Mahler geschetst door dirigenten

Conducting Mahler: 28/10 19.30 en 22 uur Concertgebouw Amsterdam (nog kaarten beschikbaar). 5/11 22.40 uur Avro-tv Ned. 1.

AMSTERDAM, 26 OKT. Plaquettes aan de muur van de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw herinneren aan de grootste gebeurtenissen die hier ooit plaatsvonden: de Mahlerfeesten van 1920 en 1995. Maandagavond wordt in de Grote Zaal de herinnering aan het laatste Mahler Feest ook levend gehouden door de première van de film Conducting Mahler, waarvoor cineast Frank Scheffer in mei vorig jaar in deze zelfde Grote Zaal urenlange opnamen maakte van de repetities.

Voor dit gefilmde Mahlermonument interviewde Scheffer ook de vijf belangrijkste dirigenten van het Mahler Feest: Claudio Abbado, Riccardo Chailly, Bernard Haitink, Riccardo Muti en Simon Rattle. De film wordt maandag in het Concertgebouw twee keer gedraaid en zal 5 november door de Avro-tv worden uitgezonden.

Frank Scheffer bewijst zich met Conducting Mahler opnieuw als veruit de interessantste muziekcineast in ons land. Zijn films over Igor Strawinsky, John Cage, Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen, worden gekenmerkt door een vormgeving die een directe relatie heeft met de structuur van de muziek en de vormprincipes van de componist.

Die houding van Scheffer herinnert aan het werk uit de jaren '70 van tv-regisseuse Wilhelmina Hoedeman met als belangrijkste voorbeeld haar registratie van het Derde hoboconcert van Bruno Maderna met Han de Vries als solist. Bij die 'geleide improvisaties' bracht ze uitsluitend de spanning in beeld tussen Maderna en de musici die wachtten op zijn teken om te beginnen. Het ging uitsluitend om dat gespannen wachten, zodra een musicus speelde werd een andere - niet-spelende en afwachtende - musicus in beeld genomen.

In het werk van Frank Scheffer leidt zo'n zelfde principiële ondergeschiktheid aan het onderwerp tot een concentratie die zeer verhelderend werkt. De uitbeelding van de geest van de muzikale gebeurtenissen die hij filmt tilt de visuele evenementen op een hoger plan. Niettemin is de aanwezigheid van Scheffer op de achtergrond steeds sterk voelbaar, niet alleen doordat hij zó lang zó streng de vorm handhaaft, maar ook door de kleine variaties op de vorm. Soms zijn die het gevolg van toeval, soms zijn het bewuste ingrepen.

De hoofdvorm van Conducting Mahler is eenvoudig: een afwisseling van repetitiefragmenten en interviews met de dirigenten. De chronologie van het Mahler Feest wordt grotendeels gehandhaafd, zodat de ontwikkeling van het muzikale oeuvre van Mahler hoorbaar is. De dirigenten schetsen samen een indrukwekkend portret van de componist door te praten over hun eerste kennismaking met Mahlers muziek, over hun problemen bij het dirigeren daarvan, over de betekenis van Mahlers muziek en de verbindingen daarvan met zijn levensloop, over zijn persoonlijke ideeën, zijn hartepijn, zijn psychische crises in zijn huwelijk met Alma Mahler, zijn veel te vroege dood.

Scheffer brengt dat alles in beeld met grote consequentheid: de interviews en repetities zien we in shots waarin uitsluitend de dirigent is te zien - pas na zeer lange tijd komt er eindelijk eens een musicus in beeld. Bij de repetitie van de massaal bezette Achtste symfonie zien we zelfs de Grote Zaal een keer in zijn geheel. Er kan bij Scheffer pas uiterlijk worden uitgezoomd als hij eerst diep op het innerlijk van zijn onderwerp heeft ingezoomd.

Dat 'inzoomen' bestaat hier uit prachtig geproportioneerde vaste shots van de repeterende en geïnterviewde dirigenten, waarbij de camera niet of slechts een hoogst enkele keer de dirigent iets volgt. Juist die strengheid leidt tot losheid: de dirigenten bewegen veel en geheel vrij in beeld. De mooiste momenten van de film ontstaan wanneer Bernard Haitink zich door de knieën buigt om het orkest zachter te laten spelen en dan geheel uit beeld verdwijnt. De camera gaat niet achter hem aan en we wachten in spanning waar Haitink weer in het beeld opduikt.

De kleine 'ingrepen' van Scheffer zijn even typerend voor Mahler als voor Scheffer. Terwijl Mahlers muziek klinkt zien we de enige 'sfeerbeelden' in de film: het uitladen en binnenbrengen van de instrumentenkisten van de buitenlandse orkesten. Het lawaai waarmee dat gepaard gaat stoort absoluut niet, integendeel het valt vanzelfsprekend op zijn plaats in de muziek waarmee Mahler het aardse gedoe verbeeldt. En impliciet scheppen deze beelden ook een verbinding met Scheffers oeuvre: dit schijnbaar toevallige, maar wel degelijk beredeneerde 'toeval' staat in het grootst mogelijk contrast tot het 'echte' toeval, waarmee Scheffer de vorm bepaalde van zijn films over John Cage.