Pakistaanse economie toont veerkracht

Buitenlandse zakenlieden die hun intrek nemen in het Marriott-hotel in Karachi kijken verbouwereerd als ze bij de ingang met hun attachékoffertje een poortje met een wapendetector moeten passeren. Hun zaktelefoons hebben ze al thuisgelaten, want het gebruik daarvan is al meer dan een jaar verboden in Pakistans economische hoofdstad.

Het zijn overblijfselen van de chaotische periode vorig jaar, toen zwaar bewapende etnische en religieuze facties elkaar op leven en dood bevochten en de strijders zich voor hun communicatie bij voorkeur bedienden van moeilijk traceerbare mobiele telefoons. Ruim 1770 inwoners vonden in 1995 een gewelddadige dood.

Inmiddels is het klimaat verbeterd. Er zijn minder schietpartijen en het aantal proteststakingen dat de stad keer op keer verlamde is drastisch verminderd. De managers van bedrijven herademen. “We zitten min of meer op schema met onze omzet voor dit jaar”, aldus Syed Naseem Ahmad, directeur van Philips in Pakistan.

Toch blijft de beurs van Karachi kwakkelen. Dat heeft vooral te maken met de reusachtige macro-economische problemen van Pakistan. Het begrotingstekort bedraagt inmiddels bijna 6 procent en de buitenlandse-valutareserves van het land zijn vrijwel uitgeput. Pakistan moet zich in allerlei bochten wringen om enkele honderden miljoenen dollars aan leningen te kunnen terugbetalen.

De Pakistaanse rupee heeft de laatste maanden zware klappen opgelopen. Afgelopen dinsdag kondigde de regering opnieuw een devaluatie van 8,5 procent aan. Voor een Amerikaanse dollar krijgt men voortaan 40,12 rupees. Door deze devaluatie kan het tekort op de handelsbalans van bijna 300 miljoen dollar per maand althans enigszins worden gecorrigeerd.

Het Internationaal Monetair Fonds weigert vooralsnog de geplaagde premier Benazir Bhutto de helpende hand toe te steken. Een lening van 600 miljoen dollar werd in april opgeschort, omdat het IMF vindt dat Pakistan ondanks beloftes van beterschap een onverantwoord economisch beleid voert. Al wekenlang proberen Bhutto's afgezanten in Washington het IMF tot andere gedachten te brengen.

De economische heelmeesters uit Washington verlangen van Bhutto dat ze haar begrotingstekort tot 4 procent terugbrengt, de indirecte belastingen verlaagt en de directe verhoogt. Vooral die laatste twee aspecten vormen hete hangijzers. “Wat economisch wenselijk is, is hier politiek niet altijd haalbaar”, oordeelt een zakenman in Karachi die anoniem wil blijven.

Op een bevolking van ruim 130 miljoen worden slechts zo'n 800.000 Pakistanen direct belast. Dat zijn vooral mensen in loondienst in de steden, behorend tot de opkomende maar politiek machteloze middenklasse. “Op den duur zaagt de regering de poten onder haar eigen stoel weg als ze alleen de middenklasse blijft belasten”, zegt een Westerse diplomaat.

De schatrijke grote feodale landheren, die sinds het ontstaan van Pakistan in 1947 een dominante positie innemen, betalen geen cent: inkomsten uit landbouw zijn belastingvrij. Ook de vermogende familie Bhutto zelf, die veel grond bezit in de provincie Sindh, betaalt nauwelijks iets. In 1994 droeg de premier omgerekend 700 gulden aan de fiscus af.

Intussen verhoogde de regering wel belastingen op eerste levensbehoeften. Hierdoor stegen de prijzen snel en raakten vooral de armen in de steden in de verdrukking. Het IMF eist nu dat Bhutto de grote landheren eindelijk belast. Ze heeft dat tot dusverre echter niet aangedurfd uit angst de feodale landheren tegen de haren in te strijken. Die zouden massaal naar het kamp van de oppositie kunnen overlopen.

Een ander gevoelig punt is de eis van het IMF dat Pakistan minder uitgeeft aan defensie. Het straatarme en in sociaal opzicht achterlijke Pakistan besteedt meer aan zijn strijdkrachten dan aan onderwijs, gezondheidszorg en andere sectoren die bijdragen tot de ontwikkeling van het land. Net als de feodale landheren zijn de generaals echter buitengewoon machtig. Geen enkele regering, ook die van Bhutto niet, kan zich een confrontatie met hen veroorloven.

Van groot belang is ook de wijdverbreide corruptie in het land. In dit verband wordt vaak Benazirs eigen echtgenoot genoemd, Asif Ali Zardari. Hij heeft de bijnaam Mr. 10 per cent wegens de ruime commissies die hij naar verluidt opstrijkt voor medewerking bij de goedkeuring voor allerlei projecten.Tot verbijstering van velen in binnen- en buitenland benoemde Bhutto haar man enkele maanden geleden tot minister van Buitenlandse Investeringen. Spottend spreken commentatoren van de “minister voor Desinvestering”.

De pers, die verder in Pakistan op het ogenblik tamelijk vrij is, durft niet openlijk over Zardari's activiteiten te berichten. Niettemin circuleren talrijke verhalen over zijn vermeende corruptie. Zo zou hij onlangs zijn oog hebben laten vallen op een fraaie villa aan de rand van Islamabad. Hij liet bij de eigenaar informeren of hij het huis kon kopen, maar die vroeg een extravagant hoog bedrag. Kort daarop werd diens zoon ontvoerd en werd een losgeld geëist dat exact even hoog was als de vraagprijs voor zijn huis. Zo kreeg Zardari de villa voor niets in handen. “Hij brengt Benazir hoe langer hoe meer in diskrediet”, aldus de Westerse diplomaat.

Het is echter niet alleen Zardari die wordt beticht van corruptie. Volgens een onlangs door de regering gepubliceerde lijst hebben zeker 250 vooraanstaande politici en zakenlieden de laatste jaren leningen opgenomen bij staatsbanken, voor zeker 100 miljard rupees, omgerekend zo'n vier miljard gulden. Velen van hen zijn ondanks hun grote welstand niet van plan de leningen terug te betalen.Op de lijst prijken onder andere de namen van de minister van Wetenschap en Technologie, Nawaz Khokar, en die van oppositieleider Nawaz Sharif.

Verder bleek onlangs dat de managers van een van de grootste banken in staatshanden, de United Bank Limited (UBL), eveneens een stevige greep uit de kas hadden gedaan: 500 miljoen rupees, 20 miljoen gulden, waren plotseling verdwenen. Zo'n 25 tot 30 procent van alle leningen bij de banken kunnen bovendien worden gekwalificeerd als 'slecht' met een geringe kans op terugbetaling.

Inmiddels staat de corruptie in het middelpunt van de belangstelling. De president van Pakistan, Farooq Leghari, die tot voor kort op dezelfde golflengte zat als Bhutto, heeft zich de laatste weken sterk gemaakt voor een hardere aanpak van corruptie in de politiek. In het nauw gedreven diende Benazir voorstellen in die corrupte politici forse straffen in het vooruitzicht stellen.

Al deze problemen in aanmerking genomen, blijft de Pakistaanse economie verrassend veel veerkracht tonen. Vorig jaar groeide het bruto nationaal produkt met 4 procent. De gemiddelde groei van de afgelopen jaren bedroeg zelfs 6 procent. Pakistan kan vrijwel voorzien in zijn eigen voedselbehoefte en de oogst van katoen, het voornaamste uitvoerprodukt van het land, is dit jaar bijzonder goed uitgevallen. “Dit land heeft ondanks zijn grote problemen een enorm groeipotentieel”, meent Philips-directeur Ahmed.