Trouwen of Samenwonen

Joop de Bie, woont samen met vriendin:

“Mijn vriendin is ooit getrouwd geweest. Op puur emotionele gronden hebben we daarom voor een samenlevingscontract gekozen. Het belangrijkste dat daarin is geregeld, is ons huis. Verder is het handig, maar bijzaak, dat er in een partnerpensioen gedeeld kan worden. Het ouderschap en de voogdij van onze dochter is via het voogdijrecht geregeld. De notaris maakte er ons nog op attent, maar we hebben geen eigendomslijsten aangelegd. Misschien naïef, maar we gaan er vanuit dat als er iets misgaat we on speaking terms blijven. Het tekenen van het contract betekende voor anderen meer dan voor ons. Het was een puur administratieve handeling, zonder feest. Oh ja, we hebben twee gebakjes gegeten.”

Moshe de Vries, getrouwd op huwelijkse voorwaarden, gescheiden, koopt binnenkort huis met vriendin:

“Ik heb, zoals een man dat doet, mijn handtekening gezet. Het ging allemaal zo snel, dat ik niet eens weet wat er precies op papier stond. Het kwam er in ieder geval op neer dat de aandelen van mijn ex-vrouw familiebezit bleven. Ik weet niet wat er was gebeurd als ik niet op huwelijkse voorwaarden had willen trouwen. Dan zou het huwelijk denk ik ook wel door zijn gegaan. Het was voor de rest toch ook 'mijn geld is jouw geld'. Ik ga niet nog een keer trouwen, want zo'n potsierlijke ceremonie trek ik niet nog een keer. Mijn vriendin zal wel een samenlevingscontract willen, maar voor mij hoeft het niet. Ik geloof nog steeds in billijkheid en vertrouwen.”

Ton Tober, getrouwd in gemeenschap van goederen:

“We hebben niks tegen het huwelijk, maar de dag dat het wat werd tussen ons is belangrijker dan onze trouwdag. We hebben er toen wel een leuke dag van gemaakt. Het belangrijkste was echter dat in één keer alles geregeld was: ik werd kostwinnaar en hoefde niet in militaire dienst, het huurhuis kwam op naam van beiden en ook het ouderschap van de kinderen op komst was geregeld. En dat tegen relatief weinig geld. Huwelijkse voorwaarden waren niet aan de orde. Beiden vinden we het bed delen intiemer dan elkaars portemonnee delen.”

Roosmarijn Winters, (biologische) moeder van twee kinderen, woont samen met vriendin:

“Toen we gingen samenwonen, wilden we het huis eerst op naam van mijn vriendin zetten. Op aanraden van anderen hebben we allebei het huurcontract ondertekend. Negen jaar geleden hebben we een contract opgesteld, met daarin zoveel mogelijk dezelfde wetten en plichten als in een huwelijk. Zo heb ik duidelijk aangegeven dat mijn vriendin de sociale moeder is en dat de kinderen, als er iets met mij gebeurt, bij haar moeten blijven. 'Zoveel mogelijk de boel dichtkitten', noemde onze notaris dat. Volgens hem houdt een rechter er rekening mee. Ik kan me niet voorstellen dat mijn ouders iets anders zouden willen. We hebben geen lijsten van bezittingen. In het contract staat alleen dat ieder zijn deel krijgt.”