Connerotte

In de krant van 19 oktober schrijft mr. L.F.D. ter Kuile (Brieven): “Het geeft te denken dat iemand van zijn positie (Connerotte) van zo weinig inzicht blijkt geeft, als het gaat om de onpartijdigheid van de rechter”. Deze opmerking bracht mij het volgende voorval binnen onze eigen rechterlijke macht in herinnering.

Bijna vijftig jaar geleden was ik als substituut-griffier toegevoegd aan een onteigeningskamer van één der rechtbanken in het westen van ons land. Een lid dier kamer trad op als rechter-commissaris wiens taak het onder meer was drie door de rechtbank benoemde deskundigen op de te onteigenen percelen te beëdigen. Van hun bevindingen brachten die deskundigen rapport uit aan de rechtbank. Tussen de rechter-commissaris en hen bestond een goede onderlinge betrekking in de omgang.

Die rechter-commissaris kon maar moeilijk buiten de verstrooiïng die een pijp tabak blijkt te kunnen geven. Hij stak die dan ook telkens op, wanneer zijn ambtsverrichtingen dat toelieten.

Nu was het één der deskundigen niet ontgaaan dat 's rechters rookgerei sterk om vervanging vroeg. Op zekere dag bracht hij voor de magistraat een nieuwe pijp mee. Met erkentelijkheid nam de rechter de goede wil voor de daad en weigerde de gave.

Dus doende bewaarde hij zijn integriteit.