'We hebben niets van de moord op Rabin geleerd'

Vandaag is het volgens de joodse kalender precies een jaar geleden dat de Israelische premier Rabin werd vermoord. De spanning is Israel is nog steeds groot. De binnenlandse veiligheidsdienst, de Shin-Beth, sluit nieuwe politieke moorden niet uit.

TEL AVIV, 24 OKT. Een jaar na de moord op premier Rabin waarschuwen de Shin-Beth, de binnenlandse veiligheidsdienst, en sociologen voor nieuwe politieke moorden. Ditmaal zijn de spanningen in extreem-religieuze nationalistische kringen over een mogelijke ontruiming van Hebron zo hoog opgelopen dat volgens de Shin-Beth premier Netanyahu en minister van Defensie Mordechai in levensgevaar verkeren. Het kopje hete thee dat eerder deze week in Hebron door een vrome Israeliër in het gezicht van de socialistische parlementariër Yaël Dayan werd gesmeten, tekent de atmosfeer. “We hebben niets van de moord op Rabin geleerd”, zei Dayan toen ze de eerste pijn had overwonnen.

De Shin-Beth heeft rond Netanyahu een zichtbaar maar ook onzichtbaar veiligheidscordon opgetrokken. Israels jongste premier kan geen stap verzetten zonder omringd te worden door ten minste vier agenten van de Shin-Beth. Voor zijn bureau in Jeruzalem is een scherm geplaatst zodat scherpschutters Netanyahu niet bij het uitstappen in het vizier kunnen krijgen. Soms verrijst bij een bezoek van de premier aan rabbijn Ovadia Yosef, de leider van de religieuze Shas-regeringspartij, bij diens huis een blauwe tent waarin Netanyahu's kogelvrije limousine om veiligheidsredenen verdwijnt. Als de levenslustige Netanyahu het plotseling in zijn hoofd haalt met zijn vrouw Sarah in een restaurant in Jaffo te dineren wordt door de Shin-Beth in grote haast een uitgebreide beveiligingsoperatie in gang gezet. De restaurateur moet zijn mond houden en voor het echtpaar Netanyahu een aparte dinerruimte gereed maken. Dat zijn de pikante aspecten van de 'gevangenschap' van Netanyahu in handen van de Shin-Beth.

Veel verontrustender is de verordening van de Shin-Beth dat zelfs hoge officieren tijdens besprekingen met Netanyahu hun wapens (doorgaans pistolen) moeten afgeven. Onlangs werden ook militairen tijdens een bezoek van Netanyahu aan een militaire basis ontwapend. Zou uit het leger de volgende politieke moordenaar kunnen voortkomen? Voor de moord op Rabin zou het stellen van een dergelijke vraag hoongelach hebben uitgelokt. Nu lijkt het gedragspatroon van de Shin-Beth te worden ingegeven door het bijna paranoïde instinctieve besef dat in Israel 'alles kan gebeuren'.

Het nerveuze gedrag van de Shin-Beth is de duidelijkste vingerwijzing dat de Israelische samenleving geen lering heeft getrokken uit de moord op Rabin, op vier november in het centrum van Tel Aviv, na de grootste vredesdemonstratie die Israel ooit heeft gekend. Na deze politieke moord werd over de noodzaak en plicht tot bezinning en inkeer gesproken. Er was, rond het verse graf van Rabin, hoop op nationale verzoening tussen stromingen in de Israelische samenleving die om ideologische en religieuze redenen botsten over niet alleen de benadering van het Palestijnse vraagstuk, maar ook over het karakter van de joodse staat.

Tot die verzoening is het niet gekomen. Israel krijgt bijna nooit de tijd om nationale trauma's te verwerken. Het tempo waarin de drama's in het land plaatshebben is zo hoog dat in minder dan twaalf maanden de moord op Rabin in het nationale bewustzijn door terreur en oorlogsgeweld in Libanon naar de achtergrond is gedrongen. Misschien zou dit zelfonderzoek wel tot ontwikkeling zijn gekomen als Shimon Peres, die premier Rabin als premier opvolgde, de moord en de achtergronden daarvan in het centrum van het politieke debat had geplaatst. Welbewust heeft hij dat niet gedaan. Als premier bleef hij de gevangene van het idee dat herstel van de politieke alliantie tussen de Arbeidspartij en de religieuze partijen de basis van de Israelische politiek moet zijn. Met dat doel voor ogen heeft Peres het Israelische zelfonderzoek afgeremd en bijna geen woord gezegd dat religieuze kringen van zijn politieke ambitie zou vervreemden. In dat milieu werd campagne gevoerd tegen de 'verrader' Rabin die de 'moordenaar' Yasser Arafat de hand had gedrukt. In die kringen hielden rabbijnen zich theoretisch bezig met de vraag of Rabin op religieuze gronden mocht worden vermoord.

Yigal Amir heeft in zijn getuigenissen voor de rechtbank gezegd daaruit zijn inspiratie tot de moord op Rabin te hebben geput. Vooraanstaande juristen zijn van mening dat Israel als rechtsstaat heeft gefaald door geen der ultra-nationalistische rabbijnen die tegen Rabin ophitsten, voor het gerecht te dagen. Zou dat wel zijn gebeurd, dan zou dat een vertrekpunt voor nationaal zelfonderzoek hebben kunnen zijn.

Peres heeft religieus-nationalistische kringen onder de kolonisten ontzien in de hoop het religieuze centrum niet van hem te vervreemden. Zo extreem werd deze politieke lijn doorgetrokken dat de moord op Rabin zelfs uit de verkiezingscampagne van de Arbeidspartij werd gehouden. Peres wilde op eigen kracht tot premier worden gekozen en weigerde winst te slaan uit de emoties na de moord op Rabin. Het is waarschijnlijk zijn grootste politieke misrekening geweest die hem tot zijn eigen verbijstering het premierschap heeft gekost.

Voor Peres stond het als een paal boven water dat het Israelische volk voor de voortzetting van de vredespolitiek onder zijn leiding zou kiezen. Was dat niet de heilige erfenis van Rabin ? De zelfmoordterreur van de moslim-extremische Hamas in Jeruzalem en Tel Aviv zetten een streep door deze politieke zekerheid. Angst dreef de meerderheid van de Israeliërs in de armen van de Likud-leider die het Israelische volk 'vrede met veiligheid' beloofde.

De drie kogels van Yigal Amir, de moordenaar van Rabin, en de zelfmoordenaars van de moslim-extremistische Hamas-beweging sloten uit naam van God in een sinistere samenzwering een tijdperk van hoop in Israels geschiedenis af. Yigal Amir heeft er zelfs spijt van Rabin niet drie jaar eerder te hebben vermoord, zodat het vredesproces met de Palestijnen meteen in de kiem zou zijn gesmoord.

Deze week wordt de moord op Rabin volgens de joodse kalender met plechtig ceremonieel in de Knesset, bij zijn graf in Jeruzalem en met verschillende demonstraties herdacht. Het is echter meer een herdenking dan een bezinning op de cruciale vraag wat de moord op Rabin voor de Israelische samenleving betekent. Met de explosieve problematiek van de hergroepering van de Israelische soldaten in Hebron hoog op de agenda doen zich weer teveel verschijnselen voor alsof er nooit in Israel een premier in koelen bloede is vermoord. Bijna de helft van de Israeliërs denkt volgens een opiniepeiling dat het weer kan gebeuren.