Armoede domineert Bulgaarse presidentsverkiezingen

ROTTERDAM, 26 OKT. De presidentsverkiezingen van zondag in Bulgarije vormen de eerste electorale krachtmeting tussen de regerende socialisten (ex-communisten) en de oppositie sinds Bulgarije in een maalstroom van economische en sociale ellende is beland. Extreme verpaupering door het uitblijven van hervormingen, de val van de nationale munt, de lev, bankcrises, broodtekorten en een reeks uiterst pijnlijke prijsschokken spelen zondag een grotere rol dan de persoonlijkheid van de kandidaten.

Bulgarije is in luttele maanden op het gebied van de levensstandaard in de staart van Europa terechtgekomen. Pessimisme, cynisme en hopeloosheid zijn het gevolg: de bevolking is verarmd en vermurwd. “Men ziet geen uitweg meer”, zei eerder deze maand de vertegenwoordiger in Sofia van de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP, Antonio Vigilante. “Ik maak me extreme zorgen over de hopeloosheid en het gebrek aan hoop en vertrouwen, omdat die de Bulgaren ervan weerhouden de crisis te boven te komen.”

Jarenlang hebben Bulgaarse regeringen - maar vooral de huidige, van de socialisten - hervormingen uitgesteld of halfslachtig doorgevoerd. Nu betaalt het land de prijs. De maandelijkse inflatie is twintig procent. Het reële inkomen is in tien maanden met 45 procent gedaald. Negentig procent van de Bulgaren leeft volgens internationale criteria onder de armoedegrens. De kosten van levensonderhoud zijn dit jaar verdrievoudigd en bejaarden kunnen op de drempel van de winter hun licht, gas en huur niet meer betalen. Al in de buitenwijken van Sofia ziet men karren met paarden en grazende geiten.

De nu al enkele jaren aanhoudende economische crisis heeft geleid tot een democrafische crisis. In drie jaar is de bevolking van 8,48 miljoen gedaald tot 8,38 miljoen. Gevreesd wordt dat er in 2010 nog maar 7,5 miljoen en in 2020 nog maar 7,1 miljoen Bulgaren zijn, de tol van armoede, geweld, ziekten, onzekerheid, woningnood, werkloosheid en stress. Er worden in Bulgarije 40 procent minder huwelijken gesloten dan in 1990 en het geboortecijfer - met 8,2 per duizend inwoners per jaar het laagste in Europa - ligt aanzienlijk lager dan het sterftecijfer (13,6 per 1000).

Tussen 1989 en 1996 zijn ook nog 580.000 Bulgaren geëmigreerd, merendeels jonge, goed opgeleide mensen op zoek naar een beter leven in Canada, de VS en Zuid-Afrika. “Bulgarije heeft nooit in zijn geschiedenis zo'n diepe economische crisis meegemaakt en zijn bevolking is nooit armer geweest dan nu. Alle intelligente en goedopgeleide Bulgaren verlaten het land omdat ze hier geen toekomst hebben”, zei vakbondsleider Konstantin Trentsjev deze maand.

Het ligt tegen die achtergrond voor de hand te veronderstellen dat de regerende Bulgaarse Socialistische partij (BSP), hoofdschuldige aan de crisis, alle krediet kwijt is en dat de kandidaat van de oppositie zondag op een gemakkelijke zege afgaat. De eerste conclusie is juist, de tweede niet.

De oppositie namelijk, vooral geconcentreerd in de Unie van Democratische Krachten (SDS), is er de afgelopen jaren niet in geslaagd zich in gunstige zin te profileren: de Bulgaarse politiek wordt gedomineerd door onderling geruzie en gekrakeel en verzet-omwille-van-het-verzet. Zelfs over de simpelste klussen kunnen de partijen het niet eens worden. Zo slaagden ze er vorige week niet in een commissie samen te stellen die de recente moord op oud-premier Andrej Loekanov moet onderzoeken: beide partijen eisten meer zetels in de commissie dan de andere wilde toestaan. Het prestige van de BSP mag laag zijn, dat van de SDS is niet veel hoger. De enige ècht populaire politicus in Bulgarije is geen politicus en woont in Madrid: ex-koning Simeon II, die eerder dit jaar een extatische triomftocht door Bulgarije maakte. Zijn aanhang boycot de verkiezingen van zondag.

Kandidaat van de BSP is zondag Ivan Marazov, een in Leningrad afgestudeerde kunsthistoricus, hoofd van het Instituut voor Kunstgeschiedenis van de Academie van Wetenschappen en oud-onderminister van cultuur. Hij verving laat in de campagne de oorspronkelijke BSP-kandidaat Georgi Pirinski, die niet mocht meedoen omdat hij bij zijn geboorte niet het Bulgaarse staatsburgerschap had. SDS-kandidaat is de wat kleurloze jurist Petur Stojanov, vice-voorzitter van de SDS-fractie in het parlement, die eerder dit jaar verrassend in voorverkiezingen de zittende president, Zjeljoe Zjelev, versloeg in de strijd om een gemeenschappelijke oppositiekandidaat. Naast die twee kandidaten doen nog enkele anderen mee, van wie alleen Georgi Gantsjev, leider van het Bulgaars Zakenblok (BBB), in de peilingen meer dan een paar procent scoort.

Volgens die peilingen kan Stojanov zondag op iets meer dan dertig procent van de stemmen rekenen, Marazov op twintig tot vijfentwintig. Gantsjev komt de laatste weken sterk op: zijn aanhang steeg van tien tot bijna twintig procent. Dat zou betekenen dat Stojanov het in een tweede ronde moet opnemen tegen zijn ex-communistische rivaal.

In twee televisiedebatten hebben de twee kandidaten het vooral gehad over de nationale veiligheid en het buitenland beleid - thema's die weliswaar met de functie van de president te maken hebben, maar die de meeste Bulgaren in hun misère van alledag nauwelijks aanspreken. Stojanov wil een snelle integratie van Bulgarije in EU en NAVO, Marazov wil daarover een referendum omdat “de Bulgaren zich nog niet bewust zijn van de voordelen van de NAVO”.

Relevanter is wellicht dat de presidentsverkiezingen de weg kunnen vrijmaken voor een fundamentele wijziging van het deplorabele politieke toneel: achter de schermen wordt in Sofia volop gespeculeerd over de vorming van een nieuwe coalitieregering tussen de SDS en splintergroepen binnen de BSP. Het blad Kontinent voorspelde begin deze maand dat de BSP na de presidentsverkiezingen zal uiteenvallen. Zelfs binnen de BSP is de ontevredenheid over het beleid van premier Zjan Videnov zo groot, dat delen van de partij zich willen afscheiden om met de SDS in zee te gaan. Op 15 oktober citeerde het blad Standart BSP-woordvoerster Klara Marinova en vice-fractieleider Stefan Gajtandzjiev die die speculaties bevestigden. Ze achtten zowel een tweepartijencoalitie als een zakenkabinet mogelijk. Volgens het blad Novinar is achter de schermen Ivan Kostov, de leider van de SDS, al aangewezen als premier van een 'brede coalitieregering', die zou moeten worden gevormd na een motie van wantrouwen tegen Videnov, die zou worden gesteund door een aantal ontevreden BSP'ers.