Op een warme buiksteen; De natte moskee van Istanbul

De driehonderd jaar oude Cagaloglu Hamami is een van de bekendste badhuizen in Istanbul. Hier maakte ik twintig jaar geleden, tijdens mijn eerste bezoek aan Turkije, kennis met het Turkse bad, de hammam. Vooral de wasvrouwen met hun grote lichamen en hun volkse uitstraling hebben een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Hoe vreemd en naakt ze ook waren, tijdens het wassen en masseren wisten ze een groot gevoel van vertrouwen op te roepen. Meer nog dan de architectonische schoonheid van het gebouw is de intimiteit van het badhuis me bijgebleven. Het was vanzelfsprekend dat badhuisbezoeksters hun meer of minder welgevormde lichamen aan elkaar toonden. In de afwezigheid van mannen accepteerden de vrouwen elkaar onvoorwaardelijk.

De Cagaloglu Hamami is inmiddels verworden tot een toeristische trekpleister, waar in ruil voor waardevaste dollars een stoombad, een sauna en een Turkse massage worden geboden. De entree voor vrouwen is in een onopvallende zijstraat en vrijwel onmiddellijk staan we in een hoge, ruime hal, in een houten galerij met kleedhokjes, die niet meer zijn dan simpele kamertjes met haakjes aan de muren en twee eenvoudige bedden.

Gewikkeld in een royale handdoek en op plastic slippers worden we naar het volgende vertrek geleid, de zogenaamde koude ruimte. De vergelijking met een moskee dringt zich hier op: een hoog vertrek van wit-grijs marmer met een koepelvormig dak waarin kleine raampjes vertellen hoe het buiten is.

De plaats waar het zich allemaal af gaat spelen, is de naastgelegen, honingraatvormige hal. Met in het midden een verwarmde marmeren verhoging, de buiksteen. Aan de muren zijn marmeren wasbakken bevestigd, met kranen waar warm en koud water uit stroomt. Het dak bestaat uit een hoofdkoepel met daar omheen een rand van kleinere koepels, met ronde en stervormige ramen.

Wij zijn aanvankelijk de enige twee bezoeksters. “De meeste toeristen komen pas tegen de avond”, vertelt een van de wasvrouwen. “In het mannengedeelte gaat het uitbundiger toe”, aldus het meisje aan de kassa. “Sommige groepen huren het gehele badhuis af. Ze krijgen dan tevens een Turkse maaltijd en buikdanseressen zorgen voor een exotische sfeer.”

We bestellen Turkse thee in kleine glaasjes. Twee wasvrouwen maken zich ondertussen gereed voor onze reiniging. Een van hen oogt werkt al 25 jaar in het badhuis. De andere vrouw is stukken jonger. Ze heeft het vak van haar moeder geleerd, die tientallen jaren in dit badhuis werkte. Tijdens het wassen zingt ze melancholieke Turkse liederen. Langzaam, heel langzaam keert het oude gevoel van intimiteit terug.

We liggen op de ruime marmeren verhoging, met ons hoofd op een plastic kussen. Het washandje van ruwe zijde maakt zwarte rolletjes van onze dode huidcellen. Vervolgens worden we schoongespoeld en opnieuw gewassen. Er wordt overvloedig met zeep gewerkt en elk deel van ons lichaam wordt gemasseerd. Daarna rest nog slechts het wassen van onze haren. De wasvrouwen plaatsen zich naast een marmeren wasbak en gebaren dat we onze ruggen tegen hun knieën moet vleien. Inmiddels hebben zich twee andere buitenlandse vrouwen bij ons gezelschap gevoegd. Moeder en dochter zo te zien, beide van corpulente omvang. Opnieuw is er dat gemak, waarmee men zich in vreemd gezelschap volkomen naakt tentoonstelt. Wij installeren ons tegenover hen naast een van de marmeren wasbakken met warm water. Onze huid voelt fluweelzacht.