Vluchten voor de massa in een klein provinciehotel

ROTTERDAM, 24 OKT. Van de ongeveer 1 miljoen Nederlanders die jaarlijks in de herfst op vakantie gaan blijven er 550.000 in eigen land. Verreweg het grootste deel van deze vakantiegangers neemt zijn hun toevlucht in bungalowparken, die in de jaren tachtig een onstuimige groei hebben doorgemaakt.

De laatste jaren zijn de hotels echter aan een kleine inhaalslag begonnen, zegt een woordvoerder van de afdeling Nederland van de Algemeen Nederlands Verbond van Reisondernemingen (ANVR) in Leiden. Nu is het hotel nog hoofdzakelijk favoriet bij ouderen, alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens, maar steeds vaker boeken ook gezinnen met kinderen een korte hotelvakantie aldus de ANVR. Drie voorbeelden van het kleinschalige hotel in de provincie.

Op een heuvel in Oosterbeek, verscholen tussen de rhodondendrons, ligt een oud chalet: Hotel Dreyeroord. De gemeenschapsruimte heeft veel weg van een luxe bejaardentehuis: zitjes, schemerlampen en kunstleren stoelen rond de tafels. De boeken uit de eigen bibliotheek hebben een christelijke signatuur. Een van de advertenties achterin verzekert: “Dit boek is een christelijk boek en kan men gerust ook aan zijn kinderen ter lezing geven.” Veel lectuur is gedrukt in de jaren dertig. De christelijke inslag van het hotel is een erfenis van zijn vader, zegt eigenaar A. van der Straaten.

Van der Straaten heeft 23 jaar geleden het hotel van zijn vader overgenomen. Het geloof speelt een rol, maar op de achtergrond. Vader Van der Straaten was daarin wat dwingender. Dat heeft te maken met zijn achtergrond, vertelt zijn zoon. “Tijdens een bombardement in de Tweede wereldoorlog is hij bekneld geraakt onder het puin. Samen met een aalmoezenier heeft hij daar een aantal dagen gelegen voordat er hulp kwam. Ze hebben veel gebeden. Het oppervlakkige geloof van mijn vader is daar verdiept. Hij heeft toen beloofd: 'als ik hier uitkom, zal ik U dienen.' Dat heeft hij in dit hotel waargemaakt.”

Bijna alle gasten zijn voorbij de pensioenleeftijd. Boven de ontbijtborden grijze kapsels. Door de ramen van de serre valt grijs licht naar binnen. Ondanks het slechte weer heeft de eigenaar van het hotel, A. van der Straaten, een gids uitgenodigd die de dapperen zal begeleiden op een wandeling door het bos. Het hotel biedt de gasten een dagvullend programma. Na de boswandeling en de lunch gaat het met de paardentram naar kasteel Doorwerth. 's Avonds is er een orgelconcert in de kerk in de buurt.

In Hotel Het Hemelse Gerecht op het Drentse platteland is de sfeer spookjesachtig. Toneelgordijnen van rode velours en een met wolken beschilderd decor verraden de theater-achtergrond van eigenaresse P. Netten, die vroeger belichter was in een Amsterdams theater. De gasten zijn doorgaans jong, kinderloos en vaak homoseksueel. Toen het hotel net bestond kwamen vooral vrienden van Netten uit Amsterdam naar Drenthe. Nieuwe gasten worden nu hoofdzakelijk geworven in Opzij.

Netten wil voorkomen dat het Hemelse Gerecht een familiehotel wordt. “Ik heb geen schommels en wippen in de tuin.” Het hotel moet bovendien kleinschalig blijven. “Ik wil niet meer dan zestien gasten hebben. Ik moet zelf voor ze kunnen blijven koken.” Met een ironisch en huiselijk: “Aan tafel”, sommeert ze even later haar gasten.

Hotel Hanenburg ligt met zijn rug tegen het centrum van Sneek aan. Zon en wind hebben hun best gedaan op de gevel. Het gebouw is mooi versleten. “De gasten zijn het belangrijkste”, zegt eigenaar B. Hanenburg over het hotel dat eerst door zijn grootvader en later door zijn vader werd geëxploiteerd. “Je mag niet aan ze laten merken dat je een dag liever op de fiets had gezeten. Dat probeer ik ook aan het personeel over te brengen.” Gastvrijheid, meent Hanenburg, is niet zomaar een devies, het is een karaktertrek.

In het café hangen oude foto's met daartussen een krantenknipsel over notaris Galema, die 23 jaar in het hotel heeft gewoond. Veel gasten komen al jaren in het hotel, meer voor de keuken dan voor de kamers. “Voor de kamers hoefde je het niet te doen,” fluistert manager F. Vonk. “Want god, wat waren die dingen klein.” Snel voegt hij er aan toe dat dat inmiddels veranderd is. Aan de muur, tussen de foto's, hangt een antiek staartklokje, dat stilstaat.