Marc Scheepmaker springt in pril cabaret van de hak op de tak

Voorstelling: Struisvogel onthoofd, door Marc Scheepmaker. Regie-adviezen: Pieter Bouwman. Gezien: 25/10 in Klein Bellevue, Amsterdam. Tournee t/m 22/5. Inl. 020-6264545.

“Ik zou er wel voorstander van zijn de misdaad een beetje te legaliseren,” oppert Marc Scheepmaker op ietwat peinzende toon, “...om het wat uit de criminele sfeer te trekken.” Dat is, vind ik, een veelbelovend begin voor een conférence. Vervolgens werkt hij die gedachte verder uit door gedoogzones voor kleine diefstal te suggereren en daarvan nog even wat praktische gevolgen te noemen. Maar dan snijdt hij, te snel, weer een ander onderwerp aan.

Marc Scheepmaker, vorig jaar winnaar van het Leids Cabaretfestival, toont zich in zijn eerste solo-voorstelling vooral bedreven in one-liners en minder in het opbouwen van een cabaretesk betoog dat door de opstapeling van grappen tot steeds meer hilariteit aanleiding geeft. Hij is typisch de stand-up comedian die, telkens op zoek naar een korte lach, van de hak op de tak springt. Maar zijn soms wat haperende voordracht, waarschijnlijk mede veroorzaakt doordat hij licht stottert, wekt tegelijk een bedachtzame indruk - en dat is in dit genre ongebruikelijk. Zijn grapjes brengt hij vaak enigszins verstopt te berde, in droogkomische terzijdes, bizarre gedachtensprongen en charmante puntdichtjes als: “Wat zouden de sterren wensen / bij het zien van vallende mensen.”

Het lijkt me te vroeg om al voorspellingen te doen over het verdere verloop van Scheepmakers cabaret-carrière. Daarvoor oogt zijn optreden soms nog te pril, te onwennig en te weinig uitgewerkt. Maar het is ook onvoorspelbaar, en dat is wat mij betreft een goed teken.