Cellist Wispelwey maakt pure poëzie van Brittens suites

Concert: Pieter Wispelwey, cello. Solosuites van Benjamin Britten. Gehoord: 24/10, De Doelen, Rotterdam. Herhaling: 25/10 Concertgebouw Amsterdam.

De in 1960 door Sjostakovitsj gearrangeerde ontmoeting tussen de Russische cellist Mstislav Rostropovitsj en de Engelse componist Benjamin Britten is een knap staaltje van inductie geweest. In de ruim tien jaar daarna schreef Britten namelijk een Symphony, een sonate en drie suites waarin de cello de hoofdrol speelt. Cellist Pieter Wispelwey - in 1992 winnaar van de prestigieuze Nederlandse Muziekprijs - speelde gisteren de drie solosuites in de Rotterdamse Doelen en herhaalt dit recital vanavond in het Concertgebouw in Amsterdam.

Rostropovitsj heeft bij deze stukken als katalysator gefungeerd, maar de uiteindelijke inspirator van de suites is Bach. Als een slagschaduw vallen Bachs cellosuites - hij schreef er zes - over de muziek van Britten. De polyfone meerstemmigheid, de toepassing van de fuga's, de dansante vormen - ze zijn ondenkbaar zonder de ijkmaat die Bach met zijn suites stelde.

Tegelijkertijd zijn de cellosuites van Britten echter een toonbeeld van eigenheid die tot uitdrukking komt in mild moderne samenklanken, in glissandi, ijzige flageoletten en een soms percussieve benadering van het instrument. Het is deze uitgekiende wisselwerking tussen Bach en Britten, dit clair-obscur dat deze stukken zo herkenbaar maakt en toch telkens weer fris houdt.

Maar bovenal zijn de cellosuites van Britten pure poëzie. De kale, verstilde melodielijnen zingen zwanger van een meerstemmigheid die slechts beknopt wordt aangeduid. Wispelwey maakt van deze suites pregnante muziekstukken met een orkestrale allure. Met discreet versluierde virtuositeit, trefzeker in de octavengrote sprongen die hij veelvuldig maakt, contrastrijk en met een onnavolgbaar polyfoon registerspel baant hij zich door de delen.

Bij Wispelwey is Britten allesbehalve de bedachtzame, soms wat saaie en grijze componist waarvoor hij tegenwoordig vaak wordt gehouden. Benjamin Britten heeft in Pieter Wispelwey een ideale ambassadeur gevonden. Wie zijn elektriserende uitvoeringen van de drie suites beluistert, komt domweg in de verleiding ze te rekenen tot het beste dat er deze eeuw is gecomponeerd.