Amusante kennismaking met de buitenissige trekken van een volk; Mix van Oostenrijkse rariteiten

Tentoonstelling: Austria im Rosennetz. T/m 12 november in het Museum für angewandte Kunst, Wenen

De organisator van Austria im Rosennetz is een Zwitser die ervan overtuigd is dat de kunstgeschiedenis zonder Oostenrijkse uitvindingen een stuk saaier zou zijn geweest. Met deze tentoonstelling ter ere van het Oostenrijkse Millennium in het Museum für angewandte Kunst wilde Harald Szeemann een beeld van Oostenrijk schetsen zonder in herhaling te vervallen. Geen gemakkelijke opgave, aangezien de beroemde Wenen rond 1900-tentoonstelling Oostenrijks grootste bijdragen aan de cultuurgeschiedenis al tot onderwerp heeft gehad.

Szeemann koos daarom voor de curiositeit en greep voor de 19de eeuw terug op wat je kunstenaars van het tweede plan zou kunnen noemen: Kubin, Herzmanovsky-Orlando, Zötl. Bij de eigentijdse kunstenaars was deze uitweg niet nodig en zijn er vooral de bekende namen aan te treffen. Het geheel is een amusante kennismaking met de buitenissige trekken van de Oostenrijkse samenleving en met een aantal kunstenaars dat de moeite waard is.

Szeemann presenteert eerst beroemde symbolen - het kruis van de Stefansdom, een bank-leunstoel van Franz West genoemd 'Berggasse 19' (Freud) - en komt via het algemeen bekende terecht bij het nagenoeg onbekende. Het gaat daarbij niet alleen om kunst, maar om alle mogelijke uitingen van creativiteit, zoals een jurk van keizerin Sissi, maquettes van bizarre monumenten, een elegante lijkwagen, de door een Karintische boer uitgevonden wereldmachine, foto's, posters, enzovoort.

Het eerste grote object, een maquette van de Heldenberg, zet de toon voor alle volgende curiositeiten. Niet de Habsburgers hebben een Heldenberg gesticht, zoals je van hen zou mogen verwachten gezien het grote aantal verloren slagen dat ze op hun naam hebben staan, maar een schoenfabrikant. Hij leverde militair schoeisel en verdiende daar goed aan. Maar hij streefde ook naar een hoger doel en een mausoleum leek hem wel wat. Hij begreep heel goed dat hij ten minste één luisterrijk figuur nodig had die hij daarin kon begraven. Zijn oog viel op Radetzky en de chronisch in geldnood verkerende veldmaarschalk stemde toe. In de strijd om het lichaam schuwde de fabrikant ook de concurrentie met de keizer niet, die Radetzky in de Kapuzinergruft wilde laten bijzetten. De fabrikant won.

Het culturele klimaat van de Donaumonarchie wordt belicht aan de hand van drie kunstenaars: Fritz von Herzmanovsky-Orlando (1877-1954), Alfred Kubin (1877-1959) en Paul von Rittinger (1879-1953). Herzmanovsky en Kubin waren levenslange vrienden; Rittinger, die beiden in excentriciteit overtreft, leefde erg teruggetrokken. Materieel onafhankelijk, opgeleid volgens het klassieke Bildungsideaal beschreef Herzmanovsky-Orlando in zijn verhalen de verschrikkingen van de kleinburgerlijke wereld sarcastisch. Zijn tekeningen zijn vol vliegende reusachtige penissen en vagina's. De schilderijen van Von Rittinger verraden een nadrukkelijke seksuele belangstelling. Zelden staan er personen op die naast hun gewone bezigheden niet ook in seksuele handelingen verwikkeld zijn. Kubins wereld is duister. Hij tekende de lijdende mens, in de regel een man; bij vrouwen overheerst ambivalentie.

De periode van het nationaal-socialisme komt in de tentoonstelling alleen indirect naar voren, met name in de filmzaal. Op 72 met kleden bedekte divans, de Bestuhlung des Freilichtkinos van Franz West kunnen de bezoekers naar films kijken. Hollywood zonder Oostenrijk is ondenkbaar, stelt Szeemann. Weliswaar met een knipoog, maar de lijst van namen die hij opsomt is inderdaad aanzienlijk: G.W. Pabst, Josef von Sternberg, Fritz Lang, Erich von Stroheim. Billy Wilder, Fred Zinneman. Hun emigratie heeft Hollywood zonder twijfel nieuwe impulsen gegeven.

De naoorlogse ontwikkelingen komen er bekaaid af. Literatuur, schilderkunst en beeldende kunst worden aangestipt, meer niet. Wat bij de 19de-eeuwse rariteiten nog werkte, irriteert bij de eigentijdse kunst: geen rode draad maar van alles wat. Foto's van Rudolf Schwarzkogler, video's van Friederike Petzold (Die erste elektronische Venus auf dem Kunststoffpelz) en Valie Export, installaties van Peter Kogler. Een evenwichtigere benadering van de eigentijdse scheppingsdrift had ook Oostenrijkse critici gerustgesteld. Zij verwachtten veel van de blik van een buitenstaander; nu overheerst het gevoel dat Oostenrijkers voor de zoveelste keer als excessieve barokmensen worden tentoongesteld.