Hedendaagse krijgsgeschiedenis; Triomf van de overwinning

Brian Bond: The Pursuit of Victory. From Napoleon to Sadam Hussein. Oxford University Press, 240 blz. ƒ 56,70

Het nieuwe boek van de Britse historicus Brian Bond bestudeert 'de overwinning' in de negentiende- en twintigste-eeuwse militaire geschiedenis. Welke rol speelde de overwinning in het militaire denken? Hoe dachten de militairen die te behalen op strategisch en taktisch niveau? Over de wil en de plicht tot winnen, daarover gaat dit boek. Militairen moeten winnen, maar hoe? En wat is een overwinning waard? Het blijkt dat niet iedere overwinning een 'echte' overwinning is; sommige draaien op langere termijn alsnog op een nederlaag uit, terwijl omgekeerd een nederlaag de kiemen van een latere triomf in zich mee kan dragen. Welke rol speelden de politici?

Men kan zich afvragen of we de titel van het boek ironisch moeten opvatten, als het hardnekkig najagen van een hersenschim. De hedendaagse ervaringen met de overwinning zijn niet hoopgevend en lenen zich inderdaad voor ironisering. Saddam Hussein bijvoorbeeld is nog steeds aan de macht en hoewel zijn speelruimte minimaal is, ziet hij toch kans nog wat leven in de brouwerij te brengen. Heeft hij in 1991 wellicht een 'overwinningsnederlaag' geleden? De geallieerden hebben in ieder geval een 'triomf zonder overwinning' behaald, zoals Bond het noemt. Het is alsof de geallieerde legers in 1945 aan de Rijn halt hielden (en de Russen aan de Oder) en Hitler in Berlijn lieten zitten.

Bond geeft een korte analyse van de oorlog in de Perzische Golf en plaatst die in het perspectief van de geschiedenis. Cruciaal is of een militaire overwinning gevolgd wordt door een politieke overwinning, of in ieder geval door een politieke regeling die voor alle partijen, de winnaar, de verliezer en de omringende staten, aanvaardbaar is. Militair gezien bestond er geen enkele reden om het leger van Saddam niet te achtervolgen en volledig te vernietigen (het traditionele militaire ideaal en het teken van de 'echte' en ondubbelzinnige overwinning); politiek gezien lag dat anders. Met het oog op het machtsevenwicht in de regio, de publieke opinie in het Westen en een mogelijk langdurige geallieerde (Amerikaanse) verplichting, werd een voortijdig staakt-het-vuren afgekondigd, waardoor tot op heden de totstandkoming van een bevredigende politieke uitkomst werd verhinderd.

Een ander voorbeeld is de Israelische overwinning op vier vijandelijke legers in de Zesdaagse Oorlog van 1967. Een van de meest opmerkelijke triomfen uit de militaire geschiedenis, en toch: wat Israel heeft ervaren is 'de tragedie van de overwinning'. Het land slaagde er niet in de triomf om te smeden tot een duurzame politieke regeling.

Beide voorbeelden wekken de suggestie dat Bond niet veel ziet in de overwinning en dat hij de gangbare opinie deelt dat een 'beslissende overwinning' niet meer mogelijk is. De moderne oorlog is een uitputtingsslag geworden en kent nog slechts verliezers, leest men vaak. Overwinningen worden gerelativeerd, gekleineerd of gewoon ontkend. Er zijn inderdaad heel wat conflicten geweest die na een jarenlange uitputtingsstrijd in een impasse zijn geëindigd. Men kan wijzen op de Korea oorlog (1950-1953), of op het conflict tussen Iran en Irak (1980-1990); ook de Eerste Wereldoorlog wordt in dit verband genoemd.

Bond ziet het echter niet zo. In zijn boek toont hij aan dat ook in de moderne tijd 'beslissende overwinningen' zijn geboekt op Napoleontische wijze, met gebruik van de modernste technologie en onder vastberaden politiek leiderschap. Zijn boek bevat in zekere zin een 'rehabilitatie' van de overwinning. In acht goed geschreven hoofdstukken gaat hij na hoe in de afgelopen twee eeuwen werd gedacht over het behalen van de overwinning en wat werd gedaan om een slag of een campagne zegevierend af te sluiten. Achtereenvolgens beschrijft hij denken en doen van Frederik de Grote, Napoleon, Jomini en Clausewitz, Moltke, Schlieffen en zijn tijdgenoten, de generaals van de Eerste en van de Tweede Wereldoorlog en tenslotte van militairen uit diverse landen in de periode na 1945.

Napoleon zette de toon, in Bonds visie, met zijn op de snelle en totale vernietinging van het vijandelijke leger gerichte strategie. Militairen uit alle landen streefden er naar Napoleon, de 'God van de oorlog' zoals Clausewitz hem noemde, na te volgen en te evenaren. De belangrijkste militaire denkers, Jomini (1779-1869) en Clausewitz (1780-1831), interpreteerden de Napoleontische erfenis, ieder op hun eigen wijze. De Eerste Wereldoorlog maakte duidelijk dat zo'n Napoleontische knock-out niet langer zonder meer mogelijk was. Toch laat Bond zien dat in de Eerste Wereldoorlog duidelijke en vaak dramatische overwinningen zijn geboekt, die wel degelijk hebben geleid tot de beëindiging van de strijd. Terecht beklemtoont hij ook dat de oorlog heeft geleid tot hernieuwde en succesvolle pogingen om het offensief in de oorlogvoering terug te krijgen. De Tweede Wereldoorlog bewees dat een snelle, beslissende overwinning met gebruikmaking van alle technische hulpmiddelen mogelijk bleef. Ook in de na-oorlogse periode was dat zo: een preventieve aanval met nauw omschreven militaire en politieke doeleinden bood kans op succes, zoals Israel heeft bewezen. Conventionele oorlogvoering met uitzicht op succes is niet onmogelijk geworden; en Clausewitz' adagium van oorlog als politiek instrument van de staat heeft niets aan actualiteit verloren, zegt Bond terecht.

Eén factor was echter altijd cruciaal, en dat is die van politiek leiderschap, de formulering van specifieke doelen voor een militaire actie en politieke controle over de militairen. Een overwinning moet omgezet kunnen worden in een aanvaardbare politieke regeling. Dat eist militaire zelfbeperking, politieke kracht en aanvaarding van compromis. Napoleon was hiertoe niet in staat. Waar hij als veldheer slaagde, faalde hij als staatsman. Blijvende politieke overwinningen kon hij niet boeken. Ook Moltkes verbluffende triomfen over Oostenrijk (1866) en Frankrijk (1870-71) zouden op niets zijn uitgelopen, als niet Bismarck hem (en de Pruisische koning) gedwongen had tot een politiek compromis dat ook de verslagen landen aanvaardden. Na de Eerste Wereldoorlog bleek de Vrede van Versailles geen duurzame politieke regeling te zijn. Het eind van de Tweede Wereldoorlog bood weer een ander probleem: Japan en Duitsland accepteerden de nederlaag die hen in feite was toegebracht niet, maar zetten de strijd voort met de totale vernietiging van hun bevolking als inzet. Hier blijft zelfs Clausewitz sprakeloos.

Bonds boek is verfrissend en uitermate boeiend. In tweehonderd pagina's krijgt de lezer veel informatie, een trefzekere visie en een afgewogen betoog gepresenteerd. Met de gangbare relativering van overwinningen in de moderne oorlogvoering heeft hij weinig op. De voorspellingen van Van Creveld en Keegan (de beroemdste militair historici van onze tijd) dat de conventionele oorlogvoering voorbij is, de nationale staat binnenkort niet meer bestaat en Clausewitz, de bloeddorstige Pruis, uit de tijd is, deelt hij niet. De 'zinloosheid' van de Eerste Wereldoorlog, de 'nutteloosheid' van de Britse bombardementen op de Duitse steden, en vele andere idéés reçues wijst hij beslist en met kracht van argumenten van de hand.