Hoeksteen milieubeleid belandt terloops op de vuilnisbelt

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer accepteert dat de uitstoot van kooldioxyde (CO2) in Nederland niet of nauwelijks zal afnemen. Daarmee is volgens Karel Knip een fundamentele wending gegeven aan het Nederlandse milieubeleid: de ambitieuze resultaatverplichting is vervangen door een vrijblijvende inspanningsverplichting.

Het kabinet houdt vast aan zijn CO2-doelstellingen, betwijfelt of deze nog wel haalbaar zijn, maar weigert niettemin extra maatregelen te treffen. Dat is het ingenieuze woordenspel waarmee deze week het bestaande klimaatbeleid ten grave is gedragen.

Het kabinet deelt de diepe verontrusting die zich van de Tijdelijke Kamercommissie Klimaatverandering heeft meester gemaakt, maar verbindt daaraan verder geen consequenties. En de voorzitter van de commissie is niet boos, of zelfs maar verdrietig.

Deze week is een einde gekomen aan een polieke klucht die begon in de verkiezingscampagne van 1989 toen premier Lubbers wervend bekend maakte dat hij de CO2-uitstoot in de komende kabinetsperiode met acht procent wilde verminderen. Dat was geen bluf, maar ongegrond optimisme dat was overgebleven uit de jaren na de energiecrises van '73 en '78 toen Nederland in staat bleek tot flinke energiebesparing.

Het geactualiseerde eerste Nationaal Milieubeleidsplan (NMP-plus) deed het wat kalmer aan en formuleerde Nederlands eerste reductiedoel als: stabilisatie van de uitstoot in 1995 ten opzichte van het gemiddelde uit '89 en '90 en een beperking van de uitstoot in 2000 met 3 tot 5 procent ten opzichte van de referentieperiode. Ambitieus genoeg, de Europese Unie vond het al mooi als de uitstoot in 2000 niet hoger was dan in 1990. Maar Nederland stelde zijn eigen doel - je bent gidsland of niet.

Het eerste ijkpunt, de stabilisatie in 1995 (het 'tussendoel'), was nog twee jaar weg toen de toenmalige directeur Zalm van het Centraal Plan Bureau (CPB), de huidige minister van Financiën, al liet weten dat het niet goed ging met de CO2-uitstoot. Twee jaar later, en een kabinet verder, werd de sfeer vanuit de Scheveningse Bosjes opnieuw bedorven met de uitwerking van het Centraal Economisch Plan. Er dreigden zware overschrijdingen van het zelfopgelegde reductiedoel. Het was voorjaar 1995 en het eerste moment van toetsing was zo dicht genaderd dat er wel politieke actie moest volgen.

Die kwam ook. Minister De Boer dwong CPB, RIVM en ECN tot nieuwe berekeningen, er werd overgegaan op een nieuwe rekenmethode en een nieuw referentiejaar, het 5 procents doel voor 2000 werd geschrapt en ten slotte werden de economische scenario's - zonder overleg met de rekenaars - op het ministreie zó aangepast, dat er nog maar een minimale overschrijding van het 3 procentsdoel in 2000 dreigde. Ergens tussen 1 en 9 megaton CO2.

In de zogenoemde septemberbrief formuleerde de minister aanvullend beleid voor 2 magaton. Maar een deel daarvan was al in de scenario's opgenomen en van een ander deel viel niets te verwachten. Volgens Bartjes stond toen wel vast dat zelfs het afgezwakte 2000-doel onhaalbaar werd, maar wie dat toen zo in de krant zette kon rekenen op een demarche van secretaris-generaal R. den Dunnen van VROM.

De Tweede Kamer, die toch niet helemaal gerust was op een goede afloop, installeerde in december een speciale klimaatcommissie, kort nadat het VN-forum van klimaatonderzoekers (IPCC) bekend had gemaakt dat er nu sterke aanwijzingen waren dat de mensheid het klimaat inderdaad beïnvloedde. Ondertussen broedde minister De Boer op haar Vervolgnota Klimaatverandering die eigenlijk tegelijk met Wijers' Energienota in december had moeten verschijnen, maar in april, toen de Energienota behandeld werd, nog niet klaar was.

De verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen de klimaatnota in juni eindelijk verscheen. Op een door lekkage vervroegde persconferentie probeerde De Boer ook werkelijk de indruk te wekken dat er een gewichtig stuk was afgeleverd. Er was een scherp internationaal doel gesteld, zei zij, en Nederland ging zich nu werkelijk klaar maken voor vèrgaande CO2-reducties in de volgende eeuw.

Daadwerkelijke uitvoering zou afhankelijk worden gesteld van buitenlandse deelname aan het beleid. Voorsorteren, heette dat voortaan bij VROM. Wie er oudere nota's op nasloeg, zag dat De Boers nieuwe scherpe internationale doel is al in NMP-2 van haar voorganger Alders was terug te vinden. In detail is het een afzwakking daarvan.

Aan de haalbaarheid van het afgezwakte 2000-doel werden niet veel woorden meer vuilgemaakt. Alleen muggenzifters ontdekten dat in het aanvullend beleid toch stilletjes een meevaller in methaan-emissie was meegenomen om het gat tussen droom en werkelijkheid te dichten. Dat is inderdaad onjuist, moest VROM toegeven.

In een bijna literair aandoend scenario is de afgelopen zomer door de rekenaars gewerkt aan een schatting van de afgelopen en te verwachten CO2-emissies, terwijl tegelijk de tijdelijke klimaatcommissie probeerde een samenvatting te maken van haar hoorzittingen. De rekenaars waren het eerst klaar. Eind augustus werd bekend dat de CO2-uitstoot in 1995 al zeven procent hoger lag dan in 1990. De beoogde ontkoppeling tussen economische groei en energieverbruik was mislukt, de economie werd steeds energie-intensiever. Dat, zoals tegelijk werd meegedeeld, de economische groei onverwacht hoog was uitgevallen moet een vergissing zijn geweest. Hij kwam vrijwel precies met de raming overeen.

Minister de Boer formuleerde inderhaast een 'CO2-aanvalsplan', waarvoor zij van het kabinet 750 miljoen gulden ontving. Het aanvalsplan is in zeer algemene termen gegoten en laat - wijselijk - in het midden wat de verschillende investeringen aan CO2-effecten moeten hebben en wannneer. Misschien moeten er maar kolencentrales dicht, riep De Boer in haar ontreddering. De elektriciteitsbranche, die zwaar heeft geïnvesteerd in de modernste kolencentrales van de wereld, stond paf.

Toen betrad de klimaatcommissie het toneel. Zij had gevraagd naar de bekende weg en die was haar door een keur van wetenschappers in hoffelijke en heldere termen gewezen, maar nu kon zij helaas nòg niet zeggen waar het heen moest. Ze sprak zich niet uit over het gevoerde beleid en deed geen dwingende aanbevelingen. Van belang was dat de commissie meende, dat er wel 40 procent aan CO2-emissie viel te verminderen zonder de economie aan te tasten. Verder was duidelijk dat de commissie heel bezorgd was.

Feit is dat de voorspellende kracht van de klimaatmodellen sterk is toegenomen en dat met grote regelmaat nieuwe steun voor de 'broeikastheorie' wordt aangedragen. De door sommigen gehoonde bijstelling van de verwachte temperatuurstijging voor het eind van de volgende eeuw, die nota bene al in het eerste IPCC-rapport van 1990 is aangekondigd, is vooral het gevolg van het inzicht dat er ook industriële emissies zijn die een koelend effect hebben. Wie dat geruststellend vindt, is niet goed wijs.

Het fundament van de broeikastheorie wordt steeds sterker. Maar het kabinet heeft deze week laten weten te twijfelen of de sterk afgezwakte doelstelling nog gehaald zal worden, zelfs het stabilisatie-doel van de Europese Unie lijkt buiten bereik te raken. En passant is de Nederlandse resultaatsverplichting vervangen door een inspanningsverplichting: De Boer wil voortaan alleen nog 'afgerekend' worden op haar lange-termijnbeleid. De Kamercommissie heeft het het belangrijkst gevonden haar vernedering zoveel mogelijk te beperken.

De vreugde over het feit dat aan het gedraai over de haalbaarheid van CO2-doelstellingen een eind is gekomen wordt getemperd door de constatering dat de beleidsombuiging niet uitdrukkelijk wordt toegegeven. Eerder deze maand passeerde de definitieve afbraak van het nucleair onderzoek in Nederland al even geluidloos.

Het recente CO2-debat heeft het simpele inzicht opgeleverd dat ontkoppeling van economische groei en energieverbruik voor een land dat distributieland wil zijn en vliegvelden wil uitbreiden een veel zwaardere inspannnig vergt dan aanvankelijk is voorzien.

Het kabinet is niet tot die inspanning bereid. Dat is geen schande: in andere landen gaat het ook niet goed en de atmosfeer knapt er nauwelijks van op als Nederland zijn economie omvormt naar Albanees model als de buurlanden alles bij het oude laten. Het zou de zuiverheid van het debat ten goede komen als de nieuwe conclusies ook eens helder werden uitgesproken.