Dutch diary; Hollands dagboek: Rob Kroes

Socioloog Rob Kroes (56) is sinds 1985 hoogleraar Amerikanistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Tot januari is hij gastdocent aan Boston College, waar hij colleges sociologie en Amerikanistiek geeft. Van zijn hand verscheen onlangs If You've Seen One, You've Seen the Mall: Europeans and American Mass Culture.

Woensdag 16 oktober

Ik zit klaar voor de televisie. Het laatste debat tussen Clinton en Dole gaat zo beginnen. Ik beschouw het als een must, maar sta daarin betrekkelijk alleen. De aandacht voor de debatten is dit jaar geringer dan ooit tevoren. Mijn studenten vertelden me vanmiddag dat ze wel wat beters te doen hadden (ze moeten morgen bij mij een werkstuk inleveren). Onder collega's is de stemming niet anders. Er was meer opschudding over de onlangs uitgekomen universitaire rankings, een jaarlijkse publicatie van het tijdschrift US News and World Report en de meest gangbare gids voor ouders en studenten bij het kiezen van een universiteit. Harvard was, na jarenlang onbetwist nummer een te hebben gestaan, gezakt naar de derde plaats, achter Yale en Princeton. Leedvermaak alom. Een alumnus van Harvard schreef in de New York Times dat Harvard nu, behalve in andere opzichten, ook in nederigheid de beste moest worden.

Boston College staat op een gedeelde 38ste plaats, bij de toplaag van vijftig beste universiteiten, en tot mijn verbazing hoger dan gerenommeerde instellingen als de University of Wisconsin in Madison, of de University of Texas in Austin. Voor een school, geleid door jezuïeten, en in 1973 financieel aan de grond, een opmerkelijke herrijzenis. Maar daar weten die lui natuurlijk ook alles van. Zij zijn nog niet zo ver als Georgetown University, een andere instelling opgericht door de Societas Jesu, maar de opmars lijkt voorlopig niet tot stilstand gekomen.

De herleving is een typisch Amerikaans succesverhaal. Fondsenwerving, eerst onder alumni, naderhand ook elders, heeft een geduchte strijdkas opgeleverd - hier endowment geheten - die het college nu ruimte geeft voor expansie en kieskeurigheid bij de werving van studenten. De president onder wiens bewind deze keer verbetering is opgetreden, wordt overmorgen opgevolgd. Als men universiteitsvoorzitters in Nederland collectief gevers zou kunnen noemen (in de zin dat ze universitaire gelden doorgeven en uitgeven), zijn University Presidents hier nemers. Ze weten van aannemen en ondernemen; fondsenwerving is het voornaamste criterium van hun succes.

Het debat is een half uur gaande. Ik betrap mij erop dat ik in de antwoorden op vragen uit het publiek vooral de ingestudeerde strategieën van de oefenrondes probeer te herkennen. De kandidaten produceren flarden tekst die vaak weinig met de gestelde vraag uitstaande hebben. De telefoon gaat. Een collega uit Bloomington, Indiana. Hij vraag niet eens of hij mij stoort. Hij neemt aan dat ik met dezelfde walging als hij de televisie heb uitgedaan. Hij is een van die democratische idealisten die je aan Amerikaanse universiteiten wel vaker tegenkomt, als een zeldzame diersoort in reservaten. Nou ja, dan lees ik morgen wel wie het debat 'gewonnen' heeft.

Donderdag

's Ochtends met mijn nieuwe 'inline' schaatsen over de Minuteman Trail gereden. Op het bed van een opgeheven spoorlijntje volgt het traject, nu mooi geasfalteerd en gebruikt door joggers, fietsers, wandelaars en rolschaatsers, ongeveer de route van Paul Revere op weg naar Lexington en Concord om Amerikaanse rebellen te wapen te roepen tegen de Britse troepen. Nieuw-Engeland is nu op zijn mooist: overal de kleuren van het najaar.

De New York Times, die 's ochtends op mijn oprit wordt gegooid, had nog geen nieuws over het debat. Opeens voel je je zelfs in Boston in de provincie; mijn editie komt te vroeg van de pers om de vorige avond te kunnen verslaan. Maar de race zal niet plotseling nek-aan-nek zijn geworden. Dole mompelde iets over Indonesische campagnegelden voor de Democraten. Er komt iets van een hetze op gang, in de New York Times opgestookt door de rechtse columnist William Safire. Als de hetze aanslaat zal het meer te maken hebben met het soort xenofobie dat zich ook tegen immigranten richt en waar Republikeinen in Californië gretig op inspelen. Wat duistere campagnegelden betreft hebben ze zelf evenveel uit te leggen als de Democraten.

Later op de dag, op weg naar mijn spreekuur, steek ik de campus van Boston College over. Op het grote plein voor de universiteitsbibliotheek - genoemd naar een fameuze Ierse politicus uit Massachusetts, jarenlang voorzitter van het Huis van Afgevaardigden in Washington en weldoener van Boston College, William 'Tip' O'Neill - vindt een openluchtmis plaats. Dit alles loopt vooruit op de inauguratie morgen van de nieuwe president van Boston College, Father William P. Leahy, S.J.. Heren in het paars hebben zich verenigd op het podium. Er wordt gezongen en gesproken. Vóór mij zit een studente, ontspannen luisterend. Haar t-shirt draagt een rugtekst die mijn aandacht trekt. Lees ik het goed? 'Coed Naked Billiards' (gemengd naakt biljarten). Eronder een tekening van vier gekruiste keus, een handvol biljartballen, en dan de punchline: 'Get felt on the table' (te vertalen als: laat je op laken pakken). Hoogmis en rugtekst samen geven een totaal nieuwe wending aan het begrip 'Mass Culture'. Ik geef later die middag over dat onderwerp een werkcollege. De katholieke studenten kunnen wel om mijn waarnemingen lachen. Maar niemand weet waar ik zo'n t-shirt kan krijgen.

Vrijdag

Het Amerika Instituut stuurt mij een aflevering toe van Folia Civitatis, weekblad van de Universiteit van Amsterdam. De commissie die zich heeft gebogen over de financiële noden van de Letterenfaculteit is klaar met haar rapport. Een van haar voorstellen betreft het opheffen van de leerstoel amerikanistiek. De dreiging doet zich niet voor het eerst voor. Het lijkt alsof Amsterdam nooit van ganser harte geld heeft besteed aan de serieuze studie van de Verenigde Staten. Maar het komt deze keer niet als een klap aan. De avond tevoren, op een concert in Boston, had ik Jankarel Gevers ontmoet, de voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam. Hij was overgekomen om de inauguratie van de nieuwe President van Boston College bij te wonen. “We hebben net de amerikanistiek gered”, vertelde hij me daar. Pas de volgende dag begreep ik wat hij bedoelde.

Hij en ik waren overigens niet de enige Amsterdammers. Een gezelschap dekanen en andere bestuurders van de UvA is voor twee weken te gast op Boston College voor een verkenning van bestuurspraktijken bij enige universiteiten in deze omgeving. Twee weken lang zijn ze in zekere zin studenten amerikanistiek.

's Middags vindt de inauguratie van de nieuwe President plaats in de hal die normaal gesproken voor basketbal en ijshockey bestemd is. Onder de hoogwaardigheidsbekleders bevinden zich kardinaal Law, aartsbisschop van Boston, en gouverneur William Weld. Ik herken hem van de televisie. Hij heeft het als Republikein opgenomen tegen de zittende senator John Kerry, een Democraat. Hun debatten zijn over de gehele VS uitgezonden, een verademing vergeleken met die van de presidentskandidaten. Losser, spannender, en met het achteloos vertoon van stijl waarvoor je uit Nieuw-Engeland moet komen. Weld citeerde erudiet een vroege preek van één van de 'Pilgrim Fathers'. Kerry dankte hem voor dit eerbetoon aan, naar zijn zeggen, een van Kerry's voorouders.

Zaterdag

We hebben een vriend uit Berkeley op bezoek. We laten hem de omgeving zien. 's Avonds gaan we met een vrolijk gezelschap uit eten. Op weg naar onze bestemming passeren we een restaurant dat met grote letters op zijn markies de woorden heeft staan: BON APETIT. Wat is dat? Appetijt? Apetiet (of in de nieuwe spelling: apentiet?). Is het een vergissing of misschien het menu? Voor bezoekende Europeanen biedt Amerika nog steeds die momenten van snobistische vreugde, wanneer wij het beter weten. Op een klassiek radiostation hoorde ik iemand aankondigen: “And now, for some more Schubert lieders...” Iemand anders introduceerde zich bij mij als een alumni van Boston College. Het is alsof je de stem van Enny Mols-de Leeuwe weer hoort: “Mijn broer, die dus ook musici is...”

Zondag

Een, wat ze hier noemen, Nor'Easter, woedt over de oostkust. In een etmaal plenst twintig centimeter regen omlaag. Metrostations lopen onder, straten veranderen in rivieren. Het komt goed uit; ik moet een stuk schrijven voor een tijdschrift in Amsterdam. Ik heb een hekel aan deadlines, maar kan er niet zonder.

Maandag

Op aanraden van onze vriend uit Berkeley een film gezien: Lone Star. Een film zonder Hollywood-opsmuk over een bij uitstek Amerikaans thema: Amerika als een multi-etnische of multiculturele samenleving. Aan Amerikaanse universiteiten en onder de intellectuele voorhoedes van Amerika's culturele minderheden is het bon ton geworden om in het verhaal van de nationale identiteit, de minderheden op de voorgrond te plaatsen. De verkenning van Amerika's culturele identiteit heeft zich verplaatst van het centrum naar de marge, van de heldere lijn naar de rafelrand.

Volgens die visie is Amerika nog volop in wording in die schemerzones, of borderlands, zoals een geliefde metafoor het uitdrukt. De metafoor is ontleend aan het geografisch grensgebied met Mexico, waar zich altijd al een menging van culturen heeft voltrokken. Die menging was steeds een kwestie van strijd om culturele hegemonie, een brutale krachtmeting tussen de rechtvaardiging van Amerikaans expansionisme enerzijds en de roep om erkenning van hun culturele eigenheid van de kant van de minderheden in het grensgebied anderzijds. Lone Star speelt zich af in dat grensgebied. De titel van de film verwijst naar de trotse geschiedenis van Texas, de Lone Star State, een geschiedenis van de bevrijding van het Mexicaanse juk onder aanvoering van Amerikaanse helden. Het is het verhaal zoals de culturele elite in Texas dat graag aan haar kinderen doorgeeft en in schoolboeken verteld ziet. Maar het is geen verhaal waar alle Texanen, of allen woonachtig in Texas, zich in herkennen. Lone Star vlecht al die groepen in een filmverhaal samen. De film is in dat opzicht politiek correct, maar niet hinderlijk of gekunsteld, zoals in het geval van Dances with Wolves, een paar jaar geleden.

Dinsdag

Vanochtend kan ik weer mijn maandelijkse cheque ophalen. Ik laat me voor een van de twee colleges die ik hier geef betalen. Dat is een mogelijkheid die we in Amsterdam niet kennen. Ik had mijn best gedaan voor een jonge geleerde, vorig jaar bij mij gepromoveerd. Hij had aangeboden een college te verzorgen op het gebied van zijn specialisme toen hij na een jaar voortgezet onderzoek aan Harvard even terug was en zonder werk zat. Hij wou het eventueel om niet doen, omdat het geven van universitair onderwijs op zich zijn curriculum vitae sterker zou maken. Ik kreeg in Amsterdam nul op het rekest. Nu betaal ik hem wat ik hier verdien, of beter gezegd, wat hij verdient. Soms hebben Nederlandse universiteiten iets weg van een Potemkin-dorp. Van buiten gezien lijkt alles mogelijk, van binnenuit gezien kun je vaak niet zonder vrijwilligerswerk en improvisatie. Het zou goed zijn als er meer mogelijkheden kwamen voor kortstondige contractrelaties, met name voor het aanbieden van onderwijs.

Woensdag 23 oktober

Studenten liepen vanmiddag op mijn spreekuur de deur plat. Ik was te streng geweest bij de beoordeling van hun eerste werkstuk. Ik had met de mij toegewezen grader, een promotiestudent die bijverdient door examens na te kijken, de werkstukken doorgenomen en wij waren het eens geworden over de toekenning van cijfers. Maar het spreekuur was niet makkelijk.

's Avonds te eten gevraagd bij het hoofd van de afdeling buitenlandse programma's van Boston College. Onder de gasten was een academicus uit Sarajevo, hoogleraar bibliotheekwetenschappen aldaar en belast met wederopbouw van de collectie van de Nationale Bibliotheek. Hij was te gast geweest op het Witte Huis bij Hillary Clinton en toonde ons een foto van de ontvangst. Hij tekende sip aan dat hij wat achteraf op de groepsfoto stond. Ook voor het overige neigde hij tot verwijt. Europa betaalde te weinig en aan de verkeerde instanties. Voorzover men boeken gaf kon hij ze niet gebruiken. Hij straalde een verongelijktheid uit die een van de tafelgasten tot een beschaafde uitval bracht. Wat zij aan schatten hadden verloren, was niet door Europa's toedoen. Wat er van buitenaf ook geklunsd was, er was zeker geen onwil geweest om geld te storten in de bodemloze put van Joegoslavië's verstoorde maatschappelijke orde. Ik herinnerde mij mijn betrokkenheid bij de rampen die de Balkanbevolking zichzelf aandeed, mijn gevoelens van machteloosheid bij het zien van de dagelijkse televisiebeelden. Mijn gevoelens van irritatie nu lieten zich daar moeilijk mee verstaan. Toch kon ik ze niet onderdrukken.

Vanavond ook het laatste debat tussen Weld en Kerry. Na terugkeer thuis ga ik de vele tv-kanalen na in de hoop op een herhaling of samenvatting, maar de 'late-show' gastheren beheersen het beeld. Dan maar liever naar bed. Morgenavond het Farewell dinner voor de bezoekers uit Amsterdam. Als ze hun les hebben geleerd, zal de UvA nooit meer dezelfde zijn.