'Veertig olieplatforms ontmantelen'

SCHEVENINGEN, 24 OKT. Van de 73 platforms voor olie- en gaswinning op het Nederlandse deel van de Noordzee zullen er de komende jaren circa veertig worden weggehaald voor ontmanteling op de vaste wal, zodat er een schone zeebodem overblijft.

Dit zei ir. J.A. Oele, directeur van de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM), gisteren op een congres over de Noordzee in Scheveningen.

De veertig offshore-installaties, die op geringe diepte staan, komen volgens Oele niet in aanmerking voor hergebruik.

Hij veronderstelde dat er per jaar vier oude platforms zouden kunnen verdwijnen, waarna de operatie omstreeks 2010 zal zijn voltooid.

Anderzijds, aldus Oele, zullen er op het continentale plat enkele tientallen nieuwe platforms verrijzen. “Het ligt in de verwachting”, zei hij, “dat de sector haar booractiviteiten op de Noordzee voortzet en mogelijk zelfs zal uitbreiden. Reeds aangetoonde gasvoorraden zullen nog dit decennium in produktie worden genomen.”

Dankzij de jongste resultaten van seismisch onderzoek is de bodem van de Noordzee veel nauwkeuriger in kaart te brengen dan voorheen. Daarnaast is de kennis van de geologische omstandigheden ter plaatse aanzienlijk vergroot. “Hierdoor”, aldus Oele, “zijn de ondergrondse gasreserves steeds betrouwbaarder in te schatten.” Hij schatte die reserves op circa 300 miljard kubieke meter, waarvan 200 miljard op het gedeelte dat door de NAM wordt bestreken.

Om het exploiteren van kleinere gas- en olievelden economisch haalbaar te maken, zal volgens Oele in de toekomst veel aandacht worden besteed aan het goedkoper maken van de benodigde installaties, waaronder platforms en pijpleidingen.

Zo zijn er al ontwikkelingen op het gebied van eenvoudige, onbemande platforms en installaties die na uitputting van het gas- of olieveld, opnieuw elders dienst kunnen doen.

Oele ging ook in op de omstreden boringen in de Waddenzee. Het gasveld Ameland, dat begin jaren zestig werd ontdekt, is zowel vanaf het land als vanuit zee in ontwikkeling en produktie gebracht.

“De ervaringen hierbij opgedaan”, zei Oele, “geven ons de overtuiging dat we in dit ecologisch zeer gevoelige gebied op een verantwoorde manier kunnen werken.”

Hij erkende dat gasproduktie kan leiden tot een, weliswaar geringe, daling van de bodem met als mogelijk gevolg dat er in de Waddenzee een zekere 'zandhonger' ontstaat, die het transport van zand langs de kust beïnvloedt. Oele: “Ook in de toekomst zal nauwe samenwerking met onder meer Rijkswaterstaat nodig blijven om de mogelijke effecten van dit verschijnsel in kaart te brengen en waar nodig te compenseren.”