Telecomsector hekelt selectie Jorritsma

ROTTERDAM, 24 OKT. Tevreden met de komende concurrentie, maar ongelukkig met de selectiemethode. Zo reageert de telecom-belangenorganisatie BTG op de uitverkiezing van Enertel en Telfort, de twee ondernemingen die straks naast PTT Telecom landelijk allerlei telecommunicatiediensten mogen aanbieden.

Het ministerie van verkeer en waterstaat maakte gisteren bekend dat Enertel (energiebedrijven en Casema) en Telfort (Nederlandse Spoorwegen en British Telecom) in aanmerking komen voor de twee beschikbare vergunningen. De derde kandidaat, Global One (een joint venture van Deutsche Telekom, France Télécom en het Amerikaanse Sprint), werd uit de race genomen omdat de onderneming “op één onderdeel niet voldeed aan de minimumeisen”, aldus minister Jorritsma. Global One Communications BV kon geen balans overleggen met een eigen vermogen van ten minste 20 procent.

Op zichzelf is dat opmerkelijk. Global One beschikt over buitengewoon kapitaalkrachtige eigenaren: twee van Europa's grootste telecom-bedrijven en een van de grootste Amerikaanse operators. In alle gevallen gaat het hier om ondernemingen die gepokt en gemazeld zijn in telecommunicatie, en aan wier voortbestaan of solvabiliteit geen enkele twijfel bestaat.

Terwijl de directies van Enertel en Telfort gisteren in opperbeste stemming verkeerden, reageerde directeur Simon Vye van de Nederlandse Global One-dochter uiterst teleurgesteld op de onverwachte afwijzing van zijn aanvraag. “Er is niet eens gekeken naar de kwaliteit en de ervaring die we konden inbrengen.”

Vye erkent dat de balans van de Nederlandse Global One-dochter onvoldoende eigen vermogen vermeldt, maar vindt niet dat hij een fout heeft gemaakt door dat niet tijdig te laten aanzuiveren. “Net als elke andere onderneming hebben we te maken met hoge aanloopkosten”, verklaart hij. Verkeer en Waterstaat is erop gewezen dat de moedermaatschappijen garant staan voor de Nederlandse dochter, zegt hij, maar “kennelijk” is dat niet voldoende geweest om het departement te overtuigen van de gezondheid van zijn bedrijf.

Vye wil niet ingaan op de suggestie dat Verkeer en Waterstaat naar argumenten heeft gezocht om de twee gedoodverfde Nederlandse kandidaten aan een licentie te helpen. Een woordvoerster van het departement weigert, met een beroep op de aan de mededingers beloofde geheimhouding, details te verstrekken. Wel wil ze kwijt dat de gebrekkige aanvraag van Global One ook de deskundigen op het ministerie verraste. Ze beklemtoont dat de minister niet anders kon dan de aanvraag afwijzen.

De vereniging van Bedrijfstelecommunicatie- Grootgebruikers BTG hekelt bij monde van directeur ir. Ton de Liefde het feit dat Verkeer en Waterstaat bij zijn selectie solvabiliteit als criterium heeft gehanteerd. “Het is een tendens die we met zorg gadeslaan”, zegt de Liefde. “Dat de overheid zich bemoeit met de financiële positie van een onderneming getuigt van een paternalisme dat niet van deze tijd is. Laat klanten straks zelf maar uitmaken of ze willen samenwerken met bedrijven die al of niet solvabel zijn.”

Global One, dat al via het PTT-net telecom-diensten in Nederland aanbiedt, beraadt zich op de vraag hoe het nu verder actief kan worden op de Nederlandse markt. Vye zegt nog steeds in aanmerking te willen komen voor een vergunning. Of hij juridische stappen onderneemt tegen de staat is onderwerp van nader beraad. “We bekijken de validiteit van de redenen waarop wij zijn afgewezen.”

Volgens De Liefde zou Global One in een procedure tegen de staat niet kansloos zijn. Hij verwijst naar de uitgangspunten die de Europese Unie hanteert bij haar streven naar liberalisering van de telecom-markten in de EU-lidstaten. “Alleen om redenen van algemeen belang en bij gebrek aan frequenties kan het aantal vergunninghouders beperkt worden”, stelt De Liefde. “Global One wilde zo min mogelijk gebruik maken van een eigen netwerk om landelijk diensten aan te bieden, dus op grond van frequentiegebrek kan het bedrijf niet worden afgewezen. 't Zou me verbazen als Global One zich hier zomaar bij neerlegt.”