Pretenties

Laatst langs het huis van onze minister-president gefietst. Het is een pretentieloos huis in zo'n saaie Amsterdamse buitenwijk. Een no-nonsense huis is het, zonder enige opsmuk. Onze minister-president zal het wel gekocht hebben in de tijd dat hij nog bij de vakbond werkte. Daarom mocht het vooral geen huis zijn, waarvan een langskomende arbeider zou kunnen zeggen: “Die laat het breed hangen van onze centen.”

Het schijnt goed te gaan met wat tegenwoordig in de volksmond de BV Nederland wordt genoemd. Een BV, zegt mijn accountant, begint pas interessant te worden als je meer dan twee ton verdient. Het moet dus echt goed gaan. Dankzij Kok bruist Nederland van de activiteiten. Overal wordt gebouwd en handel gedreven. Op de departementen wordt al gepland tot ver na het jaar 2020. De beurs breekt elke week nieuwe records en volgens The Economist zijn andere landen jaloers op ons monetair beleid dat een gulden heeft opgeleverd zo hard als graniet.

Maar het vreemde is dat telkens als onze huidige minister-president begint te spreken, ik de neiging heb om in slaap te sukkelen. Zelfs als de minister-president een onderwerp aansnijdt dat mij interesseert, kan ik nauwelijks mijn hoofd erbij houden. Toch is Kok geen hakkelaar. Integendeel, dankzij allerlei ingeslepen tussenvoegsels als 'in het kader van', 'wat betreft dat', of 'in die zin dat' breit hij met het grootste gemak zinnen aan elkaar. Vooral de uitdrukking 'in die zin dat' ligt onze minister-president in de mond bestorven. Hij zou, wat betreft het specifieke gebruik ervan, wel eens de uitvinder kunnen zijn. Dit is niet blauw, in die zin dat het rood is. Het regeringsbeleid verdient geen kritiek, in die zin dat het consistent is.

We hebben Den Uyl gehad, die met zijn woordkronkelige, dikwijls naar niets leidende zinnen toch op de een of andere manier meeslepend kon spreken. Wij hebben Van Agt gehad, die met zijn barokke archaïsmen voortdurend de lachers op zijn hand wist te krijgen en wij hebben Ruud Lubbers gehad, die over het geheimzinnige vermogen beschikte om duistere zinnen toch heel plausibel te laten klinken.

Maar nu hebben wij Wim Kok, die spreekt als een kraai op een dorre akker, en nog nooit is het zo goed gegaan met Nederland. Wanneer Kok spreekt, is er niets waaraan je verbeelding blijft haken, maar toch schiet de BV Nederland omhoog naar ongekende winsten. Wat betreft de toekomst zijn wij in het kader van het jaar 2000 niet ontevreden, in die zin dat wij niet pessimistisch zijn.

Misschien is die pretentieloze houding wel de beste manier om Nederland te regeren. Je ziet het ook in Amsterdam gebeuren. Jarenlang is Amsterdam bestuurd door een burgemeester, die overliep van enthousiasme. Als een kangoeroe jumpte hij op zijn springstok van het ene project naar het andere, zonder dat je ooit het gevoel kreeg dat er iets van de grond kwam. Elke week las je wel ergens een paginagroot interview met deze burgemeester, waarin werd opgeroepen de internationale dynamiek van de stad nog verder te vergroten. Daar is tenslotte heel weinig van terechtgekomen, onze hoofdstad moest bij de toewijzing van de Olympische Spelen zelfs met de laatste plaats genoegen nemen.

Sinds twee jaar heeft Amsterdam een heel ander soort burgervader. Een paar dagen geleden werd hij door de Volkskrant geïnterviewd, maar hoewel de verslaggevers met zijn tweeën waren, wisten zij niet veel uit hem te krijgen. Het werd een schamel driekolommetje, waarbij een grote foto moest verhullen dat er nauwelijks iets was gezegd.

“Ik beschouw mijzelf als een huisbaas die een pand betreedt en achterstallig onderhoud constateert”, aldus Patijn. Dat is het. Amsterdam heeft geen burgemeester die een huis binnenloopt en een lekkende kraan ziet, maar een die een pand betreedt en die iets constateert. Eén keer per week laat Patijn zich ondervragen op de lokale televisiezender AT5, en dan heb ik hetzelfde als wat mij bij Wim Kok overkomt - geef die man drie woorden en ik dommel subiet in slaap.

Maar fietsend door Amsterdam stuit ik op honderden bouwputten en als ik het goed begrepen heb, zal de stad tot het jaar 2020 open liggen.