Advocaten (3)

Het vrijuitgaan van een notoire misdadiger dankzij een vormfout is natuurlijk een betreurenswaardig verschijnsel. Maar wie is daarvoor verantwoordelijk? Er zijn vier instanties bij betrokken: de wetgever, het openbaar ministerie, de advocaat en de rechter.

Van deze vier is de advocaat de minst schuldige. Het openbaar ministerie maakt de vormfout. De wetgever verbindt daaraan nietigheid. De rechter past die wet toe, weigert dus de vormfout door de vingers te zien en laat de verdachte lopen. Het enige wat de advocaat heeft gedaan is: op die vormfout voorzover nodig te attenderen. Het is niet aan hem over de gevolgen ervan te beslissen. Dat doen de rechter en de wetgever; tegen hen zou de volkswoede zich moeten richten. De leek meent vanouds dat de advocaat de boosdoener is. Dat ook juristen als Couwenberg en Kaptein deze elementaire denkfout maken is een reden tot verbazing.