Indisch Requiem van Schat: na bevrijding blijft de dood

Concert: Residentie Orkest en Koor Nieuwe Muziek o.l.v. Jac van Steen m.m.v. Thomas Randle (tenor). Gehoord: 25/10 Anton Philipszaal Den Haag. Uitzending 21/11 20.02 uur KRO Radio 4.

Politieke gebeurtenissen vergezellen het werk van Peter Schat. Op 4 september 1969, de dag dat Ho Chi Minh overleed, voltooide hij Anathema. In 1974, het jaar van de val van Nixon, ging The Fall in première. En in de winter van 1980-'81, tijdens de gebeurtenissen op de Leninwerf in Gdansk werd Polonaise gecomponeerd. Bijna onvermijdelijk was het moment waarop hij na twee jaar arbeid de dubbele streep trok achter Een Indisch Requiem: 17 augustus 1995, Onafhankelijkheidsdag Indonesia.

Toch is het werk, dat vrijdagavond zijn enthousiast ontvangen première beleefde bij het Redidentie Orkest, geen politiek pamflet, al zullen velen in Den Haag hun vraagtekens plaatsen bij het benadrukken van de teksten van vrijheidsstrijder Tan Malaka. Er zal nog wel een generatie overheen gaan, voordat alle gevoeligheden, laat staan wonden, zijn verdwenen, respectievelijk geheeld.

Een Indisch Requiem voor tenorsolo, vierstemmig gemengd koor en uitgebreid orkest met zeldzame instrumenten als bassethoorns en Wagnertuba's, bestaat uit twee delen die een rondgang symboliseren om de Borobudur-tempel. Eerst in 'Voorval op Java' van oost naar west: de dichter-soldaat Jan Eijkelboom beschrijft een visionaire ervaring tijdens een politionele actie. Vervolgens in 'Het Meer der Herinnering' van west naar oost, als weerslag van de fameuze Tempo Doeloe, gezien vanuit de ogen van het kind Rudy Kousbroek: herinneringen die letterlijk worden doorsneden door een koraal op een vers uit het Sumatraans volksdrama De Groene Prinses.

Dat het werk begint met een onbestemd tastende, overmatige drieklank vindt zijn verantwoording in Schats systeem van de Toonklok, te weten bij het Twaalfde Uur in een voltooiïng van de Zodiak, alzijdig symmetrisch en middelpuntvliedend chromatisch: het Uur met de rijkste sturingsmogelijkheden.

Dit wordt gecombineerd met akkoorden uit het meer diatonische Tweede Uur, dat staat voor a-symmetrie. Qua karakter kreeg deze metallieke, harde tonaliteit de aantekening 'Stil grijs weer, nuchter in de middag', zoals het Twaalfde Uur staat voor 'Volle zon in het middaguur'. Dat lijkt niet toevallig!

Het eerste hoogtepunt (Crescendo appassionato) markeert het ogenblik waarin in een scheppingsmythe de zoon uit moeder aarde voortkomt. Een tweede symboliseert het bereiken van de top van de Borobudur (Con tutta la forza). En een derde in het tweede deel tekent het dreigende 'Ik herinner mij hoe wij op transport gingen'.

Fraai zijn de natuurevocaties, zoals de nachtmuziek uit het eerste deel voor de fluiten met vooral een opmerkelijke solo voor basfluit, volgend op een vloeiend andante voor bassethoorns en klarinetten.

Maar deel twee is veel sterker, doorzichtiger geïnstrumenteerd en ongemeen spannend in het combineren van diverse elkaar kruisende elementen. Het begint met harpen, piano en gongs, het meest dicht bij de gamelanklank. En geen moment gaat de spanning verloren, ondanks alle rusten. Steeds weer vervloeit het verdriet in uitwaaierende melancholie tot de tekst overblijft: 'Ik herinner mij dat het doodgaan na de bevrijding nog een tijd doorging. Nog steeds, eigenlijk.' Het is de essentie van het requiem.

Bijna vergat ik nog te melden dat het programma tevens werken vermeldde van Debussy (ballet Khamma) en Britten: tweede scène uit de tweede akte van The Prince of the Pagodas. Bij Britten zijn gamalaneffecten uiterst realistisch, maar voor mij toch te pompeus, 'Tuschinskytheaterorkest'-achtig.

Maar de uitvoering had er meer uit kunnen halen. Het requiem klonk zorgvuldig, maar ook wat behoedzaam. Pas na meermalen uitvoeren kan er scherpte en stuwing ontstaan. Krijgt het die kans nog na deze eerste en voorlopig enige uitvoering of is Schats requiem gisteren begraven?