In het politieke bedrijf vormt ieder het gezin naar zijn eigen beeld; Mijn Amerikaanse familie

Het gezin Laub zou de term 'family values' nooit in de mond nemen. Maar tegelijk is het leven van Edith en haar twee zonen ervan doortrokken. Ook de taal van de Amerikaanse politiek zit vol met metaforen die naar een ideaal familiemodel verwijzen. Over de strenge vader van de conservatieven, en de koesterende ouder van de liberalen. Wederzijds onbegrip rond de hoeksteen.

Edith Laub is mijn Amerikaanse moeder. Dat is ze al bijna de helft van mijn leven. Ze is klein en stevig, en nog altijd heeft ze iets van de levendige schoonheid van de portretten die sinds de jaren dertig onder haar bed liggen.

Ze is mijn moeder sinds het moment dat ik voor het eerst aan haar keukentafel zat, met boven m'n hoofd de familiefoto's, de knipsels uit de Oakland Tribune en het bord: 'Edie's gourmet kitchen'. Haar man Lou bedolf me met verhalen, gedachten en levenslessen, en zij stopte me vol met pretzels en gehaktbrood, en zo bleef het.

Samen dreven ze een winkeltje in tweedehands boeken in Berkeley, maar veel leverde dat niet op. Lou was meer geïnteresseerd in discussies met zijn klanten dan in het verkopen van boeken, en bovendien vonden ze het slecht voor de kinderen om rijk te worden. Vaak zat hun zaak vol lezende en koffiedrinkende studenten, met Louis als een halve rabbi in het midden. Voor zijn joodse komaf interesseerde hij zich nauwelijks, maar ondertussen had hij van zijn winkel onbedoeld een leerhuis gemaakt, een socialistisch cheider, en overal in de Bay Area had hij zijn discipelen.

Lou en Edith hadden twee zonen, Aron en David. Beiden vlogen alle kanten op. David was onhandig groot, met wapperende armen en benen. Hij werd leraar op een getto-school in Oakland, trouwde, kreeg een zoon, scheidde weer. Voor zijn moeder liep hij zich het vuur uit de sloffen. Aron, smal en knap, werd advokaat. Rond zijn veertigste besloot hij een gezin te stichten en hij deed dat met een voortvarendheid die zelfs mijn Amerikaanse vrienden verbijsterde. Binnen een paar weken vond hij een vrouw, hij verhuisde naar een voorstad van Los Angeles, kreeg snel twee kinderen en werkte voortaan zeventig uur per week. Hij was Ediths lieveling maar kwam zelden bij haar langs. Zo bleven de familiebanden hecht.

Lou was ondertussen overleden. In zijn laatste maanden zocht ik hem nog een keer op, hij sprak minder, hij zat op het plaatsje achter de keuken in de zon en keek naar de toppen van de populieren die bewogen in de wind. “Net dansers”, zei hij - hij had er nooit eerder op gelet. Hij was gelukkig, hij had op de valreep Judy hervonden, zijn verdwenen dochter uit een eerste huwelijk. Soms klonk zijn stem al ver weg. “Ik ben niet bang”, zei hij. “Eerder nieuwsgierig.”

Na zijn dood bloeide Edith opnieuw op.

Mijn Amerikaanse familie is bepalend voor de Amerikaanse politiek. Net als miljoenen andere niet-conservatieve families zullen Edith, David, Aron en Judy nooit termen als family values in de mond nemen. Maar tegelijk is hun leven ervan doortrokken - al willen ze het niet weten, en al zijn het een ander soort family values dan hun conservatieve buren voorstaan.

Die ontkenning is bron van talloze misverstanden binnen de Amerikaanse politiek - en trouwens ook binnen de Nederlandse. Terwijl Robert Dole, Newt Gingrich en andere prominente conservatieven al jarenlang hameren op het verband tussen moraliteit, familie en politiek, weigeren de meeste progressieven en liberalen dat te zien. En daarmee hebben ze dit hele terrein overgelaten aan conservatief Amerika - alsof ze zelf geen gezinnen hebben, alsof ze zelf niet dromen van solide familiebanden.

Volgens George Lakoff, hoogleraar taalkunde in datzelfde Berkeley, weten conservatieven één ding beter dan liberalen en progressieven: ze weten dat het in de Amerikaanse politiek bovenal gaat om moraliteit en familie. In zijn pas verschenen boek Moral Politics laat hij zien hoe de taal van het politieke discours stampvol metaforen zit, die meestal direct verwijzen naar een ideaal familiemodel. Zowel liberalen als conservatieven verbinden volgens hem politiek en moraal via een familieconcept: de conservatieven openlijk, de liberalen onbewust. De kern van de verschillen tussen Edith en haar buren ligt dan ook niet bij de welfare, de abortus, de belasting en de doodstraf, maar in de vraag wat een ideale familie is.

De conservatieve metaforen kristalliseren zich rond het patriarchale familieconcept, waarbij de belangrijkste taak van de ouders bestaat uit het ontwikkelen van zelfdiscipline bij het kind. Lakoff noemt dit het 'strenge vader-model'. Robert Dole's verkiezingstaal is niet voor niets doorspekt met woorden als: karakter, deugd, doorzetten, ruggegraat, verdienen, hard werken, beloning, onafhankelijkheid, straf, inmenging, afhankelijkheid, verval.

Daartegenover staat het 'koesterende ouder-model' van de liberalen. Daarin staan zorg en warmte centraal, als de beste garantie voor een opvoeding tot bekwame en verantwoordelijke mensen. Hun taal is vol van sociale verantwoordelijkheid, vrije meningsuiting, betrokkenheid, ontplooiing, hulp, gezondheid, veiligheid, menselijke waardigheid, vervreemding, grote concerns, vervuiling en onderdrukking.

Het koesterende ouder-model is uitstekend samengevat in de titel van het opvoedingsboek van Hillary Clinton: It Takes A Village to Raise A Child. Het strenge vader-model is het credo van Senaatskandidaat Oliver North: “The world is a dangerous place”.

De twee modellen huldigen in wezen dezelfde morele principe's, alleen liggen de prioriteiten totaal verschillend. Het strenge vader-model legt volgens George Lakoff de nadruk op respect voor autoriteiten, onafhankelijkheid en morele kracht om het kwaad van buiten - en van binnen - te weerstaan. Volwassen kinderen moeten zelf kunnen overleven, steunend op hun discipline en hun gevoel voor eigenbelang. Het hele systeem draait om beloning en straf. Armoede is straf voor laksheid en andere ondeugden, rijkdom is een vorm van welbevinden.

Het koesterende ouder-model propageert daarentegen begrip voor de ander en hulp aan degenen die dat nodig hebben. Centrale begrippen zijn ontplooiing en gemeenschap. Gehoorzaamheid van kinderen komt voort uit hun genegenheid en respect voor hun ouders. Gezag moet waargemaakt worden, autoriteit is niet vanzelfsprekend. Het doel van de opvoeding is een waardevol en gelukkig leven, waarbij niet het bezit voorop staat, maar de gemeenschap. Rijkdom is het produkt van een oneerlijke verdeling, net als armoede.

Beide Amerikaanse ideaalfamilies zijn wellicht loten van dezelfde stam: de Europese boerenfamilie, met een scheut piëtisme, een scheut stad en een scheut pionierstraditie. In het ene model is echter het overlevingsaspect van de boerencultuur gaan domineren, in het andere model het familiale en sociale aspect. In de dagelijkse praktijk trekt overigens niemand zich iets van regels en modellen aan. Edith past eeuwig en altijd op haar kleinzoon Juda, geeft hem te eten, staat pal voor huis en haard en lacht honend bij de televisiepraatjes over gezin en familie. Maar in de Amerikaanse politiek praat iedereen over niets anders, en ieder vormt het gezin naar zijn eigen beeld.

I k herinner me dat Edith me een keer enigszins ontdaan opbelde: het gezin van Aron was voor de eerste keer sinds jaren weer in Berkeley geweest, zonder echter in Arons ouderlijk huis te logeren. Ze prefereerden een vriend die royaler woonde. Dat had vermoedelijk te maken met Arons vrouw, die van rijkere en meer conservatieve komaf was: zij sprak veel over gezin en familie, maar als puntje bij paaltje kwam was Ediths bewust gekozen soberheid haar teveel. Om aan haar familienormen te voldoen werkte mijn arme vriend Aron zich lam, gevangen in een familiemoraal die oorspronkelijk niet de zijne was. Thuis was hij zelden.

Soortgelijke innerlijke tegenstrijdigheden beheersen ook de grote politiek. Ronald Reagan maakte de progressieven en liberalen uit voor big spenders, maar sloeg zelf alle records wat betreft de overheidstekorten door de militaire uitgaven sterk te verhogen en tegelijk de belasting voor de rijken te verlagen. Dat was echter volgens Lakoff helemaal niet zo raar als het lijkt. Natuurlijk zag hij de staatsschuld toenemen, maar vanuit zijn strenge vader-model diende hij twee morele doeleinden die in zijn ogen nog belangrijker waren: de bescherming van Amerika tegen het 'kwaad' van de Sovjet-Unie en het belonen van de ondernemingszin van de succesvolle enkeling.

In de huidige campagne is het voor buitenstaanders vaak onbegrijpelijk dat conservatieven de mond vol hebben van familiewaarden, terwijl ze tegelijk bijstandsgezinnen afknijpen. Sommigen stellen zelfs voor om kinderen van bijstandsmoeders uit de weinig familieverbanden die ze hebben weg te halen en in weeshuizen te plaatsen. Even verbazingwekkend is hun neiging hun pro-life standpunten te combineren met een pleidooi voor de uitbreiding van de doodstraf.

Bepaalde liberale en progressieve standpunten zijn echter in conservatieve ogen minstens zo krankzinnig. Liberalen hebben het bijvoorbeeld altijd over extra subsidies voor onderwijs en andere programma's voor kinderen, maar tegelijk sanctioneren ze het vermoorden van ongeboren kinderen en pleiten ze voor de rechten van criminelen - inclusief kinderverkrachters. Ze willen alsmaar meer federale hulp voor aids-slachtoffers, terwijl ze tegelijk het seksuele gedrag dat aids veroorzaakt, vergoelijken en zelfs propageren. Ze roepen over werkloosheid, maar eisen milieumaatregelen die juist banen kosten.

En zo is er in de Amerikaanse politiek gemakkelijk nog een dozijn standpunten te vinden dat in de ogen van de ene partij irrationeel en mysterieus is, en in de visie van de andere partij logisch en natuurlijk. Een serieus publiek debat is daardoor echter nauwelijke meer mogelijk - en de Amerikaanse verkiezingscampagnes weerspiegelen steeds meer die leegte.

V olgens George Lakoff zijn deze vastgeroeste, ogenschijnlijk paradoxale standpunten bijna altijd te herleiden tot de verschillende familie-idealen die onbewust gekoesterd worden. In het wereldbeeld van het strenge vader-model is bijvoorbeeld het ontwikkelen van zelfdiscipline zo'n essentiële voorwaarde om te kunnen overleven, dat weeshuizen soms te prefereren zijn boven ongedisciplineerde families. Bijstand en abortus zijn de resultaten van gebrek aan zelfdiscipline, en drugs zijn in dat licht natuurlijk helemaal een gruwel. Nancy Reagan stelde ooit voor om met alle drughulpprogramma's te stoppen en in plaats daarvan een campagne te voeren onder het motto: 'Just say no'. Een idioot idee voor wie de drugswereld kent, maar in de optiek van het strenge vader-model volstrekt logisch.

Voor een 'koesterende ouder' moeten druggebruikers daarentegen juist hulp hebben, net als andere leden van de gemeenschap. In deze visie hoort iedereen er gelijkelijk bij, mannen net zo goed als vrouwen, homo's net zo goed als hetero's. Het gaat in dat model niet om beloning en straf, maar om ontplooiing en empathie, waarbij zelfs misdadigers moeten kunnen terugkeren naar de gemeenschap. In zo'n familiebeeld is het dan ook vanzelfsprekend dat zwangere vrouwen het recht hebben om zelf hun keuzes te maken, dat aids-patiënten geholpen worden zonder homoseksueel gedrag te veroordelen en dat kinderen beschermd worden, zonder de doodstraf te bepleiten voor zware criminelen.

Ondertussen onderricht mijn vriend David zijn zoontje Juda op dezelfde dwingende wijze als zijn vader hem de wereld verklaarde, maar woorden als gezag en autoriteit hebben voor hem geen waarde. Edith is nu bijna tachtig, iedere ochtend om half negen ragt ze nog in haar oude witte Buick naar haar werk, maar gepraat over onafhankelijkheid en zelfdiscipline vindt ze demagogie. Het ouderlijk huis wordt volgend jaar verbouwd, David en Juda zullen bij Edith intrekken, maar de term familieband heb ik ze nog nooit horen gebruiken. Het woord is naar andere kringen verhuisd, het is teveel gebruikt, het is overladen, versleten, vervalst, gestolen, op, uit.

Mijn Amerikaanse familie is nu in werkelijkheid een ouderwetse familie die dat niet meer wil weten.