Bevriezing EU-geld laat Turkije koud

ANKARA, 25 OKT. Turkije is niet bezorgd over het besluit, gisteren, door het Europese parlement om de financiele middelen te bevriezen vanwege de schending van de mensenrechten in dat land.

Volgens de onder-secretaris van het Turkse ministerie van buitenlandse zaken, Onur Öymen staat de omvang van de Europese fondsen (470 miljoen dollar tot het jaar 2000) in geen verhouding tot de Turkse exportwinsten. De douane-unie, het vrijhandelsakkoord tussen Ankara en Brussel, werd eerder door het Europarlement na lange aarzeling wel goedgekeurd en is op 1 januari van start gegaan.

De beslissing van het Europese parlement is een reactie op de voortdurende schendingen van de mensenrechten in Turkije en het uitblijven van democratische hervormingen. Het is de tweede keer dat Brussel Ankara op die manier terechtwijst. Na de militaire staatsgreep in 1980 werd het vierde financiele protocol, ter uitvoering van het Associatieverdrag tussen Turkije en Brussel, bevroren.

Turkse activisten voor de rechten van de mens toonden zich verheugd over de berisping van Turkije door het Europese Parlement. “De regering heeft niets gedaan om haar beloften wat betreft het verbeteren van de mensenrechten na te komen en oplossingen te zoeken voor het conflict met de Koerden”, aldus Akin Birdal, voorzitter van de Turkse vereniging voor de rechten van de mens.

In de Turkse media werd vandaag verschillend over het bevriezen van de compensatiefondsen bericht. De populaire bladen volstaan met feitelijke artikelen, terwijl het voor linkse kranten als Cumhuriyet (republiek) en Radikal (radikaal) het belangrijkste nieuws op de voorpagina is onder koppen als 'De rekening voor de Turkse mensenrechten'. Bovendien wordt uitgebreid beschreven hoe slecht het met de vrijheid van meningsuiting is gesteld in Turkije, het beruchte artikel 8 in de anti-terreur wet. Alleen al dit jaar werd op grond van dit artikel tegen een kleine 150 journalisten, vakbondsactivisten en parlementariërs in totaal 877 jaar gevangenisstraf geëist. De laatste voorbeelden daarvan zijn de zaken van de schrijvers Yasar Kemal en Cetin Altan.

In een commentaar in de Engelstalige Turkish Daily News wordt de hand in eigen boezen gestoken: het is inderdaad slecht gesteld met de democratie in Turkije.

Maar tegelijkertijd vraagt de krant zich af of met de daad die het Europese Parlement nu heeft gesteld de mensenrechten verbeteren en de intellectuelen die in de gevangenis zitten, worden geholpen. Het vermoeden is dat de opstelling van de Europarlementariërs eerder destructief werkt. “Het voedt de anti-Europese sentimenten in Turkije.” Eveneens worden de Europarlementariërs van hypocrisie beticht. “Op momenten dat het Westen voor Turkije applaudiseerde, ten tijden van wijlen president Ozal en het premierschap van Çiller, was het met de mensenrechten even slecht gesteld als nu”, aldus het dagblad.

Turkse minister van Buitenlandse Zaken en vice-premier Çiller, kondigde onlangs een nieuw pakket met hervormingen aan, dat naar verwachting volgende week openbaar wordt gemaakt.

Het gaat ondermeer om een verkorting van de detentieperiode, die nu tot 30 dagen kan oplopen, hogere straffen voor politie-agenten en anderen die zich schuldig maken aan het martelen van arrestanten en gevangenen en het opheffen van de doodstraf, die op papier nog bestaat in Turkije, maar die al ruim 10 jaar niet meer wordt uitgevoerd.

De Turkse minister van justitie, Sevket Kazan, liet gisteren evenwel weten dat hij een voorstander is van een referendum wat betreft dat laatste onderwerp.