Gesprek met de Turkse keramiste Candeger Furtun; De wijdbeens zittende man

Het enige eigentijdse kunstwerk op de tentoonstelling Het Badhuis in het Rotterdamse Museum voor Volkenkunde is gemaakt door de Turkse keramiste Candeger Furtun (60). De keramische installatie is meteen bij de entree opgesteld en bestaat uit vijf paar wijd zittende mannenbenen, die er dankzij een mat glazuur zeer lichaamsecht uitzien. Wie daar hebben plaatsgenomen komt niemand ooit te weten, want halverwege de dijen houden de benen op, ze liggen half prothese, half etalagepop te zijn.

“Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in benen als kunstobjecten. Ik gebruik ze om gevoelens over te brengen”, vertelt Furtun. “Uit de manier waarop Turkse mannen zitten spreekt vertrouwen, veiligheid, autoriteit. Het zijn karaktereigenschappen die in een traditionele cultuur aan mannen worden toegeschreven.”

We praten met elkaar in Furtuns atelier dat in Sisli ligt, een drukbevolkte wijk in Istanbul met nauwe straten, flatgebouwen, winkels en werkplaatsen. De kunstenaar erfde daar van haar vader een compleet appartementencomplex en na een studieverblijf in de Verenigde Staten ging ze in twee verdiepingen van het gebouw bewonen. Haar laboratorium ligt in het souterrain, waar ze haar klei en verf maakt en haar keramiek bakt.

Candeger Furtun heeft in haar werk een sterke voorkeur voor mannelijke ledematen: “Hun spierbundels geven me de mogelijkheid om richting, kracht en dynamiek te symboliseren. Turkse mannen zitten bijvoorbeeld nog steeds op de traditionele manier, met de benen gespreid. Westerse mannen zitten juist vaker met de benen over elkaar of met de benen naast elkaar, net zoals diplomaten. Ik ben net terug uit Japan en ook daar zitten mannen veelal nog op de traditionele wijze. Daaruit spreekt voor mij een diepere betekenis. Een gevoel van autoriteit, veiligheid, overwicht. Die houding vertelt mij iets over het innerlijk van de man.”

Die fixatie heeft, volgens Candeger Furtun, ook te maken met het feit dat mannen dominant zijn in haar omgeving. Daaruit mag beslist niet de conclusie worden getrokken dat ze als een feministe wil worden aangemerkt. “Ik registreer alleen maar dat Turkije een door mannen gedomineerde samenleving is. Er is ook een praktische reden waarom ik juist mannenlijven heb gekozen. Ik werk met levende modellen en het is eenvoudiger om mannen in Istanbul te vinden die voor me willen poseren dan vrouwen. Maar dat sluit niet uit dat ik volgend jaar misschien wel vrouwengezichten ga boetseren.”

In Istanbul bezocht Furtun de Academie voor Schone Kunsten, de voorloper van de huidige Mimar Sinan-universiteit en daar ontdekte ze dat ze niet geschikt was voor de schilderkunst, maar veel liever met klei werkte. Met een studiebeurs vertrok ze naar de VS en nadat ze daar in 1963 haar eerste solo-expositie kreeg, werkte ze er korte tijd als docente keramiek.

“Eenmaal terug in Turkije heeft het me jaren gekost om me te ontworstelen aan de traditionele aanpak. Ik wilde niet langer gebruiksvoorwerpen uit klei maken, maar de stap om direct als een echte beeldhouwer figuren te boetseren was te groot. Daarom begon ik bladeren en bloemen uit klei te maken. Pas in 1980 durfde ik me op de mens te richten. Op mijn expositie twee jaar geleden in Istanbul waren alleen maar installaties van benen, handen en armen te zien. Ik gebruik een deel van het menselijke lichaam om het geheel te symboliseren. De ledematen staan voor bepaalde, algemene karaktertrekken. Ik heb het idee dat het tijdperk voorbij is dat mensen zich op hun eigenheid laten voorstaan. Aan eigenheid wordt veel minder waarde gehecht dan vroeger. We worden nu geconfronteerd met de macht van de massa.”

Candeger Furtun typeert zichzelf als een eenling in de Turkse kunstenaarswereld. “Zonder iemand tekort te willen doen, denk ik dat ik de grenzen heb verschoven van wat keramiek vermag. Ik maak geen dingen die gemakkelijk zijn te begrijpen en die je in je huis kunt neerzetten, zoals de traditionele, de functionele keramiek. Daarom verkoopt mijn werk hier nauwelijks. Maar een kunstenaar neemt geen genoegen met grenzen. En door mijn familiebezit hoef ik me niet te conformeren aan de smaak van de massa. Door die economische vrijheid kan ik blijven experimenteren.”

Volgens Candeger Furtun biedt Turkije haar daartoe de beste mogelijkheden. “Ik had het erg naar mijn zin in Amerika en ik heb later begrepen dat ze me daar graag hadden willen houden als docente. Maar ik besloot naar Istanbul terug te keren omdat ik niet alleen mijn vakmanschap tot uitdrukking wilde brengen. Een kunstenaar gedijdt het beste in zijn eigen omgeving. De gevoelens die ik nu ervaar hebben vooral te maken met het feit dat ik deel uitmaak van de Turkse samenleving. Daardoor ben ik in staat om te duiden. In Amerika was ik alleen een waarnemer. Een rol die je na verloop van tijd emotioneel uitholt.”