn begaan. Tadic zag hij voor het eerst op een videofilm.

De Bosnische politie had in maart 1995 Opacic 'aangeboden' aan het bureau van de aanklager, met de mededeling dat de man waardevolle informatie had. Een maand later hadden onderzoekers van het tribunaal de man geaccepteerd. Hadden ze niet wat nauwkeuriger moeten kijken naar getuige 'L'? “Het had mij misschien ook kunnen overkomen”, zegt Wladimiroff. “Ik ga volledig uit van de integriteit van de aanklager.”