Een oorwurm in paniek

Dit is de nachtmerrie van de oorwurm die binnendoor van een gezond oor naar een ontstoken oor kruipt en daar blijft steken. Hij was zonder je te kriebelen overgekropen en wandelt nu je oor binnen. Het is er wat vettig, want er zijn talgkliertjes die oorsmeer maken. In het smeer kleeft stof dat je oor inwaait.

Al zijn pootjes moet de oorwurm gebruiken om niet uit te glijden in het oorsmeer. Aan het eind van de gehoorgang zit het trommelvlies. Het is een potdicht velletje, dat gaat trillen als er geluid tegen aan komt. De oorwurm botst er tegenaan en veert een beetje terug. Maar als hij er weer tegen aan loopt zakt hij er plotseling doorheen. Het middenoor heet het hier. Boven zich ziet de wurm de drie botjes die het geluid van het trommelvlies naar de gehoorzenuwen overbrengen. Ze heten hamer, aambeeld en stijgbeugel en lijken daar ook op. Het hamerbotje zit tegen het trommelvlies en hamert op het aambeeld, dat weer de stijgbeugel in beweging zet. De voetplaat van de stijgbeugel trilt heen en weer in een gat in de botwand van het middenoor. Hm, denkt de wurm, dat gat moet de ingang van het slakkenhuis zijn. Het slakkenhuis is een opgerold, nauwer wordend gangetje in het bot van je schedel. Aan een kant is de opgerolde gang bekleed met haartjes die gaan meetrillen met trillingen die de stijgbeugel maakt. Aan de haartjes zitten zenuwen vast en zenuwen van trillende haartjes geven aan de hersenen door dat er iets beweegt. Bij hoge tonen trillen de haartjes helemaal achterin de gang van het slakkenhuis. Lage tonen doen de haartjes aan het begin van het slakkenhuis trillen. Zo hoor je hoge en lage tonen. Een slak ben ik niet, denkt de wurm, dus in dat slakkenhuis heb ik niets te zoeken. De wurm neemt vanuit het middenoor de weg schuin naar beneden, de buis van Eustachius in. Het is een nauw buisje dat diep het hoofd in voert. Soms kleeft de wurm een beetje in slijm, maar tenslotte is hij bij de uitgang. Hij steekt zijn kopje naar buiten en kijkt nieuwsgierig om zich heen. Helemaal achter in je neusholte is hij uitgekomen. Rechts beneden zich ziet hij het klepje (de huig) waarmee je bepaalt of je door je neus of door je mond ademhaalt. Nu oversteken en door het andere oor weer naar buiten, denkt de wurm. Maar dat moet snel gebeuren, want als ik hier loop, kriebel ik en draait het al snel op niezen of hoesten uit. Snel doet hij een paar stapjes. Ah, zie je wel. Windstoten met klodders slijm vliegen langs. De wurm wordt bijna mee naar buiten gesleurd, maar hij weet nog net de buis van Eustachius van het rechteroor te bereiken. Snel naar binnen! Maar daar stoot hij zijn hoofd. Hij kleeft vast in een dikke prop slijm. Uit alle macht duwt hij er tegen aan. Au, au, hoort hij heel in de verte. O jee, ik zit in de smurrie van een oorontsteking, paniekt de oorwurm. En verderop in het middenoor, rond hamer, aambeeld en stijgbeugel, is het dan ook niet pluis. Er groeien daar bacteriën. En het oor zelf maakt pus om die bacteriën er door de buis van Eustachius uit te spoelen. Maar als de buis tussen oor en neusholte verstopt is, kan de rommel niet weg. De druk in het middenoor loopt dan op. Daardoor gaat het trommelvlies bol naar buiten staan en kan niet lekker meer heen en weer trillen als er geluid in je oor komt. Daarom word je doof als je oor ontstoken is. En zo'n gevuld middenoor met een bol trommelvlies doet ook nog vreselijk zeer. Hier komt ik nooit doorheen, ik moet hier weg, denkt de oorwurm. En met een ferme ruk trekt hij zich los. Oooo, hoort hij nog net van buiten. De oorwurm schiet uit de buis van Eustachius de neusholte in, zweeft daar even, wordt naar binnen meegesleurd door het slijm van de opgehaalde neus, komt in de keel en raakt door een hoestbui in de mond verzeild. Het laatste wat hij in zijn droom ziet zijn geweldige kiezen die op hem af komen en hem doormidden bijten. Toen werd de oorwurm wakker uit zijn nachtmerrie. Gelukkig kunnen oorwurmen alleen in hun dromen door trommelvliezen heen kruipen. De rest is allemaal echt.