Een vloeibaar harnas; De hammams van Rotterdam en Amsterdam

Amsterdamse hammam, Zaanstraat 88, Amsterdam. Inl. 020-6814818. Mediterrana, Rijnhoutplein 1, Rotterdam. Inl. en res. 010-4360101. Ook in Utrecht (Groeneweg 54b, 030-932784), Den Haag (Rubensstraat 39, 070-3841414) zijn oosterse badhuizen.

Op station Schiphol draait onafgebroken een film van Marijke van Warmerdam die laat zien wat veel reizigers zullen doen als ze thuiskomen. Een man staat onder de douche; gelukzalig laat hij het warme water over zijn gezicht stromen. De reizigers op het perron worden al een beetje naakt door de film. De man op het doek - hij is maar van kruin tot schouders te zien - geeft het goede voorbeeld. Alleen na een lange reis is een bad hier nog een ritueel met een bijpassend gezegde: dan moet je het stof van je afspoelen.

Douche is een erg Nederlandse film en daarom instructief voor buitenlandse bezoekers. Wassen is hier een eenzame aangelegenheid. Alleen geliefden en kinderen gaan samen in het water, vrienden en vreemden niet. Finland verrijkte Nederland tientallen jaren geleden al met de sauna. Nu is er ook de hammam, het islamitische badhuis. Net zoals er twee soorten Chinese restaurants zijn - een die kookt wat Chinezen lekker vinden en een die kookt wat Nederlanders denken dat Chinezen lekker vinden - zijn er ook twee soorten badhuizen. Beide soorten maken schoon, brengen genot, en roepen schaamte op.

Een belangrijk verschil is dat er in de ene soort wel douches aanwezig zijn en in de andere niet. In de hammam in de Amsterdamse Zaanstraat douche je alleen met de hand. Jij of een andere vrouw vult een plastic bakje met water in een van de bassins en giet het over je heen. Honderd maal gebeurt dat wel op één middag: om de zeep, de klei, de henna en de dode huid af te spoelen, telkens opnieuw. Als een vloeibaar harnas blijft het water even op de huid liggen.

De Amsterdamse hammam is gevestigd in een oud Hollands badhuis, dat overbodig werd toen vrijwel alle Nederlandse huizen een badkamer kregen. De huizen waar Turken en Marokkanen hier in wonen, hebben die dus ook. Toch willen de vrouwen nog naar de hammam, zelfs vrouwen die in hun land van herkomst nooit gingen, gaan nu. Pas hier ontstond de behoefte.

Ik weet haar naam niet, en toch raakt ze me aan, ze is naakt op wat goud en een onderbroek na. Ik betaal haar voor een bruidsbehandeling. Ze zeept, ze schrobt, ze masseert, ze giet met een duidelijk doel: schoonheid. Genot is een bijverschijnsel, evenals contact. Als er een bil aan de beurt is, klemt ze mijn voet tussen haar benen. Borsten hebben dezelfde status als ellebogen, die van haar en die van mij. Ze commandeert: zit, lig, draai. Ze spreekt weinig Nederlands.

In hammam Mediterrana in Rotterdam wordt alles eerst uitgelegd. Hier gaat u onder de douche, dan smeer ik u in met olijfzeep, dan gaat u naar het stoombad, dan gaat u weer onder de douche, dan wordt u gescrubd, dan mag u de Marie-Claire lezen in de rustruimte, dan wordt u gemasseerd.

In Amsterdam hebben alleen twee Ethiopische meisjes van vijf en drie belangstelling voor mij en de modder op mij. En ik voor hen, en hoe kan dat ook anders, want hun lijfjes bestaan uit twee ranke bogen, een voor de buik en een voor de billen. Twee S-jes krioelen door de verschillende wit met zwart betegelde ruimtes, steken hun hoofd in emmers water, glijden langs de moekes die wijdbeens op de grond zitten. Oude vrouwen nemen hun buik tussen duim en wijsvinger en schuren de onderkant; huid die gewoonlijk alleen maar is, weet opeens weer dat hij ook kan voelen. Iedereen is bezig, met het haar en de rug en de schouders van zichzelf en van elkaar. Was er maar een man om dit te zien. De erotiek smeult, en niemand hier kan hem tot uitbarsting brengen. Eeuwenlange training roept toch dit onstilbare verlangen op: de mannelijke blik is mee naar binnen gegaan. Sommige Marokkaanse en Turkse vrouwen willen in Nederland niet naar het badhuis omdat ze bang zijn dat vooral Nederlandse lesbiënnes er gebruik van maken.

In Rotterdam wacht iedereen. Er zijn in Mediterrana ook dagen voor mannen en voor paren, maar nu zijn er, net als altijd in Amsterdam, alleen vrouwen, en de meesten zijn er voor het eerst. Alleen de masseuse raakt aan, de rest kijkt toe als er op de Turkse steen tweehonderd pond wit vlees ligt. Niet het Marokko van Fatima Mernissi, die zo mooi het badhuisritueel in Fez beschreef, komt in gedachten, met onder andere de bereiding van maskers waarvoor de eerste lentepapavers, Algerijnse dadels en andere moeilijk verkrijgbare ingrediënten noodzakelijk waren, maar de slager, charters naar Antalya, de langzame inburgering van knoflook in de Nederlandse keuken.

De hammam in Amsterdam is, anders dan die in Rotterdam, in de eerste plaats opgericht voor vrouwen van Marokkaanse afkomst. Van de klandizie is nu ongeveer zeventig procent Nederlands. Toch voel je je daar een onbekende, en in Rotterdam, dat elementen uit verscheidene mediterrane badculturen voor Nederlands gebruik geschikt maakte, een imitator. Het Amsterdamse badhuis is nu ook door de cultuur ontdekt: morgen en overmogen wordt er een - al uitverkochte - theatervoorstelling gegeven, onder andere op basis van een verhaal van Hafid Bouazza.

De schrobster in Amsterdam gooit water in je onderbroek, in Mediterrana trekt de in een fitnesspakje geklede masseuse de natte handdoek waarop de gast ligt tussen diens benen door en drapeert hem op de schaamheuvel. Aan het eind van de behandeling wacht weer de douche. Ook in badhuizen in Marokko worden de laatste jaren vaak douchehokjes geïnstalleerd. Daar kan men zich snel wassen. En helemaal alleen, zoals het hoort in Holland. Ik zet de mijne op koud.