Vervoer ontloopt deel bezuiniging

DEN HAAG, 24 OKT. Voor het derde achtereenvolgende jaar wordt een langlopende bezuiniging op het stads- en streekvervoer die nog stamt uit de vorige kabinetsperiode deels teruggedraaid.

Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat zij de bezuiniging voor driekwart terugschroeft, van 75 miljoen naar 50 miljoen. Net als vorig jaar wordt het geld gehaald uit het zogeheten infrastructuurfonds, dat feitelijk bedoeld is om nieuwe wegen en spoorwegen uit te betalen. Twee jaar geleden werd de bezuiniging via het regeerakkoord ongedaan gemaakt.

De brief bereikte de Tweede Kamer gistermiddag. De dag ervoor had de Kamer besloten de stemming over de verhoging van de benzine-accijnzen uit te stellen, totdat er duidelijkheid zou zijn over de bezuiniging op het stads- en streekvervoer. GroenLinks, die om het uitstel verzocht had, reageert positief op het terugdraaien van de bezuiniging. “Jammer alleen dat het een incidentele maatregel betreft.”

De bezuiniging, die de komende jaren doorloopt en enkele honderden miljoenen moet opleveren, is bedoeld om de kostendekkendheid van het stads- en streekvervoer te verbeteren. Uiteindelijk moet die uitkomen op vijftig procent. De vervoerbedrijven verzetten zich al jaren tegen deze bezuinigingen, die volgens hen de kostendekkendheid uiteindelijk niet ten goede komen.

Zij wijzen erop dat de bezuinigingen hen dwingen tot het inkrimpen van het aantal diensten, wat reizigers wegjaagt. Hierdoor daalt de kostendekkendheid weer. Volgens de vervoerbedrijven zou het rijk juist meer geld moeten uittrekken voor de exploitatie van het openbaar vervoer.

In de brief geeft Jorritsma ook inzicht in mogelijke manieren om het stads- en streekvervoer te subsidiëren op het moment dat daar concurrentie wordt ingevoerd. De komende jaren komt er een 'overgangsmodel'. Daarin zal in ieder geval een bonus komen voor vervoerbedrijven die extra reizigers trekken.