Babyboomers: de 'generatie Nix' klaagt aan

Het gaat goed met Nederland, maar is er straks voldoende werk, een schoon milieu en een goed bestuur voor de nieuwe generatie? Guido Enthoven en Karin van Doorn schreven met veertig generatiegenoten een open brief aan de gevestigde orde: Jullie kritiek op onze leefwijze klinkt welk erg schril.

Woorden, woorden, mooie woorden. 'Voor de toekomst van onze kinderen'. Ik ben dat kind. Jullie hebben het over mijn toekomst. De toekomst van mijn generatie. Jullie noemen ons 'generatie Nix'. De generatie geboren tussen 1960 en 1980, na de babyboomers.

Jullie noemen ons generatie Nix omdat er niets van ons zou uitgaan, omdat we geen idealen meer hebben. Waar jullie de welvaartsstaat opbouwden, stellen wij ons tevreden met instant-kicks. Waar jullie in de jaren '60 provoceerden en demonstreerden, dansen wij een gat in de nacht. Waar jullie favoriete drieletterwoorden Mao en Che waren, kiezen wij voor MTV en XTC. Het klopt allemaal. Voor een deel.

Maar het is niet het hele verhaal. Jullie kritiek op onze leefwijzse klinkt wel erg schril. Het komt uit de monden van oude mannen en vrouwen, die òf helemaal nooit iets hebben geprobeerd in hun leven ('ja, ja, wel die welvaartsstaat opgebouwd'), òf uit de mond van de groep die in de jaren '60 een redelijk naïeve en maar zeer ten dele geslaagde poging heeft gedaan de loop der geschiedenis te beïnvloeden. [...]

Om te beginnen mogen we jullie dankbaar zijn. Wij hebben een redelijk onbezorgde jeugd gehad. We groeiden op in een welvaartsstaat die jullie hadden opgebouwd. Onze ouders hadden altijd werk en als dat niet het geval was, dan hebben jullie er in ieder geval voor gezorgd dat niemand van ons honger heeft hoeven lijden, we altijd een dak boven ons hoofd hadden, naar school konden, ja zelfs moesten.

Kortom: een jeugd waarin wij konden voetballen, balletles volgen, of tv kijken, waar onze grootouders al vanaf hun twaalfde jaar in de spinnerijen of op het land moesten werken. We leven in een overwegend welvarend en gelukkig land en daar hebben jullie een belangrijke bijdrage aan geleverd. Petje af.

Tegelijkertijd hebben jullie het ons niet gemakkelijk gemaakt. Jullie hebben het over onderwijs 'als investering in de toekomst'. Maar waar jullie alle tijd hadden om te studeren en de wijsheid van de eeuwen tot je te nemen, moeten wij in een verschoolste universiteit voornamelijk praktisch bruikbare kennis opdoen. In een tempo waarbij enige gepaste contemplatie over de toestand in de wereld bijna tot de fysieke onmogelijkheden behoort.[...]

Waar jullie het volle leven konden starten met een baan naar keuze, is onze generatie niet welkom op de arbeidsmarkt. Blijkbaar zijn jullie met jullie kennis en vaardigheden er niet in geslaagd een systeem te creëren waarbij jonge mensen die vol goede moed en gemotiveerd klaarstaan om iets te doen voor de maatschappij, ook daadwerkelijk een kans krijgen.

Sterker nog: jullie hebben het bolwerk der kennis zodanig afgeschermd, dat mensen van onze generatie in vier jaar voor een hongerloon onderzoek mogen doen, waarna de universiteit tot haar spijt geen ruimte heeft voor een regulier dienstverband. Wat een verspilling van talenten. En dan maar brommen over de gebrekkige motivatie van iemand die 150 afwijzingen heeft gehad. No future voor de patatgeneratie.

Daarnaast hebben jullie slecht op de familieportemonnee gepast. Jullie hebben schulden gemaakt die wij straks gezellig moeten afbetalen. De rentelasten vormen bijna de grootste post op de rijksbegroting. We moeten een steeds groter deel van ons inkomen betalen aan jullie schulden. Jullie hebben op te ruime voet geleefd en wij zullen daar in toenemende mate voor moeten opdraaien.[...]

Ook hebben jullie een merkwaardig talent om in dit kader niet to the point te komen. Er is een maatschappelijk debat gaande over normen en waarden. Wat is daar nu precies uitgekomen? Dat sommigen het betuttelend vinden en anderen toch wel echt belangrijk. Dat de christelijke moraal een stevig fundament van onze cultuur vormt, maar dat een seculiere moraal toch ook niet onmogelijk is. Iedereen praat en praat en vindt het belangrijk en heeft het over gemeenschapszin, communitarisme en normen en waarden, maar een clou, een conclusie, een actieplan, experimenten, no way. Babbelen, babbelen, babbelen, daar zijn jullie altijd al goed in geweest.

Tegenwoordig moeten wij 'maatschappelijk geactiveerd' worden. We hebben hierboven al gesproken over jullie weinig gastvrije houding op de arbeidsmarkt. Jullie hebben de afgelopen vijftien jaar een aantal maatschappelijke taken wegbezuinigd die wij nu mogen invullen als Melkertbanen. Nu is het op zich te waarderen dat de minister in ieder geval iets probeert. Maar het blijft natuurlijk een beetje sneu om hetzelfde werk te moeten doen als collega's en alleen de helft minder betaald te krijgen. Misschien zou er toch eens een fundamenteel debat over de toekomst van de sociale zekerheid gevoerd moeten worden. Jullie hadden het beloofd. Maar ja, dat brengt alleen maar onrust in de tent.[...]

En dan onze omgeving. Welvaart wilden jullie brengen, voor iedereen. Jullie brachten ons magnetrons, cd-spelers, video's en vooral veel portable telefoons. Jullie hebben van je ouders en grootouders een wereld geërfd die schoon was. Een wereld waar veel soorten vlinders voor een gelukkige zomerdag zorgden, waarin het voorjaar nog lekker rook. En kijk eens wat jullie ons nalaten: het stinkt in de zomer naar mest, uitlaatgassen, smog en afval. Wij mogen straks 100 miljard aan bodemsanering betalen voor het gif dat jullie hebben achtergelaten. Het debat over de ecotax was in dit kader weer van een adembenemende triestheid. Het allereerste, allerkleinste stapje naar een ecologisch belastingstelsel is voor de meesten van jullie eigenlijk alweer een brug te ver.

Het openbaar bestuur ten slotte. Het was wel even schrikken begin jaren negentig. Allemaal wegblijvers bij de verkiezingen en proteststemmers. Snel een commissie-Deetman instellen. Na veel papier en weinig resultaten nog maar eens een ministeriële commissie opgetuigd. Inmiddels is iedere ambitie gesmoord in vuistdikke nota's die het zicht op welke werkelijkheid dan ook belemmeren.[...]

Het wantrouwen in de politiek is nog nooit zo groot geweest. Wat wij ons afvragen is of dat nu echt tot jullie doorgedrongen is. Dat een grote meerderheid van de kiezers het gevoel heeft dat de politiek niet te vertrouwen is. Dat is toch niet goed voor een democratie? Soms hebben we het idee dat jullie denken: 'Jammer dat ze niet snappen dat we het land goed besturen'.

Het kon allemaal beroerder. Jullie hebben misschien je best gedaan. Waarvoor nogmaals erkentelijkheid. Maar jullie zijn op een aantal fronten écht tekort geschoten.

Nu kunnen jullie kiezen uit twee opties. De eerste is hopen dat het overgaat, dat wij ook ouder worden en daarmee ook boter op ons hoofd krijgen. Dit scenario is niet onwaarschijnlijk. Als het erop aan komt zullen wij wel weer geen haar beter zijn dan jullie. Het zou ook goed passen in jullie neiging om ingewikkelde problemen te ontkennen, voor je uit te schuiven of domweg dood te zwijgen.

Maar jullie nemen daarmee ook een risico. Als wij ooit de aftrekbaarheid van hypotheken moeten afschaffen om de rente op jullie schulden te kunnen betalen, is het niet uitgesloten dat er stemmen opgaan om dit dan ook maar met terugwerkende kracht te doen. Een seniorenheffing. Verkoop je toch gewoon je boot.

Een tweede optie verdient wat ons betreft de voorkeur. Hierboven zijn enkele problemen geschetst. Daar moet iets mee. Tot dusver zijn jullie er niet in geslaagd ze op te lossen. En met jullie bedoelen we met name (maar niet uitsluitend) de 250 mannen en vrouwen die de boel in Nederland regelen.

Misschien is het aardig om eens samen na te denken. Want uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om generaties: 'We're just two lost souls swimming in een fishbowl, year after year...'.

Wat klopt van bovenstaande analyse en wat niet? Wat zijn onontkoombare mechanismen en waar zit creatieve ruimte? Jullie hebben veel deskundigheid. En wij wat ideeën. Let's reinvent Elsschot:

'Tussen droom en daad, staan wetten in de weg en schijnbare bezwaren, en veel koudwatervrees die niemand kan verklaren'.