Henriëtte Roland Holst (1869-1952); De hartstochtelijkste Nederlander van deze eeuw

Elsbeth Etty: Liefde is heel het leven niet. Henriëtte Roland Holst 1869-1952. Balans, 743 blz. ƒ 85,-

'Wij gaan hier - ik bedoel in Europa - nu snel vooruit', schreef Henriëtte Roland Holst in februari 1918 aan communistische geestverwant Henk Sneevliet, een der oprichters van de Communistische Partij Holland, 'de wereldoorlog begint over te gaan in de wereldrevolutie.' Wie het leest moet even slikken. We wisten wel dat het begrip vooruitgang in de Europese geschiedenis bij tijd en wijle een onverwachte omschrijving gekregen had. Maar om zo gemakkelijk voorbij te gaan aan de bloedigste oorlog die Europa gekend had, en zo lichtzinnig vooruit te lopen op een gruwelijk conflict in het verschiet, dat was nog niet eerder gebeurd.

Maar bezien vanuit Laren was de wereldoorlog niet zo bloedig. Als kunstenaars kregen Henriëtte en haar man Richard zelfs een extra rantsoen brandstof. 'Het enige oorlogsleed dat hen direct trof', schrijft Elsbeth Etty in haar mooie biografie van Henriëtte Roland Holst droogjes, 'was dat Rik zijn prachtige kalkoenen wegens gebrek aan voer moest wegdoen.' Zo gruwelijk stelde men zich de revolutie ook niet voor. 'Zeg Jet, jij zal waarschijnlijk binnenkort aan de macht komen,' merkte haar bankierende broer rond deze tijd op. 'Zou je dan kunnen zorgen door jouw invloed, dat ik bijvoorbeeld consul werd in Nice of Monte Carlo?'

Cynisch lijkt het, maar dat was Henriëtte Roland Holst nimmer. Ze was een door idealen gedreven politica, een louter door liefde gedreven dichteres. Ze was de hartstochtelijkste Nederlander van deze eeuw. Maar tegelijk ook de meest onwereldse. Geen beter bewijs daarvoor dan haar houding in 1918, opgetekend in het zestiende hoofdstuk van haar jongste biografie.

De wereldoorlog was niet helemaal langs Nederland heengegaan. Het wegvallen van de aanvoer van grondstoffen van overzee bracht elders in het land voedsel- en brandstoftekorten met zich mee. Rantsoenering was nodig, honger en kou sloegen toe, relletjes braken uit. Henriëtte zag er het begin van revolutionaire massa-actie in. Maar tegelijk met de poging die te ontketenen viel ze de SDAP aan als volksverlakkers van professie.

Evenmin was het haar ontgaan dat de voedselopstanden in Amsterdam en elders vaak door vrouwen ontketend werden. Maar in haar poging de vrouwen van Nederland op te wekken tot de wereldrevolutie, bond ze meteen de strijd aan met niet-revolutionaire feministes als Wilhelmina Drucker, die de waarheid zouden bemantelen en de massa bedriegen.

En passant had ze ook een van de vele instortingen die haar met de regelmaat van de klok in een kuuroord of privéverpleging brachten. Het zijn enkele van de vele paradoxen die het leven van Roland Holst rijk is. Want tegelijk was ze iemand die het compromis en de lieve vrede zocht, iemand van een onvergelijkbare vrijgevigheid en loyaliteit, iemand met een onvervaardheid die de menselijke grenzen aftastte.

Het verhaal gaat verder. Op 7 november 1918 zou ze, ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de Russische revolutie, een rede houden voor de Revolutionair Socialistische Vrouwenbond in Amsterdam. Keulen, Bremen, Hamburg, ze kolkten die dagen van de politieke agitatie, maar toen Henriëtte in Amsterdam kwam was het er volkomen rustig. Ze begon haar eigen revolutie en wist haar gehoor zo op te zwepen dat het de straat op ging en onder leiding van Jet een politiemacht trotseerde. Om haar heen raakten arbeiders ernstig gewond, maar Jet riep: 'Leve Liebknecht. Aansluiten!'

Een aantal dagen later, op 13 november - Troelstra heeft zijn historische fout al begaan en de sociaal-democraten bezinnen zich op de terugtocht - onderneemt Jet via het Revolutionair Socialistisch Comité een poging soldaten en arbeiders te verbroederen. Een paar honderd soldaten liet zich door die nette dame uitleggen hoe een radenstructuur in elkaar zat en 's avonds volgde een betoging naar de kazerne. Maar daar waren opeens marechaussees, er werd geschoten. De menigte stoof uiteen, David Wijnkoop een der oprichters van de Communistische Partij Holland, zou flauw gevallen zijn, maar Jet dacht: 'Het is nu net als in Rusland' en begon de marechaussees toe te spreken. Er vielen vier doden.

Hoe graag was Henriëtte Roland Holst martelares geweest? Dat is misschien de centrale vraag die het leven haar gesteld heeft. In een relaas van grandeur en misère wordt op die vraag een afdoend antwoord gegeven in de biografie die Elsbeth Etty over haar schreef. Het is het verhaal van een reeks psychologische tegenstellingen en pragmatische tegenstrijdigheden zo heftig en zo kleurrijk, dat de lezer zich even in 's levens felheid van de Middeleeuwen waant.

Henriëtte Goverdine Anna van der Schalk werd op 24 december 1869 te Noordwijk-Binnen geboren uit zeer welgestelde ouders. Haar vader was een gefortuneerde notaris, telg uit een geslacht notarissen. Haar moeder was een Van der Hoeven en had eveneens geld. De vader was een oppervlakkige bon vivant, de moeder een lieverd, maar de zorg werd uitbesteed aan kinderjuffrouwen en de liefde van de vader ging naar haar jongere zuster, die van de moeder naar haar oudere broer.

Tussen de wal en het schip, dat was een positie die Henriëtte vroeg ervoer en die ze haar hele leven heeft ingenomen. Privé-onderwijs en internaat, een Victoriaanse opvoeding en een vroeg besef van uitverkorenheid leidden ertoe dat het kind de eigen gevoelspoëzie leerde prefereren boven het proza van de wereld. 'Henriëtte est toujours dans un royaume de bleu,' zei haar vader. Dromenland heet dat bij ons, maar het was wel degelijk een koninkrijk, en ze bouwde er kastelen. Kastelen bouwde ze van blokken, kastelen waren het onderwerp van haar vroegste poëzie.

Een getalenteerd kind, dat zich onbegrepen waande, wie heeft er niet vaker van gehoord. Een puber die 'ernstig naar het goede en schoone' wilde streven, een veertienjarige met een ideaal van toewijding, wie kijkt ervan op. Maar voor Henriëtte was het een program dat de volgende zeventig jaar met evenveel ijzeren discipline als hysterische overgave uitgevoerd werd. Dichtkunst en socialisme, ze waren het alibi van een tijdloos sentiment. Poëzie en politiek, ze waren eigenlijk alleen maar toevallige onderkomens van een religieuze vervoering. Henriëtte Roland Holst was onze laatste, misschien wel onze grootste mystica.

Verliefd was ze altijd. Toen ze jong was op mannen. Een jonge bariton te Luik, een derderangsschilder te Haarlem, Jet kon er bij flauw vallen. Toen ze Toorop ontmoette was ze helemaal van de wereld bij het zien van zijn prachtige kop, zijn donkere ogen, zijn 'zinnelijke lippen'. Nu ja, dat waren er meer. Maar verliefd als Jet, dramatisch, tot een zenuwinzinking toe, dat was minder doorsnee.

Ze trouwde met Richard Roland Holst, een jaar ouder dan zij en even bemiddeld. Een kunstenaar, die later naam zou maken door de wanddecoraties voor het gebouw van de Diamantbewerkersbond in Amsterdam, een theoreticus ook van de gemeenschapskunst die in die dagen zoveel mensen bekoorde. Een aardige, interessante en mooie man. Maar ook een ijdeltuit, overspelig en impotent tegelijk. Hoe kreeg ze het uitgezocht.

Maar het huwelijk met Rik was niet het begin en niet het eind van haar vermogen tot sublimatie. Een liefde van Jet was niet te stillen. Ze goot haar in twee absolute vormen, maar wist voor geen van beide de juiste vorm, de juiste toon te vinden. De enige plek waar haar poëzie en politiek elkaar verdroegen en misschien ook wel hun hoogste vorm kregen was als ze een redevoering hield. Want hoe fragiel haar gestalte en hoe hees haar stem ook, als spreker kende ze haar gelijke niet.

Ze begon als dichteres. Haar eerste gedichten stuurde ze naar Albert Verwey, en dat was een verstandige man die publicatie afraadde. Maar ze zond ze ook naar Kloos en die begon meteen te zwatelen dat ze de grootste dichteres was van dat ogenblik. En hoe vaak heeft ze dat niet moeten horen. Huizinga stelde haar op één lijn met Vondel en zei van haar bundel Tussen tijd en eeuwigheid dat mensen in later eeuwen Hollands zouden leren om hem te kunnen lezen. 'Gij zijt onze grootste dichteres en meer: één van de grootste dichteressen aller tijden,' zei Jan Romein in de laudatio bij haar eredoctoraat in 1947. Annie vergeleek haar zelfs met Homerus en Dante. De waarheid is, dat behoudens een paar mooie zinnen en een enkel geslaagd sonnet het werk van Roland Holst even passé is als haar communisme.

Haar parcours als politica had een tegengesteld verloop. Haar dichterroem dateert toch eigenlijk, Kloos ten spijt, van de tweede helft van haar leven. Maar vooraanstaand lid van de SDAP was ze al voor haar dertigste. En in 1902 verscheen haar Kapitaal en Arbeid in Nederland, haar beste boek, de eerste marxistische studie over de sociaal-economische geschiedenis van Nederland in de negentiende eeuw. Sedert de publicatie van Generalstreik und Sozialdemokratie was ze op 34-jarige leeftijd zelfs een figuur in de internationale arbeidersbeweging.

Haar invloed binnen die beweging, zowel nationaal als internationaal, is fnuikend te noemen. Door zich nu eens zuiver-marxistisch op te stellen, dan weer het compromis te zoeken, was ze voor de oorlog medeverantwoordelijk in de scheuring van de SDAP en na de oorlog in de doorvoering van de kadaverdiscipline in de Komintern. Troelstra, met wie ze een leven lang overhoop heeft gelegen, omschreef haar werkzaamheid vrij adequaat met de geest 'der stets das Gute will, doch stets das Böse schafft'.

Ook een bezoek aan de Sovjet-Unie, dat zoveel intellectuelen de ogen opende, vermocht haar niet tot beter inzicht te brengen. Ze liet zich meteen inpalmen door 'de eenvoudige menselijkheid' van Trotski en bleef onder de indruk van Lenin. Het bloedig smoren van de Kronstadt-opstand was dan wel een foutje, maar kritiek erop mocht alleen 'op een wijze waardoor de revolutionaire solidariteit met Sovjet-Rusland volkomen gehandhaafd blijft en de machinaties der kontra-revolutie aan de kaak worden gesteld.' Ze was van Alexandra Kollontaj veel aan de weet gekomen over de ontaarding van de revolutie in dictatuur, maar op het Komintern-congres van 1921 keerde ze zich tegen deze beminde kameraad, omdat ze vond dat 'het westersche communisme het russische zoo sterk mogelijk moet steunen.' Sartre zou het haar niet verbeteren.

En toch, en toch. Have en goed had ze veil voor haar ideaal. Na haar dood zou er van haar omvangrijke kapitaal geen cent over zijn. In de Tweede Wereldoorlog gaven haar gedichten communisten de moed de dood met verachting in de ogen te zien. Zelf was ze de dapperste der vrouwen. Ze fulmineerde tegen het nazisme en nam het voor haar joodse vrienden op alsof ze onkwetsbaar was. En misschien was ze dat ook wel. Na die oorlog sprong ze op de bres voor foute collega's als de fascistische journalist en dichter Henri Bruning en zette ze zich even onvermoeibaar in voor de dekolonisatie van Nederlands-Indië.

Inmiddels was ze al lang christen-socialiste geworden, een overtuiging die ze uitdroeg via volkomen onspeelbare versdrama's en vrijwel waardeloze biografieën, maar die vreemd genoeg, ervoor zorgden dat haar poëzie en politiek niet alleen een eenheid kregen, maar ook probleemloos door het hele land aanbeden konden worden. Henriëtte Roland Holst werd tante Jet, een links en rechts gevierde, extreem slordig geklede dame, die lief als een poes kon zijn. Maar die als het erop aan kwam kon blazen als een gans en iemand ongezouten de waarheid kon zeggen.

En zo rijst ze nu op uit de biografie van Elsbeth Etty, de mens ontdaan van de mythe die ze inmiddels geworden was, niet ontmaskerd, allerminst ontluisterd, een intens bestaan vol tegenstrijdigheden, vol geschipper en moed, vol scherpzinnigheid en dwaasheden, vol liefde en hardheid, vol doorzettingsvermogen en weemoed.

Etty zelf heeft, zo blijkt uit haar voorwoord, een groot deel van haar leven met Roland Holst 'opgetrokken'. Intussen is ze van neerlandicus historicus geworden, van journalist van de Waarheid tot journalist van NRC Handelsblad. Geen gering parcours, zou je zeggen. Gaandeweg zal ze alle invalshoeken, waaronder het leven van Roland Holst bezien kan worden ingenomen hebben, alle emoties waaronder het beleefd kan worden meegemaakt hebben.

Gaandeweg heeft ze ook niet één bron om door te dringen tot het leven onbenut gelaten. Het decor waartegen het leven zich afspeelt en alle actores die erin optreden worden geportretteerd. Een stuwmeer aan brieven werd benut. Interviews, het werk zelf, het werd allemaal in dienst van het levensverhaal gesteld op een even onnadrukkelijke als evenwichtige manier. Etty heeft geen last van literatuurtheoretische of psychologische preutsheid bij het hanteren van literaire of autobiografische bronnen. Ze is op haar hoede en kan tussen de regels doorlezen.

Het resultaat is een van begin tot het eind volgehouden evenwicht tussen distantie en betrokkenheid, kritiek en mededogen. Het is een gastvrij en open boek, dat iedereen in staat stelt zijn eigen beeld van Roland Holst te vormen. En dat tegelijkertijd blijvend door haar gecharmeerd is. De biografie van Etty brengt Roland Holsts grootste prestatie in beeld: haar leven. Het is een mooi boek.

Uit Liefde is heel het leven niet:

'Vereerd werd zij als dichteres door haar tijdgenoten, omdat zij - in overeenstemming met wat men in die tijd van kunstenaars verlangde en verwachtte - in haar poëzie een antwoord zocht op de existentiële vragen van de mensheid. Voor minder deed zij het niet. Het streven naar zingeving bracht haar ertoe zich te wijden aan steeds anders geformuleerde alomvattende idealen, die echter altijd dezelfde essentie hadden: naastenliefde, rechtvaardigheid, gemeenschapszin, het opgaan in een groter geheel en ten slotte de onderwerping aan iets wat zij nauwelijks kon definiëren, maar uiteindelijk God ging noemen. Schijnbaar door dogma's aangetrokken, veranderde zij niettemin voortdurend van inzicht. Dat maakte haar als politica onberekenbaar, maar als dichteres was deze openlijk beleden twijfel haar kracht. Niet alleen haar geestverwanten - telkens wisselende groepen - maar een veel groter publiek werd aangesproken door haar idealisme, haar verlangen, offervaardigheid en tragiek.'