Enquête: bestuur Bobel schuldig aan wanbeleid

AMSTERDAM, 26 OKT. Directie en commissarissen van het voormalige beursfonds Bobel hebben zich begin jaren negentig schuldig gemaakt aan wanbeleid. Dit concludeert onderzoeker mr. J. Berk in zijn deze week gepubliceerde enquêterapport.

De Ondernemingskamer van het Amsterdamse Gerechtshof had op verzoek van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en een aantal gedupeerde aandeelhouders in 1992 tot dit onderzoek bevolen. De procedure werd flink vertraagd, onder meer doordat Bobel tegen het verzoek in cassatie ging.

De VEB is niettemin blij met de uitkomst. “De conclusie opent voor ons de weg om de mensen en instanties die voor het debacle verantwoordelijk zijn verder aan te pakken”, aldus VEB-directeur P. de Vries.

Bobel was een beleggingsvehikel van de Zwitserse investeringsmaatschappij Sasea, die werd bestuurd door de Italiaanse zakenlieden F. Fiorini en G. Parretti. Bobel leende in 1991 aan het Zwitserse Sasea, grootaandeelhouder in Bobel, ongeveer 180 miljoen gulden zonder zekerheden te vragen.

Sasea ging in 1992 failliet, onder meer door het echec van de overname van de Amerikaanse filmmaatschappij MGM. Dit betekende ook het einde van Bobel. Deze onderneming had weliswaar een eigen vermogen van ruim 140 miljoen, maar zag door het faillissement haar lening aan Sasea in het luchtledige verdwijnen.

Fiorini is inmiddels veroordeeld in Zwitserland. Paretti is schuldig bevonden in de Verenigde Staten en er hangt hem een zware straf boven het hoofd. Hun avonturen van Parretti en Fiorini kostten Crédit Lyonnais uiteindelijk miljarden. De VEB schat de schade voor aandeelhouders en obligatiehouders 60,5 miljoen gulden.

“Het heeft er alle schijn van dat Sasea willens en wetens de belangen van Bobel (...) geheel ondergeschikt heeft gemaakt aan uitsluitend haar eigen plannen en belangen”, concludeert Berk. Volgens Berk is niet gebleken dat de bestuurders van Bobel een eigen beleid hadden of zelfs maar een “sparring partner” waren voor Sasea.

De beleggersvereniging en gedupeerde aandeelhouders hebben het met name voorzien op de directie en commissarissen die in 1991 leiding gaven aan Bobel. Dat waren de commissarissen J. Kraaijeveld van Hemert (voorzitter), P. von Wussow en F. Fiorini en de directieleden Ph. Meerloo, J. Bellemans en N. Stadler. Ook grootaandeelhouder Sasea, accountant KPMG en Credit Lyonnais Bank Nederland, de huisbank van Sasea en Bobel, gaan volgens De Vries niet vrijuit.

Met name Van Hemert moet het bij De Vries ontgelden: “Veel beleggers hebben geld in Bobel gestoken omdat zij hem vertrouwden.” Van Hemert was gisteren niet voor commentaar bereikbaar.

(ANP, Reuter)