Minder klachten over medische fouten chirurgen

UTRECHT, 25 OKT. Het aandeel klachten bij Medische Tuchtcolleges dat betrekking heeft op chirurgen is de laatste jaren gedaald. Van de klachten over chirurgen gaat een steeds groter aantal over de attitude en bejegening van patiënten, zoals onheus taalgebruik, te weinig aandacht en het niet nakomen van toezeggingen.

Dat blijkt uit onderzoek naar de tuchtrechtspraak over chirurgen in de periode 1986-1995. De onderzoekers, hoogleraar gezondheidsrecht J. Hubben en M. Heineman van de Nijmeegse Universiteit, presenteerden hun resultaten gisteren in Utrecht. Zij onderzochten 528 beslissingen, de meeste ongepubliceerd, over algemeen chirurgen, orthopedisch chirurgen, plastisch chirurgen en neurochirurgen.

Het aantal klachten over chirurgen is in de periode 1986-1995 stabiel gebleven op gemiddeld 55 per jaar. Daarmee is het aandeel van klachten over chirurgen in het totaal aantal klachten gedaald van 13 procent in 1986 tot 7 procent in 1994. Het totaal aantal klachten steeg in deze jaren met 54 procent van 481 in 1986 naar 744 in 1994. Deze stijging wordt door de onderzoekers vooral toegeschreven aan klachten over andere medici zoals anesthesiologen, gynaecologen en vooral huisartsen.

Volgens de onderzoekers is de relatief gunstige ontwikkeling bij chirurgen des te opmerkelijker omdat het aantal chirurgische verrichtingen in de onderzochte jaren is gestegen met vijftien procent. Het percentage gegrond verklaarde klachten over chirurgen bleef gelijk, rond de achttien. Het percentage gegrond verklaarde klachten van alle ingediende klachten bedraagt ongeveer twintig.

De meeste klachten over chirurgen, ongeveer 60 procent, gaan over het medisch-technisch handelen, meestal een verwijt over de wijze waarop een operatie is uitgevoerd. Slechts bij uitzondering krijgt een klager hierbij gelijk en is er sprake geweest van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, zoals onjuist behandelen en te laat consulteren van gespecialiseerde collega's bij een kind met inwendige verwondingen met fatale afloop (één maand schorsing) of onzorgvuldig opereren met achterlating van verbandgaas (berisping).

Volgens de onderzoekers hebben patiënten dikwijls onvoldoende realistische verwachtingen over een operatie en kunnen ze daardoor onaangenaam verrast worden door de uitkomst. Een tweede teleurstelling wacht de patiënten als het tuchtcollege de ongewenste uitkomst van een operatie niet beschouwt als fout maar als complicatie. Chirurgen moeten, zo vinden de onderzoekers, vooraf meer voorlichting geven over operaties om teleurstellingen te voorkomen. Ook zou het tuchtcollege meer voorlichting moeten geven over de eigen werkwijze.

De klachten over bejegening worden volgens het onderzoek veroorzaakt door slechte communicatie tussen chirurg en patiënt. Twintig procent van deze klachten wordt gegrond verklaard, zoals het op een ongeschikt moment inlichten van een patiënt over een HIV-besmetting (waarschuwing) en het verkrachten van een zwangere patiënt na toediening van valium als geweldsmiddel (één jaar schorsing).

De onderzoekers wijzen tenslotte op het belang van een medisch dossier. Het onvolledig bijhouden van een dossier, vaak de enige basis om tot een betrouwbare reconstructie van de gebeurtenissen te komen, vormt in een groeiend aantal uitspraken de kern van het verwijt aan de chirurg.