Eeuwige gratie

Tien jaar is ze in mijn leven geweest. Zonder een giechel, zonder een snik. Tennisster met evenveel voor- als achterkant. Net zoveel vrouw in haar rug als in haar buik. Altijd een wijdbeense nimf, ook als ze grieperig was of ongesteld in dat ene weekend.

Gabriela Sabatini.

Voor haar keek ik naar vrouwentennis. Niet om haar te zien dansen in het vlezige harnas. Om haar vertraagde motoriek. Alles aan Sabatini was lui. Maar het was de luiheid van het land, van de bergen, van het te vroeg gestorven kind in haar. Ze lachte nooit want lachen vermoeit. Haar opslag was zwak, zeiden de kenners. Welnee, haar opslag was een beetje lui. Er ging geen machinaal gebroed aan vooraf zoals bij juffrouw Pierce. Geen doodsrochel zoals bij Monica Seles. Zij sloeg het balletje op zoals moeders in haar land naar vliegen slaan, als de soep op tafel staat te dampen. Ze kleefde aan de baseline omdat daar de tijd was om gedachten en gevoelens te schikken tot een syndroom. De vrouwelijke trots van Evita Peron, die kende ze wel.

De internationale tennisbanen hoeven de netten niet meer aan te spannen voor het vrouwen-enkelspel. Steffi Graf zien ontploffen in haar korset van staal is mooi, maar niet tijdloos. Met de duurste voiles en volants redt ze het in lengte van jaren nog niet op de catwalk van Roland Garros. Ik kijk liever naar een mooi gebit. Martina Hingis doet me aan Dutroux denken. Haar gezichtje is geplooid naar het zout van tranen. Arantxa Sanchez is een aandoenlijk puddingbroodje, maar haar moeder is er dan weer te veel aan. Miss Davenport? Zelfs niet na honderd nachten Cuba libre.

Gabriela Sabatini gaf net de hitte die het vrouwentennis aan de rand van het spektakel brengt. Nu zij er niet meer is, mag het duizend jaar regenen over Wimbledon. De Argentijnse heeft aangekondigd dat ze het als popzangeres wil proberen - een tragisch misverstand. Gaby hoort in een musical thuis, met dansende knechten om haar heen die haar vergeefs begeren en van doffe ellende vermageren tot er niets meer is, behalve schedels van kobalt. Ze moet ook ophouden met haar cosmetica-lijnen. Vrouwen van haar staatsie heffen de handen zonder nagellak. Zeewind in de oksels volstaat ruimschoots.

De ingetogen diva heeft nooit een Grand Slam gewonnen. Toch iconiseerde zij de voorbije decade het vrouwentennis als geen ander. Reclame-analfabeten noemen dat uitstraling. Gewauwel. Het zit dieper. Het is instinctieve gratie: nooit een heftruck in de heupen, geen kantelende voet, het juiste veegje van de tong over de lippen, de blik souverein en toch weemoedig, meisjeshaar met hier en daar een zilvergrijs worteltje, woorden die neervallen als ijsklontjes in het glas. En dit alles met de schijn van een levensgroot raadsel. Rok met split of gehuld in lompen, het maakt niet uit: Sabatini zal altijd wereldser zijn dan de omstanders.

Ik ken nog iemand die dat heeft: Marcio Santos. Lang genegeerd, ja zelfs gekleineerd door Van Gaal, maar ook in die donkere uren bleef Santos groter dan Ajax. Santos komt niet uit Grootebroek of Avenhorn, hij komt uit de wereld. Dat zie je als hij op de bank zit, in zijn catacombe-gang en in zijn spel, in zijn schitterende moedeloosheid na een tegendoelpunt. Santos heeft wat Sabatini heeft: instinctieve gratie. Mensen van zijn soort de as ontzeggen zolang ze niet tot een Amsterdams accent zijn ingepolderd, is een belediging. Meer nog dan Litmanen geeft Marcio Santos aan Ajax een bravoure die (als hij speelt) van Amsterdam op slag een grootstad maakt.

Altijd weer hoor je: het gaat in de sport om het resultaat. Gabriela Sabatini heeft vele jaren laten zien dat het verlangen naar winst soms mooier en indrukwekkender is dan het bezit van game, set en match. In hun disciplines geldt hetzelfde voor Merlene Ottey, Nigel Mansell en Joop Zoetemelk. Met al hun titels komen Steffi Graf en Monica Seles morgen nog redelijk ongehinderd door de douane op Schiphol. Gabriela Sabatini daarentegen zal van ver herkend en toegewuifd worden. Er zal zich binnen de kortste keren een mollige menigte vormen. Want zij was meer dan een tennisster. Ook als ze stond te vervetten aan het net, werd ze nog gezien als een klein wereldwonder. Tegen de irrationaliteit van de liefde des volks is geen Grand Slam opgewassen. Vraag dat maar aan Evita. Of aan Che.