Zomermode 97 onthult of vervormt de vrouw; De catwalk als uithangbord

De Parijse modeshows zijn voor veel ontwerpers vooral een reclamezuil. Er verschijnen de meest extreme exemplaren van de collectie, met verdikkingen op onwaarschijnlijke plaatsen of openvallende jurken en doorzichtige stoffen. Laten de vrouwen zich deze zomer vervormen of begluren - of is er nog een gematigde tussenvorm?

De Japanse mode-ontwerpster Rei Kawakubo heeft voor komende zomer een merkwaardig profiel bedacht. Op de prêt-à-portershows, twee weken geleden in Parijs, presenteerde de oprichtster van het modehuis Comme Des Carçons dunne, elastische jurken waaronder de mannequins allerlei kussens en verdikkingen droegen. Die accenten zaten niet, zoals bij Vivienne Westwoods collectie van een paar seizoenen geleden, op vrouwelijke plekken als borsten of heupen. De kussens van Rei Kawakubo zaten op plekken waar vrouwen normaal gesproken geen verdikkingen hebben - op de schouders en de rug. Kawakubo's vrouwen waren vervormd tot Klokkenluiders van de Notre Dame.

De mode voor zomer '97 die in Parijs getoond werd, kende meer zinsbegoochelingen. Jean-Paul Gaultier bijvoorbeeld maakte zwarte gabardine herenpakken die uit één deel bleken te bestaan: jasje zat aan vestje en aan broek en kon met behulp van een ritssluiting in een keer worden afgeritst. Gaultiers zijden jurken in A-lijn waren een soort achterstevoren gedragen jassen die billen, rug en benen toonden.

Als mode iets zegt over de manier waarop ontwerpers het vrouwenlichaam beschouwen, dan zien zij het lichaam voor komende zomer blijkbaar als een willig object. Heel romantisch, dat wel - getuige alle fladderende voiles en volants. Maar toch, een naar eigen inzicht te vervormen en manipuleren object. De ontwerpers lijken op geen enkele manier te worden gehinderd door ontzag voor de vrouwelijke vormen: waar een bult moet komt een bult en waar bloot moet zien we bloot. Ook andere vormdoorbrekende accenten zijn populair: de asymmetrische zomen, afzakkende halslijnen en grillig op het vlak geplaatste gaten.

Van de Belgische ontwerpster Ann Demeulemeester was deze aanpak al bekend. Bij vorige collecties maakte zij colberts en jurken met maar één mouw, of ze legde de sluiting schuin over het bovenlichaam. Vergeleken bij dit soort experimenten was haar nieuwe collectie onverwacht tam. Demeulemeester toonde een serie sluike truitjes en jurken, in effen wit, zwart en beige. Die truitjes waren alleen maar asymmetrisch doordat ze van de schouder werden getrokken, en alle bovenkleding had twee mouwen.

De Belg Dirk Bikkembergs had een eigen manier gevonden om het vrouwenlichaam naar zijn hand te zetten. Zijn modellen droegen cowboyhoeden zo groot als kinderbadjes, en kregen van Bikkembergs huidkleurige leren bikini's en bustiers aan - waardoor ze er op afstand uitzagen als tepelloze, navelloze androids. Een mildere manier om de vrouw te vervormen is het variëren met de taillelijn. Die lijn komt steeds lager - in de jurken van bijvoorbeeld Helmut Lang en bij de heupbroeken van onder anderen Dior, Jean-Paul Gaultier en Martine Sibon - en suggereert op die manier een groeiend bovenlichaam.

Maar deze manipuleerdrift kreeg in Parijs ook een tegenhanger: die van 'vrouwelijk' en transparant. Bij deze kleding zijn er nauwelijks nog obstakels tussen het oog en het lichaam; de doorkijkjurken en -blouses van voile, chiffon en kant tonen de vrouw min of meer bloot. Zo bestond de collectie van de Turks-Engelse ontwerper Rifat Ozbek uitsluitend uit doorzichtige zwarte jurken. De modellen van zijn show leken in niet meer te zijn gehuld dan hun eigen schaduw. Ontwerper Gianfranco Ferré, van het huis van Christian Dior, presenteerde een serie doorzichtige bruidsjurken, opgesierd met een enkele horizontale ruche.

Een vrouw kan wel zo vrijmoedig en naturel willen rondwandelen, haar omgeving kan dat nauwelijks aan. Dat bleek al tijdens de modeshows. De honderden fotografen, die als een menselijke piramide stonden opgesteld aan het eind van de catwalk, onthaalden iedere mannequin in openvallend jurkje of doorzichtige blouse op gefluit en gejuich.

Maar hoe moet dat dan deze zomer: laten de vrouwen zich vervormen of begluren? Zullen de straten wemelen van elfjes enerzijds en klokkenluiders anderzijds - of zal er nog een gematigde tussenvorm blijken te zijn?

Waarschijnlijk wel, want wat straks in de winkel te krijgen zal zijn, wordt uiteindelijk bepaald door de inkopers. In de dagen na de shows in Parijs bezoeken alle inkopers van modezaken de showrooms, waar behalve de modellen die op de shows te zien waren, ook andere kleren hangen. Een ontwerper als Dries van Noten, die zich op de catwalk uitsluitend met laag-over-laag gedrapeerde voiles presenteert, blijkt in zijn collectie ook mantelpakken en kleren van stevige stoffen te hebben. En Jean-Paul Gaultier, die tijdens de shows graag met blotebillenjurken pronkt, zou nooit de populairste ontwerper van de laatste paar jaar kunnen zijn als hij niet nog wat draagbare jurken en pakken ontwierp.

Op de catwalk verschijnen de extreemste kledingstukken uit de collectie; niet alleen om een reactie te krijgen in de pers, maar ook om 'vormuitspraken' te doen. Het Japanse modehuis Comme Des Carçons krijgt haar inkomsten uit ongeveer tien verschillende kledinglijnen, en heeft dus de vrijheid zich in Parijs te profileren met sprookjesachtige bultjurken. Al zal bijvoorbeeld kledingzaak Baane in Breda deze jurken voor volgende zomer toch in de collectie opnemen (“Die bulten kunnen er ook uit”, zegt eigenaar Pieter Baane), voor ontwerpster Rei Kawakubo hebben de kleren hun voornaamste functie waarschijnlijk al gehad; zij heeft haar ideeën over hoe het vrouwenlichaam er uit zou kùnnen zien, verbreid.

Gerda Ravenstein van Ravenstein in Amsterdam voert onder andere de kleding van Dries van Noten. Zij vertelt dat er in de showroom van Van Noten van iedere jurk zo'n vijftien versies hangen: in vijf verschillende kleuren die ieder weer in drie verschillende stoffen zijn uitgevoerd. “Als ik daar ga inkopen kies ik die jurken waarvan ik denk dat ze in mijn winkel het best zullen aanslaan”, zegt Ravenstein. Dries van Noten zorgt bovendien voor een lijn aan bijpassende onderjurken, -hemdjes en -rokken, zodat de doorzichtige jurken en blouses makkelijker te dragen zijn. “In mijn winkel werden die viscose onderkleren wat al te succesvol. Mijn klanten kochten niet meer de kleren waar ze bij hoorden, ze trokken die accessoires gewoon zó aan.”

Ook andere ontwerpers zorgen ervoor dat hun kleren in draagbare versies in de showroom hangen. De jurken die op de catwalk nog transparant waren, zijn dan uitgevoerd in ondoorzichtige stoffen of zijn voorzien van voeringen. De wufte gewaden die Jil Sander, Dolce & Gabanna en Versace op de shows in Milaan presenteerden, worden aan de winkel geleverd met bijpassende royaal uigevallen onderbroeken en brassières.

De prêt-a-porter-shows in Parijs krijgen steeds meer een functie als reclamezuil. Dat blijkt ook uit het succes van de Italiaanse merken Gucci en Prada. Hun kleding mag dan populair zijn, het zijn de leren accessoires die voor de grootste inkomsten zorgen; in de eerste helft van 1996 verdiende Gucci 32 miljoen dollar met de verkoop van kleding, en 234 miljoen dollar met schoenen, tassen, riemen et cetera. Maar al blijft de kleding qua omzet achter, het zijn toch de spraakmakende shows (en reclamecampagnes) die ervoor zorgen dat de naam 'Gucci' inmiddels zo populair is dat de schoenen niet meer zijn aan te slepen.

Dus ook ontwerphuizen die helemaal niet van plan zijn om op kleren te gaan draaien, willen zich met shows presenteren. De sjalen en tassengigant Hermès heeft een kledinglijn opgezet, en tassenontwerper Louis Vuitton is er mee bezig. De Hermès-lijn, of straks de Vuitton-lijn hoeft niets op te brengen, ze mogen zelfs geld kòsten. Als ze maar als smaakmaker dienen voor de andere produkten van de betreffende ontwerper.

Omgekeerd had Dior onlangs zo'n commercieel succes met een tas (de Lady Dior), dat de president van het bedrijf, Bernard Arnauld, in de toekomst meer leerwaren wil gaan produceren.

Zo wordt er twee keer per jaar een show gepresenteerd die zichzelf niet hoeft terug te verdienen - waardoor de ontwerpers een grotere vrijheid hebben bij het vormgeven van hun collectie. Zelfs de gevestigde modehuizen kiezen tegenwoordig voor meer gewaagde ontwerpers: Dior heeft de als degelijk bekend staande Gianfranco Ferré ontslagen en het enfant terrible John Galliano bij Givenchy weggekocht. Givenchy op haar beurt heeft het nieuwste Engelse wonderkind Alexander McQueen in dienst genomen, die zich op de Londense modeshows onderscheidde met fluorescerend roze broekpakken en broeken met afritsbare pijpen.

Dankzij deze verschuivingen kan de mode op de Parijse shows in de toekomst alleen nog maar uitdagender worden. Ontwerpers lappen commerciële overwegingen aan hun laars en sturen de merkwaardigste modellen de catwalk op. Het zal er wemelen van de experimenten en de 'vormuitspraken'.