Joe Cocker wisselt onmacht met triomf af in Paradiso

Concert: Joe Cocker. Gehoord: 24/10 Paradiso, Amsterdam.

Joe Cockers handen leiden een eigen leven. Terwijl Cocker zelf bij optredens nagenoeg stilstaat, bewegen zijn handen en de bijbehorende armen tastend om hem heen, maken grijpbewegingen of wijzen iets onzichtbaars aan. Die handen zijn nerveuze radertjes in het grote mechanisme dat De Stem moet produceren - De Stem die bij Joe Cocker schijnbaar van dieper komt dan bij andere zangers.

Cockers zangstem is spreekwoordelijk; die klinkt al bijna dertig jaar rauw en gepijnigd. Bij zijn concert, gisteravond in Paradiso, bleek er een vreemde tegenstelling te bestaan in zijn vocalen. Ondanks Cockers grote inspanningen lijkt een deel van de beoogde klanken het publiek niet te halen. Maar deze onvolkomenheid wordt gecompenseerd door stembuigingen die juist onverwacht teder en 'vol' doorkomen. Onmacht en triomf wisselen elkaar op deze manier razendsnel af.

Joe Cocker, die 's zomers een vaste plaats heeft als slotact op festivals, gaf gisteravond een concert in een uitverkocht Paradiso (dat tegelijk op Radio 3 werd uitgezonden). Zijn grote band, voor een deel bestaand uit studiomuzikanten, gaf Cocker alle ruimte. De twee keyboards, de steel- en akoestische gitaar, en de twee achtergrondzangeressen speelden vooral in het begin bijna voorzichtig, met een grotendeels akoestische klank.

Sinds zijn doorbraak in 1968 met With A Little Help From My Friends van The Beatles heeft Cocker zijn stem altijd in dienst gesteld van andermans nummers. Voor deze covers heeft hij een karakteristieke aanpak: hij vormt ze om tot dik aangezette soul-ballades. Of het nu gaat om een jazznummer als Bye Bye Blackbird of de twee songs van Randy Newman die Cocker voor zijn laatst verschenen cd, Organic, had opgenomen, de achtergrondkoortjes die in '68 With A Little Help From My Friends al opsierden blijken nog steeds onmisbaar, net als het kolkende soul-orgel.

Het publiek (dertig jaar en ouder) ontving gisteravond ieder intro met gejoel. Cocker speelde zijn reggae-versie van The Animals' Please Don't Let Me Be Misunderstood, en een sentimenteel You Are So Beautiful. Naarmate het concert vorderde werden de uitvoeringen luider en opzwepender. Dylans Dignity en Dave Masons Feelin' Alright groeiden uit tot daverende meezingers. Maar Cocker zelf stond er ingetogen bij, schijnbaar onaangedaan door de stemming in de zaal - als de dronken oom die op feestjes in het bezit blijkt van onvermoede kwaliteiten.