Striptease op Shakespeare

Alan Isler: De beelden van Nicholas Kraven. Vertaald uit het Engels door Barbara de Lange. Balans, 236 blz. ƒ34,90

'Het was 1974', meldt de verteller in hoofdstuk een; 'de laatste jaren had er een krachtige nieuwe wind gewaaid door de hof van academia, waardoor de ooit sterke boom der kennis was ontworteld en de verspreide vruchten lagen te rotten in onvruchtbare aarde.' Wat volgt is het verhaal van Nicholas Kraven, een even arrogante als wellustige professor Engelse letterkunde aan een kleine Newyorkse universiteit die in twee weken tijds zijn hele, op leugens gebouwde leven in elkaar ziet storten.

De beelden van Nicholas Kraven, in Amerika verschenen als Kraven Images, is de tweede roman van Alan Isler (1934), die vorig jaar verraste met De prins van West End Avenue. Een aantal elementen uit dat debuut komt terug in Islers nieuwe boek: een oudere hoofdpersoon ziet zich plotseling geconfronteerd met 'demonen' uit het verleden; de eerbiedwaardige maar stoffige cultuur van de Oude Wereld komt in botsing met de oppervlakkige vitaliteit van de Nieuwe; en stijl en inhoud worden gekleurd door verwijzingen naar de toneelgeschiedenis. Maar anders dan De prins van West End Avenue is De beelden van Nicholas Kraven geen tragikomedie. Het is satire die overheerst, of liever: de kluchtigheid van de comedy of errors.

Aan humor geen gebrek in De beelden van Nicholas Kraven. Wie niet grinnikt om de erotomane, rijmelende en constant liegende hoofdpersoon, doet dat wel om de bijfiguren - de Catweazle-achtige student bijvoorbeeld die meent te kunnen bewijzen dat de tovenaar Merlijn een jood was, of de blijmoedige stripteaseuse die geldschieters zoekt voor haar bewerking van Hamlet tot een sexy ballet. Ook de plot is gek genoeg om de aandacht vast te houden, zelfs al is het aantal ontwikkelingen rondom Kraven duidelijk te groot voor de 236 bladzijden die het boek telt.

Wat niet uit de verf komt is het serieuze staketsel van de roman. Isler geeft de lezer geen tijd en gelegenheid om sympathie te krijgen voor zijn veelgeplaagde hoofdpersoon, en raffelt in de laatste hoofdstukken Kravens zoektocht naar zijn joods-Oostenrijks-Engelse wortels zelfs af. Het superieure evenwicht tussen snikken en grimlachjes waardoor De prins van West End Avenue gekenmerkt werd, is in Islers tweede roman niet bereikt. Kenners van het genre van de universiteitsroman zullen wellicht plezier beleven aan De beelden van Nicholas Kraven. Ieder ander zou ik eerder Kingsley Amis' Lucky Jim aanraden, of Small World van David Lodge.