BELLEN UIT DE BEERPUT

'DE ONDERWIJSTELEFOON biedt een unieke gelegenheid om achter het toneel te kijken', zegt Ina Kallenbach, coördinator van deze nieuwe voorziening in het onderwijs. “Mensen kunnen anoniem bellen en vrijuit praten. De naam van de school hoeven ze niet te noemen. Nooit eerder kon je zo goed zicht krijgen op wat er werkelijk leeft op scholen en bij ouders.”

Ruim driekwart jaar staat het nummer 06-8804 open voor een ieder die iets op zijn hart heeft over de school, de leraren, de kinderen, de schoolleiding, over geweld, seksuele intimidatie, leerproblemen, discriminatie en vele andere kwesties die iets met onderwijs te maken hebben. Het eerste half jaar maakten bijna 700 mensen gebruik van deze voorziening, en naarmate de lijn bekender wordt stijgt het aantal bellers snel. Was de Onderwijstelefoon eerst op elke schooldag van twaalf tot vijf bereikbaar, sinds september zijn de openingstijden verruimd en kan men er van twaalf uur 's middags tot negen uur 's avonds terecht. Dat werd mogelijk doordat het ministerie van onderwijs, dat de lijn subsidieert, met meer geld over de brug kwam. De organisatie van de lijn is uitbesteed aan het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS), de dagelijkse uitvoering wordt verzorgd door Stichting Korrelatie, die een team van een zes professionele en speciaal op onderwijs getrainde hulpverleners achter de telefoon heeft zitten. Voorlopig duurt het experiment tot het eind van dit jaar.

De Onderwijstelefoon vervulde oorspronkelijk alleen een rol in het project 'De veilige school'. Dit project werd opgezet naar aanleiding van het onderzoeksrapport 'Leerlingengeweld', dat in 1994 voor nogal wat commotie zorgde. Leerlingen, docenten, directies en het ondersteunend personeel in het voortgezet onderwijs moesten een 'aanspreekpunt' krijgen waar ze terecht konden voor hulp, advies en informatie. Dit landelijke telefoonnummer moest een van de instrumenten worden in de strijd tegen de toenemende verharding van het schoolklimaat.

“Maar”, zo vertelt coördinator Kallenbach, “de naam Onderwijstelefoon bleek een geheel eigen dynamiek met zich mee te brengen. Er werd niet alleen uit kringen van het voortgezet onderwijs gebeld, maar uit alle onderwijssectoren. Vooral ouders met kinderen in het basisonderwijs hadden de Onderwijstelefoon snel gevonden.”

Toen bleek dat de hulp- en advieslijn werd gebeld over alle mogelijke onderwerpen die in het onderwijs spelen, werd besloten de opzet te verbreden. Daarnaast ging de Onderwijstelefoon een specifieke functie vervullen in campagnes van het ministerie van onderwijs zoals 'Voortijdig schoolverlaten', 'Geweld op televisie' en 'Weer samen naar school'. “Nu is de Onderwijstelefoon hulpdienst, luisterend oor, vraagbaak en wegwijzer voor het hele onderwijs”, stelt Kallenbach vast.

In het eerste halfjaar is de lijn het meest gebeld door ouders met kinderen op de basisschool. Vanuit het voortgezet onderwijs werd zowel door ouders (53%), als door leerlingen (40%) en docenten (22%) gebeld. De drie onderwerpen die het meest aan de orde kwamen waren: school-en leerproblemen, geweld in de brede zin des woords en klachten over school. Maar wat kun je doen als hulpverlener achter de telefoon als mensen met een serieus probleem komen? “Soms wil men alleen zijn ei kwijt, andere keren wil de beller hulp en advies”, zegt Kallenbach en ze geeft een voorbeeld dat haar nogal geschokt heeft. “Een docent belt ontdaan omdat hij met de dood bedreigd is. De hulpverlener aan de andere kant van de lijn vraagt of er nog meer collega's bedreigd zijn, maar dan blijkt dat de leerkracht de bedreiging niet op school ter sprake durft te brengen. Hij wordt ervan overtuigd dat wel te doen, want zoiets is niet alleen een persoonlijk probleem maar een probleem van een school met een verziekt werkklimaat.”

Het valt Kallenbach op dat ouders met kinderen in het basisonderwijs vaak al van alles hebben geprobeerd om hun klacht naar voren te brengen. “Ze hebben met de leerkracht gesproken en met de schoolleiding, maar ze vangen overal bot. Ze bellen dan wanhopig naar de Onderwijstelefoon, want de stap om hun kind van school te halen vinden ze meestal te groot.” Veel van deze ouders kunnen rechtstreeks doorgeschakeld worden naar de landelijke Ouderorganisaties, waarmee samenwerkingsafspraken zijn gemaakt. Er komen veel telefoontjes binnen over pesten, wat Kallenbach lichtelijk verbaast omdat daar de laatste jaren zoveel aandacht aan is besteed binnen het onderwijs. “Niet alleen kinderen pesten elkaar, uit de gesprekken blijkt dat ook leerkrachten regelmatig kinderen pesten. Daar ben ik toch erg van geschrokken.” De coördinator geeft voorbeelden van leerkrachten die kinderen in een kast opsluiten, of die aan het begin van de dag tegen een kind zeggen: 'Ben je vandaag al gepest of ben ik de eerste?' Kallenbach: “Dat is toch vreselijk? Zo'n kind moet nog een hele dag door.” Veel klachten van ouders gaan over het feit dat leerkrachten zien dat kinderen gepest worden, maar niet ingrijpen. “Ze laten het gebeuren en treden niet op.”

Allemaal verhalen die maatschappelijk werkster Marianne Kurvers overbekend voorkomen. Ze zit aan de telefoon onder het affiche met de tekst: '06-8804 Onderwijstelefoon luistert, helpt en informeert' en als haar dienst om twaalf uur aanvangt, begint de telefoon meteen te rinkelen. De oogst van een dag liegt er niet om. Een moeder belt over een vrouwelijke leerkracht die knijpt, slaat en kinderen intimideert. Er zijn meer ouders die daarover klagen, maar de juf ontkent en de directie van de school doet niets. Eén jongetje zit al ziek van angst thuis, aldus de belster. Verschillende telefoontjes gaan over de schoolcampagne Geweld op televisie. Een ouder vraagt zich af of tekenfilms ook niet erg geweldadig zijn, en kinderen wel naar Zorro kunnen kijken. Een vader die actief in de medezeggenschapsraad op school is, vindt dat er op school veel gepest wordt, en vraagt zich af hoe hij dit onderwerp goed aan de orde kan stellen. Een MBO-leerling van Marokkaanse afkomst klaagt dat er bij hem op school gediscrimineerd wordt. Zowel door leerlingen als door docenten. Opmerkingen als: 'Je bent hier alleen voor de studiefinanciering', of: 'Ga ergens anders je tijd verdoen', raken hem diep. Als hij er met docenten of de schoolleiding over praat, zeggen ze altijd dat het om 'miscommunicatie' gaat, maar dat vindt hij al te gemakkelijk. Een moeder wier zoon door een leraar is mishandeld wilde hem naar een andere school laten gaan, maar die viel onder hetzelfde bestuur. Haar zoon mocht daar alleen komen als er verder over het incident werd gezwegen. Daarmee is ze akkoord gegaan, maar achteraf vindt ze dat toch wel een vreemde voorwaarde. En een jongen van vijftien belt omdat hij in de knoop zit met zijn beroepskeuze. Hulpverleenster Marianne Kurvers, zelf ooit in het onderwijs werkzaam, schrikt nog regelmatig van de verhalen die ze hoort. “Soms heb ik het gevoel dat er een beerput opengaat.”