Surfsters vechten tegen vooroordelen in mannensport

SCHEVENINGEN, 24 OKT. Spieren en kracht, daar komt het op aan in het windsurfen. In de finale van het wereldbekercircuit in Scheveningen trekken deze week de 64 finalisten bij de mannen de meeste aandacht. Maar ook vrouwen zijn vertegenwoordigd, zestien in totaal. “Wij varen misschien niet zo exclusief en radicaal als de mannen, maar we vechten er net zo hard voor”, zegt de Nederlandse professional Lucienne Ernst.

Surfen is nog een jonge sport. In het profcircuit met een dozijn wedstrijden van Hawaii tot Scheveningen, zijn de vrouwen nog een ondergeschoven kindje. “Surfen is een mannensport”, zegt Hessel Evertse glashard. Hij is bij het watersportverbond verantwoordelijk voor het windsurfen en noemt het niveau van de vrouwen 'bedroevend'. “Laten we eerlijk zijn”, zegt hij. “Het is veel leuker naar een man te kijken die een dubbele loop maakt, dan naar een vrouw die niet eens door de branding komt.”

Evertse zegt dat watersport van oudsher gericht is op mannen. “Het probleem ligt bij de basis”, zegt hij, “surfen is bij uitstek een ervaringssport. Jongens zie je vanaf hun jeugd al op zee. Vandaar dat het ook nog wel even zal duren voordat ook vrouwen de top bereiken.” Volgens Evertse surfen er tien keer zoveel mannen als vrouwen. In Nederland surfen slechts 50 vrouwen wedstrijden, tegen 900 mannen.

Sufster Ernst geeft grif toe dat kracht onmisbaar is bij haar sport: “Natuurlijk zijn mannen veel sterker. Ze gebruiken zeilen die soms wel een meter groter zijn dan die van ons. Vooral golfrijden is moeilijker voor vrouwen”, zegt Ernst. Bij dit onderdeel kiezen de surfers de grootse golf en laten ze zich door de vaart naar beneden slingeren. Het is de kunst daarbij mooie figuren te maken.

“De nummer één bij de vrouwen komt bij de mannen misschien ergens op de vijftigste plaats”, zegt Ernst. “En het gebeurt echt wel eens dat de mannen ons uitlachen als de zee ruw is en wij aan de kant blijven, terwijl zij wel een wedstrijd zeilen. Dat betekent niet dat wij er minder hard voor werken. De vrouwen die het wereldbekercircuit surfen, zijn wel de top van de wereld.”

Op een moment dat er te weinig wind staat om te zeilen, heeft Ernst haar surfplanken opgeslagen in de voor haar bestemde container op het strand. Ze geniet van de zon op een terras aan de Scheveningse boulevard. De surfster vindt een dagje vrij niet erg. Dit jaar scheurde ze twee keer haar kniebanden en in de winter onderging ze een operatie aan haar pols. “Ik heb een rotseizoen achter de rug”, vertelt ze, “en ben blij dat ik wat rust kan nemen. Na het varen op zondag was mijn knie weer hartstikke dik.”

De 23-jarige Lucienne Ernst is een van de twee surfprofessionals in Nederland en de enige Nederlandse die het hele bekercircuit vaart. Ze was zes toen ze voor het eerst op de plank stond. Vanzelf ging het niet, herinnert ze zich: “Ik was veel te klein, maar wist toen al wel dat surfen het enige was dat ik wilde.”

Ze reist al voor het derde seizoen de wereld rond en verblijft ongeveer acht maanden per jaar in tropische oorden. Minimaal honderdduizend gulden heeft ze nodig om te kunnen reizen, haar spullen te vervoeren en in haar levensonderhoud te voorzien. Ze reist met 300 kilo surfmateriaal, met onder meer tien verschillende planken en zeventien zeilen.

Vorig jaar behaalde Ernst de zesde plaats in het eindklassement, in het jaar daarvoor eindigde ze op de elfde plaats. Dit seizoen staat ze op een teleurstellende negende plaats in het klassement. “Ik heb door al die blessures heel wat punten verloren”, vertelt ze. “Tijdens een wedstrijd op Gran Canaria scheurde ik voor de tweede keer dezelfde knieband toen er een golf tegen mijn board klapte. Die wedstrijd heb ik niet uit kunnen varen.”

Ernst had al heel wat wedstrijden achter de rug voordat ze aan het professionele surfen begon. In 1991 werd ze op de 'lange plank' zowel Europees als wereldkampioen bij de amateurs. In haar eerste grote wedstrijd bij de profs - ze had als wereldkampioen een wildcard van de organsiatie gekregen - maakte ze naam met een fraaie overwinning op Hawaii. Ze won in het surfwalhalla de finale van het wereldbekercircuit.

Voor Ernst was die zege een hoogtepunt in haar carrière. “Die wedstrijd is in het surfen zoiets als het Wimbledon voor tennissers. Het enige verschil is dat er bijna geen aandacht aan werd besteed.” Ernst beseft dat het surfen nog een lange weg te gaan heeft. “Als ik beroemd had willen worden, had mijn moeder me op tennissen moeten doen. Met surfen word je dat niet.”

Wie beroemd wil worden kan beter gaan tennissen dan surfen