'Agrariërs draaien op voor arme landen'

DEN HAAG, 25 OKT. Nederland loopt volgens staatssecretaris Van Dok (Economische Zaken) voorop met het “ongeclausuleerd pleiten voor afschaffing van invoerrechten voor alle landen en alle produkten”, maar met name de agrarische sector is daar allerminst gelukkig mee. “Het is een loffelijk gebaar van een samenleving naar de armste landen, maar het zou goed zijn om de consequenties daarvan dan ook met z'n allen, dus de maatschappij als geheel, te dragen en daar niet een paar sectoren voor op te laten draaien”, zegt voorzitter Gerard Doornbos van de federatie van land- en tuinbouworganisaties LTO Nederland.

Van Dok maakte eerder deze week bekend de invoertarieven te willen afschaffen voor alle produkten uit de 48 armste landen van de wereld. Nederland zou dat standpunt willen uitdragen op de conferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) - de opvolger van de GATT - begin december in Singapore.

“Wat bij deze actie voor de zoveelste keer opvalt, is dat Economische Zaken het plan lanceert. Ik ben ervan overtuigd dat het ministerie van Landbouw er niet bij betrokken is. Er is op EZ een groot gebrek aan kennis omtrent landbouwzaken, maar men toont ook niet erg de behoefte een beetje adequaat geïnformeerd te willen zijn. Dat is erg vervelend, want Economische Zaken is bij allerlei handelsakkoorden betrokken. Je kunt er vrijwel altijd donder op zeggen dat de agrarische sector het wisselgeld op tafel mag leggen,” aldus Doornbos.

“We hebben dat gezien bij het akkoord tussen de Europese Unie en Noord-Afrika. Op voorwaarde dat ze het fundamentalisme een halt toe zouden roepen, mochten ze hier van alles vrijelijk op de markt brengen. Dat heeft de toch al kwetsbare tuinbouwsector hier in de volle breedte voor een zoveelste probleem gesteld. Nog niet zo lang geleden is het opnieuw gebeurd, toen Europa een conflict met Marokko had over de visserij onder de Marokkaanse kust, waarna werd toegestaan dat Marokko nog meer tomaten op de Europese markt kon brengen. Colombiaanse boeren zijn aangespoord om van coke over te schakelen op snijbloemen, die zonder beperkingen hier op de markt mochten worden gebracht.”

Van Dok heeft de kanttekening gemaakt dat Nederland in Singapore de steun van de Europese Unie moet hebben. Maar volgens Doornbos zou het niet de eerste keer zijn dat de bewindsvrouw in deze kwesties solitair optreedt. “In eerdere instanties heeft ze ook al eens laten weten dat het afbouwen van invoerrechten en heffingen in een vlotter tempo zou mogen verlopen dan bij de Uruguay-ronde is afgesproken. Dan bekruipt je toch op z'n minst het gevoel dat ze daar een beetje te simpel over denkt. Wat je ook steeds ziet is dat de Unie wel met 'gidsland' Nederland mee wil gaan, maar dan wel stelt dat Nederlandse produkten daarbij de inzet moeten zijn.”

“Ik vraag me overigens af”, zegt Doornbos, “of de armste landen wel zo gebaat zijn bij de maatregelen die mevrouw Van Dok voorstaat. Het gaat altijd om de wat 'vrijere agrarische produkten', maar ik denk dat die landen nu juist het meest zijn geholpen als je ze steunt bij het maken van produkten met een grote toegevoegde waarde. Ik denk dus dat het meer voor de hand ligt om eens een aantal industriële produkten tegen het licht te houden.”

Wat Doornbos vooral stoort is de 'timing' van de staatssecretaris. De Sociaal Economische Raad (SER) nam vorige week vrijdag een unaniem besluit over een advies inzake de voortgang van de hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waarin een sterkere oriëntatie van de wereldmarkt centraal staat, maandag maakte Van Dok haar plannen bekend. “De discussie over de hervormingen van het landbouwbeleid is uiterst precair. In heel Europa is de discussie over het toekomstig landbouwbeleid losgebrand. Het is noodzakelijk voor de sterk op export gerichte Nederlandse land- en tuinbouw om in te spelen op de veranderende omstandigheden. Daarmee bedoel ik in de eerste plaats de markt, maar ook het milieu, de uitbreiding van de EU met een aantal Midden- en Oosteuropese landen en ook de positie van de ontwikkelingslanden. We gaan er van uit dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid geleidelijk zal worden aangepast. Sommige onderdelen daarvan liggen overigens al vast tot het jaar 2000.” “Als je ziet dat door demografische ontwikkelingen de vraag naar voedsel in de komende decennia jaar wordt verdubbeld, lijkt het voor de hand te liggen dat je voor evenwichtig beleid kiest ten aanzien van de producenten van dat voedsel, de boeren dus. Het SER-advies is goed doortimmerd en onderbouwd. Het is erop gericht dat er een concurrerende, duurzame en veilige landbouwproduktie ontstaat, die is afgestemd op de actieve, effectieve vraag. Dan moet er natuurlijk ook een zekere stabilisatie zijn van de interne markt voor landbouwprodukten. Die bereik je door korte-termijnfluctuaties 'te dempen'. En continuïteit en vernieuwing van marktgerichte landbouwproduktie bereik je alleen als er een passende beloning is voor produktiefactoren als arbeid, grond en kapitaal. Daar heeft de EU instrumenten voor nodig.”

De laatste hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid dateert alweer van 1992, toen voormalige landbouwcommissaris McSharry een aantal maatregelen (verlaging van interventieprijzen, inkomenscompensatie, braaklegging) doorvoerde, waarmee het evenwicht op de interne markt werd hersteld. Een noodzaak door de onderhandelingen in het kader van de Uruguay-ronde. Uitbreiding en completering zijn nodig. Het Landbouw Economisch Instituut (LEI-DLO) komt tot de conclusie dat bij nieuwe hervormingen problemen kunnen ontstaan bij rundvlees en (in mindere mate) bij zuivel en suiker. “Het is duidelijk dat de problematiek uiterst ingewikkeld is. Door die complexe materie fietst mevrouw Van Dok ineens heen.”