Elke dag zwaardvis

Van veraf leek het een oud kasteel. Op de deur stond 'Lincoln Baden'. En daaronder een briefje met 'ingang achterom'.

Er zat een enorm park aan de Lincoln Baden vast. Uiteindelijk stonden we voor de receptioniste. Ze droeg een wit uniform. “We komen voor het geneeskrachtige water”, zei Billy.

De vrouw in het witte uniform wees naar een prijslijst die aan de muur hing. “Ik neem een geneeskrachtig bad en een massage”, zei Billy.

“Doe mij maar hetzelfde”, zei ik.

Een echtpaar op leeftijd zat op een versleten bank mismoedig voor zich uit te staren. Alles was hier een beetje versleten.

“Kan ze wel met haar gipsen been in geneeskrachtig water gaan liggen?”, vroeg ik nog. De vrouw boog zich voorover om naar Billy's been te kijken. “Oh”, zei ze, “dat stoppen we gewoon in een vuilniszakje.”

“Ze gaan je been in een vuilniszakje stoppen”, herhaalde ik, want Billy deed of ze het niet gehoord had. Ook dat schrikte haar niet af.

“Jullie moet even gaan zitten”, zei de vrouw in het witte uniform. “Op dit papiertje staat je nummer. Als de badmeester dit nummer omroept moet je achter hem aan lopen.”

Ik betaalde. We kregen nog een folder waarin stond dat de oude indianen al wisten hoe geneeskrachtig het water van Saratoga was. Dat ik in geneeskrachtig water zou gaan liggen was tot daar aan toe, maar ik wilde er niet over lezen.

We zaten naast het echtpaar. Ik bedacht me hoe vreemd het is dat je in het begin alles voor elkaar doet: je gaat in geneeskrachtig water liggen, zet duizend dollar in op een paard, schaft een merkwaardig strakke broek aan, slaapt in paardendekens, en dat is allemaal niet erg. Pas later wordt het allemaal erg. Erger, in ieder geval.

De dame naast me zei: “We komen hier iedere dag, het is net alsof je in mineraalwater ligt, ken je dat gevoel?”.

“Nou”, zei ik, “ik heb wel eens mineraalwater gedronken, ik ben er nog nooit in gaan liggen.”

“Oh, het is heerlijk”, zei de dame, “alleen sommige hartpatiënten worden niet goed, want het is heel zwaar water.”

Ik ben geen hypochonder in de strikte betekenis van het woord, maar ik dacht meteen: je zult het zien, ik ga in dat water liggen en ik krijg een hartinfarct. En dan verdrink ik. Ik zei tegen Billy: “We hebben betaald, maar we kunnen altijd nog weg, ze zullen ons echt niet achterna komen”.

“Stil”, zei Billy, “ik concentreer me.”

“Wat zeg ze?”, vroeg de dame.

“Ze gaan haar been zo in een vuilniszakje stoppen”, zei ik, “daarop is ze zich aan het concentreren.”

Toen deed de badmeester de deur open. Het was zo'n klapdeur met een rond raampje in het midden.

“Nummer tien”, zei hij. Hij was een goed gebouwde man.

“Dat ben ik”, zei ik. “Maar meneer en mevrouw waren eerder.”

Ik wees op het echtpaar.

“Nee”, zei de dame, “wij wachten op onze eigen masseur, ga maar.”

“Wij horen samen.” Ik wees op Billy.

“We hebben een damesafdeling en een herenafdeling”, zei de badmeester.

Ik liep achter hem aan. “Het lijkt hier net een synagoge”, mompelde ik nog, maar ook deze keer deed Billy of ze niets hoorde.

We kwamen in een ruimte met aan weerszijden badhokjes. Op de grond lagen oude zwarte tegels. Er hing een ondefinieerbare lucht.

De badmeester opende een hokje.

“Dit is jouw hokje”, zei hij.

Er was een soort bed in het hokje, en een tafel met twee enveloppen. Op ene stond 'voor de masseur'. En op de andere 'voor de badmeester'. Er waren twee haakjes voor je kleren en vier witte handdoeken, netjes opgevouwen.

“Kleed je uit”, zei de badmeester, “ik ben zo terug.”

“Juist”, zei ik.

Hij deed de deur van het hokje dicht, maar ik rukte hem weer open en riep hem na: “Ik ben mijn zwembroek vergeten”.

Hij liep op gympen. Toen hij mijn stem hoorde draaide hij zich om.

Uit hokje schuin tegenover het mijne hoorden we plotseling de stem van een oude man. “Badmeester!”, riep deze stem. “Badmeester, mijn bril!” Toen klonken er geluiden die erop wezen dat het lichaam dat bij deze stem hoorde tevergeefs pogingen deed het badhokje te openen.

De badmeester kwam vlak voor me staan. “Over vijf minuten wil ik jou in het kostuum van Adam en Eva zien.”

“Het kostuum van Adam en Eva”, herhaalde ik.

Nu werd hij echt boos. “Zoals je ter wereld kwam.”

“Ik was een van die zeldzame baby's die in smoking uit de baarmoeder zijn gekropen”, had ik willen zeggen, maar daar ben ik te laf voor. “In Europa zijn we gewend met zwembroekje in het mineraalwater te gaan liggen, maar als het hier poedelnaakt moet, dan doe ik het gewoon poedelnaakt”, zei ik.

Toen draaide ik mij om en verdween in mijn hokje.

Aan de binnenkant van de deur zat een stencil geplakt. 'Een half uur stil liggen in geneeskrachtig water. Een half uur uitrusten op bed in warme handdoeken. Een half uur massage.'

De badmeester kwam nu via de andere kant mijn hokje binnen. “Kom maar”, zei hij. Hij nam me mee naar een tweede hokje.

Daarin stond een heel ouderwetse witte badkuip. De badkuip was gevuld met gelig water. Er kwamen ook gelige wolkjes uit het water. “Ga er maar in”, zei hij.

Ik ging erin staan.

“Liggen”, siste de badmeester. “Je gaat hier geen douche nemen.”

“Nee natuurlijk”, zei ik.

Ik ging liggen. “Ik ben over een half uur terug”, zei de badmeester. Gelukkig kon hij door dat gelige water en die wolkjes niet naar mijn geslacht kijken.

Ik bleef zo stil mogelijk liggen om een hartinfarct te voorkomen.

Twee keer hoorde ik een vrouw schreeuwen: “Haal me eruit!”

Het was niet de stem van Billy. Ook klonken er geluiden alsof iemand in een hokje werd afgetuigd.

Een half uur later haalde de badmeester me eruit en wikkelde me in warme handdoeken.

Een half uur daarna kwam de masseur binnen. De masseur was een Chinees. Hij pakte een stoel en ging naast me zitten. Ik lag nog altijd in die handdoeken. Hij boog zich naar mij toe.

“Waar doet het pijn?”, wilde hij weten.

(wordt vervolgd)