Spaanse regering laat verdeeldheid groeien

MADRID, 25 OKT. Wat onder dertien jaar socialistisch bewind nog onmogelijk was, lijkt onder het centrum-rechtse kabinet van premier José María Aznar alsnog te lukken. De autonome regio's Baskenland en Catalonië, waar het lokale afscheidingssentiment van oudsher het sterkst vertegenwoordigd is, hebben de afgelopen weken financiële concessies van de centrale regering in Madrid weten af te dwingen die de nationalistische droom van een eigen dwergstaat aanzienlijk dichterbij hebben gebracht.

In Baskenland werd de overwinning met gepaste tevredenheid gevierd. De regioregering heeft de heffing van de inkomstenbelasting vrijwel geheel in handen en mag van Madrid nu ook een aantal belangrijke accijnzen zelfstandig gaan innen. “Dit is geen kwestie van centen, maar van zelfbestuur”, zo verklaarde euforisch een van de nationalistische leiders. De Catalaans-nationalistische leider Jordi Pujol liet vanuit zijn regeringszetel in Barcelona weten ook tevreden te zijn met het grotere deel van de inkomstenbelasting dat hij voortaan in eigen regio mag besteden. Maar Pujol, wiens steun onontbeerlijk is voor de overleving van de centrale minderheidsregering in Madrid, liet direct weten dat een en ander slechts een stapje is in de goede richting. Ook de Catalaanse nationalisten willen dezelfde verregaande bevoegdheden als Baskenland wist te verwerven.

In Madrid toonde premier Aznar zich de afgelopen dagen vooral content dat zijn begrotingsvoorstellen voor het komende jaar - die de strengste bezuinigingen sinds de Franco-periode heten te bevatten - afgelopen woensdagnacht ongeschonden door het parlement zijn geloodst. Het kabinet, sinds mei in het zadel, heeft zijn eerste belangrijke vuurproef doorstaan. En dat met de steun van zowel de Catalaanse als de Baskisch-nationalistische partijtjes, groepen waar de huidige regeringspartij vroeger aanhoudend mee overhoop lag.

Alle tevredenheid ten spijt groeit evenwel het ongenoegen. Zoals in de armere delen van Spanje, de door socialisten geregeerde regio's Andalusië en Extremadura, waar gevreesd wordt dat het nieuwe systeem tot een aanzienlijke lagere budgetten zal leiden. “Deze regering heeft geen project”, verklaarde gisteravond oppositieleider Felipe González in het eerste televisie-interview sinds hij als premier het veld moest ruimen. De minderheidsregering Aznar houdt volgens González op opportunistische wijze uitverkoop om zich van de steun van de nationalistische partijen te verzekeren. Dit zonder duidelijk voor ogen te hebben wat de uiteindelijke gevolgen zijn voor de onderlinge samenhang van de Spaanse staat, terwijl ook de uiteindelijke lasten voor de toekomstige staatsbegrotingen onduidelijk zijn.

Ook in Aznars eigen kring groeit de onrust. Diens Partido Popular - een politiek amalgaan van rechts-liberalen, christendemocraten en oude Franco-aanhang - wist met de verkiezingsoverwinning in zicht de interne vrede te bewaren. Maar de concessies aan de Catalaanse en Baskische nationalisten zijn een groot deel van de conservatieve aanhang - die voor de verkiezingen de Catalaanse leider Pujol nog openlijk uitmaakte voor een lelijke dwerg die eerst maar eens behoorlijk Spaans moest leren spreken - danig in het verkeerde keelgat geschoten.

Ook de schaamteloze baantjesjagerij die de afgelopen maanden losbrak voor het bezetten van de talrijke posten (hoge ambtenaren, directies van staatsondernemingen, redacteuren binnen staatstelevisie en -radio) heeft zo zijn wonden geslagen. Niet alleen bleek niet iedereen in de achterban tevreden met zijn beloning. De massale exodus van ervaren beleidsmakers heeft volgens uitgelekte berichten bij sommige ministeries geleid tot een totale chaos en verlamming, waarbij weinig terecht komt van de ambitieuze plannen van de regering.

De conservatieve sector lijkt daarentegen wel succesvol bij het krijgen van meer greep op de media. Vrijwel alle nieuwslezers en belangrijke redacteuren van binnen de staatstelevisie en -radio hebben het veld geruimd voor politiek geestverwanten van de regering. Ook het regeringsbureau van statistiek ontkwam niet aan enige publicitaire correcties van hogerhand. De politieke peilingen, die de laatste tijd wat ongunstig uitpakken voor het kabinet, zijn enigszins aangepast. De vraag op welke partij men nu zou stemmen is inmiddels uit de enquêtes geschrapt. “Om onrust te voorkomen”, aldus de officiële verklaring.