'Akkoord' over Zwarte Zeevloot

MOSKOU, 25 OKT. De presidenten van Rusland en de Oekraïne, Boris Jeltsin en Leonid Koetsjma, hebben gisteren mondeling overeenstemming bereikt over de Zwarte Zeevloot, een probleem dat de betrekkingen tussen beide landen al verzuurt sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Details van het akkoord hebben ze niet gegeven.

Het is nu aan hun premiers om voor 15 november de details te regelen, aldus de presidenten Jeltsin en Koetsjma. De kennelijke eenstemmigheid komt na strijdlustige verklaringen van zowel het Oekraïense als het Russische parlement.

“De discussie, die een half uur heeft geduurd, heeft tot overenstemming geleid op alle punten”, zei president Jeltsins woordvoerder Sergej Jastrzjembski na afloop van het overleg, dat plaats had in het sanatorium Barvicha waar Jeltsin verblijft in afwachting van een hartoperatie. Details gaf hij niet.

Moskou en Kiev hebben al herhaaldelijk gemeld overeenstemming te hebben bereikt over de bijna zevenhonderd schepen tellende vloot. Thuishaven van de vloot is Sevastopol op de Krim, een schiereiland dat deel uitmaakt van de Oekraïne. Bij de uitwerking van de overeenkomsten ontstonden telkens weer problemen. Het meest dringende probleem voorafgaand aan de ontmoeting tussen Koetsjma en Jeltsin van gisteren was de vraag wat de thuisbasis moet worden van het Russische deel als de vloot eenmaal is verdeeld. Door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie beschikt Moskou niet meer over een eigen grote marinehaven aan de Zwarte Zee.

President Koetsjma zei gistermiddag op een persconferentie dat het Russische deel van de vloot tijdelijk in Sevastopol zal kunnen blijven. Rusland zou daarvoor huur moeten betalen, zo zei hij. Wat 'tijdelijk' betekent zei de Oekraïense president niet, maar “deze periode zal lang genoeg zijn voor Rusland om te bepalen waar het zijn eigen thuishaven zal willen hebben”. Koetsjma impliceerde daarmee dat die definitieve thuishaven van het Russische deel van de vloot niet Sevastopol zal zijn. En dat is nou juist voor Rusland geen uitgemaakte zaak.

De Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov, een van de kandidaten voor de opvolging van Jeltsin, heeft dinsdag nog eens een Russische claim op Sevastopol gelegd. “Alleen het idee al om Sevastopol aan een ander land over te dragen is onnatuurlijk en druist in tegen de wil van het volk”, aldus Loezjkov. Hij betoogde dat de Krim in 1954 weliswaar door Rusland aan de Oekraïne is overgedragen, maar dat zes jaar eerder de strategische haven Sevastopol al een speciale status had gekregen.

Het Russische parlement, de Doema, steunde de Moskouse burgemeester gisteren en legde in een unaniem aangenomen motie vast: “Het eenzijdige besluit van de Oekraïne om Sevastopol onder Oekraïense jurisdictie te plaatsen heeft geen rechtskracht, is niet overeengekomen met Rusland en gaat in tegen de destijds geldige Sovjet-grondwet. Sevastopol is en blijft de thuishaven voor de Russische Zwarte Zeevloot.”. Woensdag hadden de Russische volksvertegenwoordigers al vastgelegd dat de verdeling van de voormalige Sovjet-vloot moet worden stopgezet omdat zij leidt tot de “vernietiging” van de vloot.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Kiev heeft Loezjkov inmiddels 'persona nog grata' verklaard in verband met zijn opmerkingen. Het parlement in Kiev had op 18 oktober al aangedrongen op “onmiddelijke terugtrekking van de Russische vloot van ons grondgebied, in overeenstemming met de Oekraïense grondwet”.

President Koetsjma noemde gisteren de opstelling van het Russische parlement 'nogal alarmerend'. “Laten we de afgevaardigden echter vergeven”, zo voegde hij sussend toe. “We leven in een overgangstijd en politieke partijen kunnen nog niet de verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van de beslissingen die ze nemen.”