EU Finland; Finnen hebben weinig te klagen over Europa

Anders dan bijvoorbeeld de Oostenrijkers klagen de Finnen nauwelijks over het lidmaatschap van de EU. Juist de grote consensus over Europa verklaart wellicht de lage opkomst van de verkiezingen voor het Europese parlement, afgelopen week.

Het ging niet van harte, maar uiteindelijk stemde twee jaar geleden 57 procent van de Finse kiezers voor toetreding van het land tot de Europese Unie. Het was voor de Finnen ook niet zomaar een stap. Finland nam daarmee afscheid van een politiek waaraan het na de oorlog ongewild zijn naam heeft gegeven. Het land ontdeed zich definitief van de finlandisering en kroop uit de immense schaduw van zijn oosterbuur.

Bij veel Finnen bestond in 1994 het gevoel dat het land een nieuwe schaduw over zich heen geworpen kreeg: die van het meer dan zestienhonderd kilometer verderop gelegen Brussel. Om te voorkomen dat de Europese verkiezingen, die afgelopen zondag in Finland werden gehouden, in fiasco zouden eindigen, bedachten de politici daarom een slimme truc. Ze lieten ze samenvallen met die voor de gemeenteraden, waarvoor in Finland altijd veel belangstelling bestaat. Maar het omgekeerde gebeurde. De gemeenteraadsverkiezingen leden ernstig onder die voor het Europees parlement. Slechts zestig procent van de Finnen trotseerde mist, regenbuien en lichte sneeuw om zijn stem uit te brengen, zeker tien procent minder dan ze daar gewend zijn.

Niet het matige weer was verantwoordelijk voor de lage opkomst - in vergeleken met Europese verkiezingen elders is zestig procent overigens niet slecht. Het probleem was vooral het gebrek aan onderwerpen. De 'regenboogcoalitie' van vijf partijen die samen de regering vormen, zit met 142 van de 200 zetels in het Finse parlement stevig in het zadel. Alle vijf zijn ze (gematigd) positief over de Europese Unie, en consensus is een slechte basis voor een verkiezingscampagne.

Maar ook de anti-Europeanen ontbrak het aan de stevige munitie, die ze bijvoorbeeld in het gelijktijdig toegetreden Oostenrijk wel hadden. Oostenrijkers vonden deze zomer dat hun land in de uitverkoop was gedaan (ondermeer door de overname van enkele bedrijven door grote buitenlandse concurrenten) en merkten dat de prijzen voortdurend stegen. Finland heeft grote sociale en economische saneringen al achter de rug en de meeste Finnen hebben dan ook van het EU-lidmaatschap kunnen profiteren. De salarissen zijn gestegen, ondermeer door een verlaging van de belastingen, en de inflatie is opmerkelijk laag. Zelfs degenen die werkloos zijn, en dat is maar liefst 15 procent van de beroepsbevolking, hebben kunnen profiteren van de fors gedaalde prijzen van levensmiddelen het laatste jaar.

Alleen de boeren zijn ontevreden, onder hen is de Euro-scepsis dan ook het sterkst. Maar zelfs zij beseffen dat landbouwhervormingen in Finland ook zonder de Europese Unie noodzakelijk zouden zijn geweest. En ook die hervormingen zijn al voor de Finse toetreding tot de Europese Unie begonnen.

Pas in de laatste week voor de verkiezingen ontstond enig tumult, als gevolg van de Finse toetreding tot het Europese Monetaire Systeem (EMS). Het was een bewijs van zelfverzekerdheid van de regering om die psychologisch gevoelige stap zo vlak voor de verkiezingen te durven zetten. Maar de regering was overtuigd van onvermijdelijkheid van deze stap. De Finse munt fluctueerde de laatste jaren te veel, ondermeer het gevolg van het grote aandeel in de export (ongeveer eenderde) van de economisch gevoelige houtverwerkende industrie. De EMS is echter ook het voorportaal van de Economische en Monetaire Unie (EMU), die moet leiden tot het einde van de eigen munt. En dit verlies van de eigen identiteit gaat veel Finnen te ver.

Toch hebben slechts enkele politici hieruit munt weten te slaan, al wordt er in Finland op individuele kandidaten gestemd (iedere kandidaat heeft een nummer en op het stembiljet moet een nummer worden ingevuld), die met krachtige meningen hun positie kunnen versterken. Zo wist Esko Seppänen van de Vas (de Linkse Alliantie), een regeringspartij, met zijn felle protest tegen de EMS de aandacht op zich te vestigen. Ook een andsere Euro-scepticus (Väyrynen) van de oppositionele Centrum Partij, had daarmee succes. Beiden profiteerden van het feit dat zij tenminste een onderwerp hadden.

De Centrum Partij (die met 24,4 procent van de stemmen, bijna 5 procentpunt meer dan bij de parlementsverkiezingen in 1995, de grootste partij is geworden) had het voordeel zowel pro- als anti-Europeanen onder de kandidaten te hebben, en daarmee voor elk wat wils te bieden. De Conservatieven, de tweede partij in de regeringscoalitie, danken een deel van hun (kleine) winst aan twee landelijk bekende kandidaten: de ene won ooit Olympische goud bij het skiën, de andere is een bekende tv-persoonlijkheid. De grootste regeringspartij, de sociaaldemocratische SDP, moest ongeveer zeven procent inleveren (van 28,3 bij de verkiezingen in 1995 naar 21,5 procent nu).

Dankzij Finland grenst de Europese Unie nu direct aan Rusland. Maar voor de Finnen gaat van die bijzondere geografische ligging geen dreiging meer uit, zoals ten tijde van de Koude Oorlog. Als er al angst bestaat voor Rusland, dan is dat bezorgdheid over de dramatische sociale en economische situatie in het land, en vooral ook over de vele Russische kerncentrales aan de grens. Lidmaatschap van de NAVO hebben de Finnen daarom tot nu toe afgewezen. Al sluiten ze voor de toekomst die mogelijkheid niet helemaal uit. Hun neutraliteit hebben ze opgegeven en vervangen door 'militaire ongebondenheid'. De Finnen noemen die politiek graag 'realistisch' en 'pragmatisch' - niet toevallig ook de twee voornaamste pijlers van de finlandisering.