België op straat, in de politiek en in beeld; Het visueel geheugen van Vlaanderen

Johan Anthierens: GAL, de overspannen jaren. EPO, 293 blz. ƒ 110,-

Ergens aan het einde van de jaren zeventig, kwart voor acht 's avonds. Een zekere Gerard Alsteens, uit België, draait aan de tv-knop, het BRT-nieuws: straatrellen in Soweto, een door de ordediensten overmeesterde schuur waarin de oproerkraaiers zich hadden verschanst. Plots, tegen de half geblakerde buitenmuur, uitvergroot tot een affiche, een tekening die hijzelf, G.A., enige tijd geleden heeft gemaakt: het grijze kroeshoofd van een zwarte, fors als een gebalde vuist, monddood bepleisterd. Maar het blanke kleefband over de mond vertoont een eerste scheur.

Mijnheer Alsteens huivert van een nieuwe opwinding. Hij is dit keer geen machteloze toeschouwer. Hij heeft deze onderdrukten een vaandel gegeven in hun strijd, meer dan een teken een daad van 'saam-staan'. Die avond betekende voor cartoonist GAL een van de hoogtepunten uit zijn loopbaan.

Gal, groengeel onsmakelijk levervocht. Alsteens, de meest onuitstaanbare en meest geëngageerde vertegenwoordiger van zijn discipline in Vlaanderen, heeft die verkorte versie van zijn naam meer dan derig jaar geleden tot pseudoniem genomen. Zijn gal spuwt hij uit, maar het kotsvocht, hoe bitter ook, is bij hem tot kunst geworden.

Nu al, lang voordat GAL met pensioen gaat, besloten schoonzuster en romancière Brigitte Raskin en boezemvriend Johan Anthierens dat het tijd was voor een hommage, een retrospectieve in boekvorm. Zij schreef de inleiding, hij zijn persoonlijke commentaar bij een selectie uit GALs oeuvre. Daartussenin antwoordt de artiest zelf op vragen van Anthierens, over zijn jeugd, zijn opleiding en inspiratie. Uit deze lectuur onthoudt de lezer vooral dat de kunstenaar de keelgreep van zijn ouders' katholicisme van zondagsplicht en verbodenlijsten nooit verteerd heeft. Alsteens ergert zich nog wekelijks aan pausen en ayatollahs.

De geselecteerde cartoons, voor 95 procent politiek geladen, zijn thematisch gerangschikt, tegelijk een terugblik op dertig jaar Belgische en internationale geschiedenis en een samenvatting van alles wat scheef kan lopen in de politiek. Genoeg om een duidelijk idee te krijgen van GALs stijl. GAL parodieert Michelangelo, Rembrandt, Van Gogh, laat zich inspireren door het lijnenwerk van Picasso, de tronies van Ensor, de grillige schaduwfiguren van Goya. Het menselijk lichaam is afstotelijk, het bloed vloeit als een bergbeek, spieren liggen bloot, schedels puilen uit, ondeugd is doek geworden.

Er zitten legendarische meesterstukjes tussen, zoals het uiterlijk van het parlementslid van het Vlaams Blok Filip de Winter, gereduceerd tot de som der morfologische kenmerken van 'de Turk' of François Mitterrand, als de raadselachtige sfynx van Gizeh, bij zijn eigen piramide. Raskin schrijft daarover dat GAL met zijn prenten de Vlamingen een visueel geheugen heeft gegeven. Zijn tekeningen geven 'aan een voorbijgaande gebeurtenis een blijvende betekenis, heffen zijn onderwerpen op van het anekdotische naar het veelzeggende.'

Anthierens, commentator en hagiograaf van dienst, is cynischer dan GAL zelf, op zijn minst minder te doorgronden: een hoogstaande moralist met teveel radicaal inzicht om nog lief te zijn of een kwaadaardig misantroop, op zoek naar aanleidingen voor het spel van de kritiek? Toch ziet de tekenaar zelf hem als zijn spitsbroeder. En zijn schrijven, bedoeld voor de vlotte verstaander, heeft dat typisch Vlaams-linkse: de toestand is hopeloos, maar niet ernstig.

GALs eerste publicaties dateren van 1962, bij het tegendraadse tijdschrift De Linie. Later tekende hij onder meer in opdracht van Knack, De Nieuwe, het satirisch weekblad De Zwijger, het Amsterdamse Angola-comité, Oxfam (de Belgische wereldwinkels), de UNESCO, de Encyclopedia Britannica. Zijn produktie is indrukwekkend.

Alsteens is altijd veel gevraagd. Zijn tekeningen vallen op. Hij hanteert een rijke variatie aan grafische en picturale mogelijkheden, maar zijn tekeningen stralen ook persoonlijkheid uit, die van iemand die om zich heen kijkt en zijn onderwerp kent. Geen toeval, want tekenen is niet in de eerste plaats een kwestie van vaardige handen, maar van opmerkzame ogen. Het is zien hoeveel werkelijkheid je met een lijn teweeg kan brengen. GAL is een ambachtelijke en bevlogen kunstenaar, in zijn politieke cartoons drukt hij heel precies de allerindividueelste expressie van bepaalde emoties van betrokkenheid uit.

In heel dat werk speelt een engagement, een solidariteit met de onderligger om het even waar. GAL toont een flinterdunne opperhuid tegen elk meten met twee maten, tegen elke dubbelzinnigheid. Zo begrijpt hij niet goed waarom de kruisrakettenleggers van de CVP of de projectontwikkelaars die Brussel verminkten minder schuldig bevonden werden dan de CCC (Cellules Communistes Combattantes), die in 1985 met hun zorgvuldig geplaatste bommen enkel wat lelijke gebouwen sloopten. Zijn antwoord is dat gebouwen neerhalen of bommen leggen wordt toegestaan als je veel geld of macht hebt. Op internationaal vlak gunde hij het Cuba van Castro het voordeel van de twijfel, sympathiseerde hij met Daniel Ortega van Nicaragua. De kleintjes die geen kans kregen.

Wat GAL rechtvaardigheid noemt, gaat anderen soms te ver. Zij stoten zich aan hem, ontwaren flauwe rancunes, karikaturale simplismen. Zij die zich het mikpunt voelen, braken hem uit.

Men bedenke daarbij dat een tekening van GAL in het weekblad Knack belangrijker is dan een artikel van hoofdredacteur Frans Verleyen. Zijn artistiek-journalistieke commentaar, ontmaskerend of partijdig, bereikt iedereen die het blad inkijkt. Deze bloemlezing gaat daarom over meer dan over GAL alleen. Zij roept vragen op over het wezen van de politieke cartoon, vragen over werking en de functie van de cartoon.

Een cartoon kan een oppervlakkige slogan zijn, een gevaarlijk medium voor ideeënverspreiding. Maar het bezit van zo'n wapen impliceert ook een verantwoordelijkheid. Iemand als GAL kan er geen vrede mee hebben dit instrument ongebruikt te laten. Daarom is het hoe dan ook de tekenaar die zelf de grenzen van het gebruik ervan moet bepalen. Hij moet het risico incalculeren dat hij te ver gaat.

Anderen vinden dat de partijdigheid in het geval van een cartoonist deel uitmaakt van zijn artistieke vrijheid. Zelf is GAL heel achterdochtig tegenover die toegeeflijkheid. Hij ziet ze als een paternalistische glimlach die verzekert dat zulke cartoons wel vermakelijk zijn, maar niet ernstig te nemen. Verdraagzaamheid in functie van een ophemeling van de democratie. 'Steen des aanstoots blijft dat je in onze regionen elke waarheid mag verkondigen, zolang je geen macht vertegenwoordigt.' Zo'n uitlating van GAL is brandend actueel in België, waar beschermers van het establishment een optocht van 250.000 mensen liever 'de straat' noemen dan 'de stem van de burger'. De bedoeling is uiteraard die opstandige stem haar waarde te ontnemen.